ECLI:NL:RBROT:2026:9134

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-181613-25, 10-190809-25, 10-155138-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mensenhandel en vervaardigen, bezitten en verspreiden van kinderporno met minderjarige slachtoffers

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van mensenhandel met vijf minderjarige slachtoffers, allen Oekraïense vluchtelingen, en het vervaardigen, bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. De feiten vonden plaats tussen augustus 2024 en juni 2025 in Maassluis, Rotterdam en elders in Nederland.

De bewezenverklaring omvat het werven, vervoeren, overbrengen en seksuele uitbuiting van vier minderjarige vrouwelijke slachtoffers en één minderjarig mannelijk slachtoffer. De verdachte werkte hierbij nauw samen met zijn broer. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte een gewoonte had gemaakt van het vervaardigen en verspreiden van kinderporno, waaronder heimelijke opnamen gemaakt met camera’s in de woning van de vader van verdachte.

De rechtbank achtte de feiten zeer ernstig vanwege de kwetsbare positie van de slachtoffers, de seksuele uitbuiting en het misbruik van afhankelijkheid. De straf is gebaseerd op oriëntatiepunten binnen de rechtspraak en bedraagt 50 maanden gevangenisstraf. Tevens werden verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer van diverse voorwerpen bevolen. De benadeelde partijen werden deels in hun schadevergoeding toegewezen, met hoofdelijk aansprakelijkheid van verdachte en zijn mededader.

