ECLI:NL:RBROT:2026:9124

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-690212-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling na PIJ-maatregel wegens gebrekkige ontwikkeling en veiligheid

Op 15 januari 2019 werd een PIJ-maatregel opgelegd aan de ter beschikking gestelde wegens poging tot afpersing en poging tot zware mishandeling. Deze maatregel werd op 17 april 2025 omgezet in een TBS-maatregel en verlengd met één jaar.

Op 13 april 2026 diende het openbaar ministerie een vordering in tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank behandelde deze vordering op 11 juni 2026, waarbij zowel de officier van justitie als de ter beschikking gestelde met zijn raadsvrouw werden gehoord. De instelling adviseerde verlenging met twee jaar, terwijl de ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw een verlenging van één jaar bepleitten.

De rechtbank oordeelde dat de ter beschikking gestelde nog steeds lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling en/of een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens en dat de veiligheid van anderen verlenging vereist. Ondanks het advies tot twee jaar verlenging, wees de rechtbank de vordering toe voor één jaar vanwege het ontbreken van een concreet behandelplan, het feit dat de ter beschikking gestelde nog als passant in detentie verblijft en zijn jonge leeftijd. De rechtbank wil zo de ontwikkelingen actief volgen en tijdig geïnformeerd worden bij een eventuele volgende verlenging.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar om de ontwikkelingen te monitoren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-690212-18
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde](hierna: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 1998,
verblijvende in Penitentiaire Inrichting (PI) [naam PI] ,
raadsvrouw mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht.

1.Inleiding

Op 15 januari 2019 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van de eendaadse samenloop van poging tot
afpersing, terwijl dit feit wordt gepleegd op de openbare weg, en poging tot zware
mishandeling. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 30 januari 2019.
Bij beslissing van deze rechtbank van 17 april 2025 is de PIJ-maatregel omgezet in een TBS-maatregel en verlengd met één jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 13 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek en de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies [instelling] (de instelling)
De ter beschikking gestelde staat nog steeds op de wachtlijst voor opname in de instelling. Omdat hij hier nog niet in zorg is en er nog geen beoordeling heeft plaatsgevonden, adviseert de instelling in haar rapport van 25 februari 2026 op basis van algemene ervaringsregels omtrent het behandelverloop om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Het reguliere behandeltraject en de bijhorende verlofmodaliteiten zullen naar verwachting de duur van twee jaar ruimschoots overschrijden.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling, de informatie over het verblijf van de ter beschikking gestelde binnen de PIJ-instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- de ter beschikking gestelde nog steeds lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens;de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
De rechtbank acht op dit moment voldoende aannemelijk dat nog steeds is voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de tbs-maatregel. Uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar indien aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zullen nemen dan een jaar. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het dossier bevat naast de rapportage in de strafzaak slechts een algemeen verlengingsadvies zonder concrete prognose of plan. De rechtbank betreurt het bovendien dat de terbeschikkinggestelde, komende vanuit een PIJ-maatregel, nog steeds als passsant in detentie verblijft in afwachting van een plek in de instelling [instelling] en daardoor nog geen aanvang heeft kunnen maken met de behandeling. De rechtbank slaat ook acht op de jonge leeftijd van de ter beschikking gestelde. De rechtbank wil, gezien voormelde omstandigheden, graag een vinger aan de pols houden en wijst de vordering daarom toe voor de duur van één jaar om de ontwikkelingen actief te volgen en tijdig en grondig geïnformeerd te worden bij een (eventuele) volgende vordering tot verlenging.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één)jaar;
wijst afhet meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en I. Bouhdan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.