ECLI:NL:RBROT:2026:9125

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-811186-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychiatrische stoornis en risico op recidive

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 juni 2026 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de ter beschikking gestelde, die sinds 21 mei 2024 onder dwangverpleging staat na een veroordeling wegens moord.

De ter beschikking gestelde lijdt aan een licht verstandelijke beperking en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline kenmerken, evenals trekken van psychopathie. Na een langdurig verblijf in de penitentiaire inrichting is hij opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum, waar hij zich rustig gedraagt maar nog aan het begin van een langdurige behandeling staat.

De deskundige adviseert verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar om verdere diagnostiek en behandeling mogelijk te maken, mede vanwege het hoge risico op recidive zonder behandeling. De ter beschikking gestelde en zijn raadsman verzetten zich niet tegen deze verlenging.

De rechtbank acht verlenging noodzakelijk in het belang van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid, en benadrukt het belang van openstelling van de ter beschikking gestelde voor behandeling. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar wegens psychiatrische stoornissen en een hoog risico op herhaling zonder behandeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-811186-17
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde](hierna: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 1985,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [naam instelling] (de instelling),
raadsman mr. C.J.J. Kwint, advocaat te ’s-Gravenhage.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 5 maart 2019 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 21 mei 2024.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 13 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam deskundige] , werkzaam als [functie 1] en [functie 2] bij de instelling, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 31 maart 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde heeft een licht verstandelijke beperking en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline kenmerken. Daarbij lijdt hij aan trekken van psychopathie.
Na langdurig verblijf in de PI Rotterdam, wordt de ter beschikking gestelde op 11 juli 2023 opgenomen op de prepassantenafdeling in het PPC Vught. In de ontslagbrief van het PPC wordt geconstateerd dat de ter beschikking gestelde geneigd is om confrontatie met zijn eigen kwetsbaarheden en weggestopte emoties te vermijden.
De ter beschikking gestelde wordt op 26 februari 2026 opgenomen in FPC [naam instelling] , waar hij moet wennen aan zijn nieuwe leefomgeving. Hij is rustig en conformeert zich over het algemeen aan de regels van de kliniek. Het is vooralsnog wel lastig om een meer verdiepend gesprek te hebben over zijn belevingswereld. Een langdurige behandeling ligt in de lijn der verwachting en het risico op herhaling zonder behandeling is hoog.
De ter beschikking gestelde bevindt zich in de prille beginfase van de behandeling en de huidige periode wordt gebruikt om de ter beschikking gestelde beter te leren kennen, (diagnostisch) onderzoek te doen en te bekijken welke interventies ingezet kunnen worden.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat eerst de delictanalyse zal worden gedaan. Daarna zal stap voor stap het leven van de ter beschikking gestelde en de aanleiding van het delict worden doorgenomen om zo de risicofactoren vast te stellen. Het is van belang dat de ter beschikking gestelde zich openstelt. Indien de ter beschikking gestelde een partnerrelatie krijgt, zal de kliniek dit streng monitoren omdat de risico’s dan oplopen tot matig. In de kliniek is de ter beschikking gestelde bezig met een gevarieerd dagprogramma, omdat maatschappelijke inbedding belangrijk is.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- de ter beschikking gestelde nog altijd lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens; de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat behandeling van de ter beschikking gestelde in de huidige kliniek in februari 2026 is gestart en hij feitelijk nog aan het begin van het traject staat. Er moeten nog veel stappen gezet worden waaronder een diepgaand onderzoek naar de factoren die tot de ernstige delictplegingen hebben geleid. Dit kost tijd en met de instelling is de rechtbank van oordeel dat er nog zeker twee jaren nodig zijn om de vereiste ontwikkeling verantwoord te doorlopen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de ter beschikking gestelde zich zal openstellen voor de behandeling.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en I. Bouhdan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.