ECLI:NL:RBROT:2026:9128

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-150023-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens voortgezet risico op gewelddadig gedrag

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 juni 2026 besloten de terbeschikkingstelling van de ter beschikking gestelde, opgelegd wegens poging tot doodslag, te verlengen met één jaar. De maatregel was aanvankelijk gelast op 28 mei 2023 en eerder verlengd tot juni 2026.

De beslissing volgt op een vordering van het openbaar ministerie en adviezen van een psychiater en de reclassering. De psychiater constateerde een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische trekken, een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek in remissie. Het risico op gewelddadig gedrag is laag tot matig in klinische setting, maar stijgt in ambulante context door terugval in middelengebruik. De reclassering bevestigde de terugval en benadrukte de noodzaak van voortzetting van de maatregel.

Op de terechtzitting gaf de officier van justitie mondeling aan de terbeschikkingstelling met één jaar te willen verlengen, in afwijking van het schriftelijke verzoek tot twee jaar. De ter beschikking gestelde en zijn raadsman steunden eveneens een verlenging van één jaar. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen, maar dat gezien de positieve stappen een termijn van één jaar passend is. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de ter beschikking gestelde zich blijft inzetten voor het resocialisatietraject.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar wegens aanhoudend risico op gewelddadig gedrag.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-150023-21
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde](hierna: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1987,
feitelijk verblijvende op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. D.C.O. Ayinla, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 16 maart 2022 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 28 mei 2023.
Bij beslissing van deze rechtbank van 10 juni 2025 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 13 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam deskundige] , werkzaam als reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies psychiater
Psychiater [naam psychiater] adviseert in het rapport, gedateerd 1 februari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische trekken. Hij functioneert op het niveau van een licht verstandelijk beperkte. Daarnaast lijdt hij aan verslavingsproblematiek, waarbij er gesproken kan worden van een stoornis in het gebruik van alcohol en cocaïne alsook een gokstoornis, allemaal in remissie in een gereguleerde omgeving.
Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit de problematiek van de ter beschikking gestelde. Ten tijde van het indexdelict speelde zijn gebrekkige gewetensfunctie een rol, waarbij de ter beschikking gestelde onvoldoende van binnenuit begrensd werd. Het gebruik van middelen maakte dat hij toen nog minder innerlijke remmingen had. Het beloop van de tbs-maatregel heeft laten zien dat het betrokkene binnen een klinische setting lukt om abstinent te blijven van middelen. Betrokkene is echter in de context van begeleid wonen (in april 2024 en in het najaar 2025) teruggevallen in middelengebruik. Binnen een klinische context kan worden gesproken van een laag tot laag/matig risico op gewelddadig gedrag. Binnen een ambulante context stijgt de kans op middelengebruik, wat op zijn beurt het risico op gewelddadig gedrag omhoogstuwt. Het risico op gewelddadig gedrag in de ambulante context wordt vooralsnog als laag/matig ingeschat. Als de tbs-maatregel plotseling zou wegvallen, zal het risico op gewelddadig of crimineel gedrag oplopen tot hoog. Voortzetting van de lopende maatregel is nodig voor het risicomanagement.
De ter beschikking gestelde bevindt zich aan het begin van een resocialisatietraject. Gelet hierop en gelet op de noodzaak van voorzichtigheid en forensische scherpte, alsook gelet op de stappen die nog moeten worden gezet, ligt het in de rede om te adviseren de huidige maatregel met twee jaar te verlengen. Vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn licht verstandelijke beperking heeft de ter beschikking gestelde, doelen nodig die hij kan overzien. Hij is gebaat bij een tastbaarder perspectief. Daarom zou de rechtbank kunnen overwegen om de stand van zaken met betrekking tot het resocialisatietraject over een jaar te toetsen. Het is echter niet reëel te verwachten dat het traject binnen een jaar afgerond zal zijn.
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 19 maart 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde verbleef van 14 november 2024 tot 29 juli 2025 op de FPA Fivoor te Poortugaal. Deze behandeling werd positief afgesloten en hij zette zijn resocialisatie voort binnen Beschermd Wonen Fonteynenburg te Voorburg. Aanvankelijk ging het goed, totdat de ter beschikking gestelde op 25 augustus 2025 zijn eerste positieve urinecontrole op cocaïne inleverde. Op 1 en 4 september 2025 leverde hij wederom positieve urinecontroles in en hij ontving een officiële waarschuwing. Op 24 november 2025 werd de reclassering benaderd door BW Fonteynenburg met de melding dat de ter beschikking gestelde onder invloed van alcohol aanwezig was. Er werd een time-out opname aangevraagd en de ter beschikking gestelde werd per 10 december 2025 opgenomen bij het AFZ van Fivoor te Poortugaal.
Op 31 januari 2026 is de ter beschikking gestelde geplaatst bij [instelling 1] te [locatie] , waar hij nog steeds verblijft. Vanuit deze BW wordt bekeken hoe de resocialisatie opnieuw vorm kan worden gegeven. De ter beschikking gestelde komt nu stabiel en rustig over.
Het is niet realistisch om te denken dat de resocialisatie binnen een jaar is afgerond. Echter, gezien de motivatie van de ter beschikking gestelde is het overwegenswaardig om over een jaar een toetsmoment bij de rechtbank te laten plaatsvinden.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [naam deskundige] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, heeft het reclasseringsadvies op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde hopelijk terecht kan bij [instelling 2] in [plaats] . Het is onduidelijk in welke fase van het traject de ter beschikking gestelde volgend jaar zit. Vorig jaar is de spanning opgelopen en eerst ontkende hij dat hij middelen had gebruikt; later bleek echter dat hij een terugval heeft gehad. Nu heeft de ter beschikking gestelde ventilerende gesprekken met zijn psycholoog. Er is wel werk aan de winkel. Bij de vorige resocialisatiepoging was ook sprake van een terugval. De deskundige ziet echter – in afwijking van het reclasseringsadvies – geen zwaarwegende bezwaren tegen een eventuele verlenging van de tbs-maatregel voor de duur van een jaar.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft mondeling – in afwijking van haar schriftelijke vordering – geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
  • de ter beschikking gestelde nog altijd lijdt een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens
  • de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
Uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar, indien aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. In dit geval ziet de rechtbank aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De ter beschikking gestelde zet goede stappen en de rechtbank spreekt de hoop uit dat de ter beschikking gestelde zich in blijft zetten in het resocialisatietraject.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één)jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en I. Bouhdan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.