De rechtbank hield rekening met de jonge leeftijd van verdachte, zijn proceshouding en spijtbetuigingen. De straf wijkt af van de eis van het Openbaar Ministerie, die 10 jaar gevangenisstraf vorderde. De uitspraak werd gedaan op 27 juli 2026 door de meervoudige kamer in Dordrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 50 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van mensenhandel en vervaardigen, bezitten en verspreiden van kinderporno met minderjarige slachtoffers.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummers: 10-181613-25, 10-190809-25, 10-155138-26
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Datum zitting: 8 en 27 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] )
ingeschreven op het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.R. Stolk
Officier van justitie: mr. T.J. Lindhout
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3]
, [benadeelde partij 4]
Advocaat van de benadeelde partijen: mr. M.L. Hoogendoorn
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van mensenhandel, gepleegd in vereniging met zijn broer [medeverdachte] . In de zaak met parketnummer 10-181613-25 ziet de beschuldiging op de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . In de zaak met parketnummer 10-190809-25 ziet de beschuldiging op het slachtoffer [slachtoffer 4] . Tenslotte ziet de beschuldiging in de zaak met parketnummer 10-155138-26 onder feit 1 op slachtoffer [slachtoffer 5] . Onder feit 2 van die dagvaarding beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 en is van een doorlopende nummering voorzien. Die nummering wordt in de rest van het vonnis aangehouden, terwijl daarbij steeds ook zal worden verwezen naar het parketnummer. De zaken met de voornoemde parketnummers zijn ter zitting gevoegd.
De beschuldiging is grotendeels bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren staan in hoofdstuk 2.
De bewijsmiddelen staan in bijlage 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 50 maanden. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straf wordt opgelegd.
In hoofdstuk 5 staan de beslissingen over de inbeslaggenomen goederen.
De benadeelde partijen hebben vorderingen tot schadevergoeding ingediend. De vorderingen worden (deels) toegewezen. In hoofdstuk 6 wordt deze beslissing uitgelegd.
In hoofdstuk 8 staan alle beslissingen.
1.
Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) staat in bijlage 1.
2.
Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 4 (te weten het medeplegen van seksuele uitbuiting van vier minderjarige vrouwelijke slachtoffers, genaamd [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en één minderjarig mannelijk slachtoffer [slachtoffer 4] , en het vervaardigen, het bezit en het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen) waarbij voor feit 2 (het minderjarige mannelijke slachtoffer [slachtoffer 4] ) niet bewezen kan worden dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de kinderpornografische afbeeldingen die zijn aangetroffen op een USB-stick die in de woning van de vader van de verdachte in Maassluis is aangetroffen. Er verbleven immers meerdere mensen in de woning. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover het niet weerlegd wordt door de bewijsmiddelen, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3
Uit de bewijsmiddelen volgt dat wettig en overtuigend bewezen is, dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van seksuele uitbuiting van vier minderjarige vrouwelijke slachtoffers, genaamd [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en één minderjarig mannelijk slachtoffer [slachtoffer 4] .
Ten aanzien van de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 5] (feit 3, 10-155138-26, feit 1) kan niet bewezen worden dat de verdachte dat samen met een ander heeft gepleegd zodat de verdachte partieel zal worden vrijgesproken van het medeplegen. Voor overige feiten geldt dat hij dat in vereniging met zijn broer en medeverdachte, [medeverdachte] , heeft gedaan.
Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, wordt ook bewezen verklaard dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van slachtoffer [slachtoffer 4] (feit 2, 10-190809-25). Bewezen is verklaard dat de verdachten ook ten aanzien van de uitbuiting van dat slachtoffer nauw en bewust hebben samengewerkt. Voor een veroordeling voor medeplegen is niet vereist dat wordt vermeld of en zo ja welke feitelijke handelingen de verdachte zelf dan wel zijn mededader heeft verricht. Niet valt in te zien waarom dat voor het onderdeel opzettelijk voordeel trekken anders zou zijn.
Aanvankelijk stond in feit 1 (10-181613-25) van de beschuldiging een pleegperiode die aanving op 27 mei 2025. De tenlastelegging is later gewijzigd waarbij ook de aanvang van de pleegperiode is gewijzigd, naar 1 september 2024. Aan de wijziging ligt een vermelding in een proces-verbaal ten grondslag. [1] In dat proces-verbaal worden heimelijk opgenomen camerabeelden van 1 september 2024 beschreven. In dat proces-verbaal staat vermeld dat slachtoffer [slachtoffer 3] op die beelden wordt herkend. Echter, gelet op de overige inhoud van het dossier blijkt dat niet slachtoffer [slachtoffer 3] op die beelden staat, maar slachtoffer [slachtoffer 5] . De rechtbank ziet gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen aanleiding om de pleegperiode aan te laten vangen op 26 mei 2025.
2.3.2.
Bewijsmotivering ten aanzien van feit 4 (10-155138-26, feit 2)
De onderzoeken Jacht en Avisojacht zien voornamelijk op de verdenking van mensenhandel van meerdere minderjarige slachtoffers. Tijdens het onderzoek naar de strafbare feiten zijn op verschillende plekken gegevensdragers in beslag genomen; bijvoorbeeld uit een Toyota Aygo, onder de verdachte, in de woning van de vader van de verdachte in Maassluis en in de woning van de verdachte in Rotterdam.
In de woning in Maassluis zijn camera’s aangetroffen waar heimelijke opnamen mee zijn gemaakt. Beelden van die geheime camera’s zijn aangetroffen op de telefoon van de verdachte en op een desktopcomputer en laptop waarvan is geconcludeerd dat de verdachte daarvan de hoofdgebruiker is. Op die beelden is materiaal zichtbaar dat als kinderpornografisch is geclassificeerd omdat de minderjarige slachtoffers uit beide onderzoeken daarop te zien zijn terwijl zij seksuele handelingen uitvoeren en/of zelf naakt zijn. Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen kan feit 4 ten aanzien van dat materiaal bewezen worden verklaard. De eerste opnamen zijn op 30 augustus 2024 gemaakt en de opnamen waren ten tijde van de aanhouding op 12 juni 2025 nog in bezit van de verdachte.
Los van dat materiaal dat in de woning in Maassluis is vervaardigd, is op tien gegevensdragers ook ander kinderpornografisch materiaal aangetroffen. In het onderzochte deel van het materiaal zijn 1.387 kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Uit de 1.387 afbeeldingen zijn door de politie 32 afbeeldingen geselecteerd omdat die als een representatieve doorsnede van het materiaal zijn aangeduid. Die 32 afbeeldingen zijn opgenomen in een toonmap.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de tekst van de tenlastelegging op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. De tenlastelegging rept immers over drie gegevensdragers, te weten de Apple iPhone 15 Pro Max, een desktopcomputer en een Samsung-laptop, waarop het kinderpornografische materiaal zou zijn aangetroffen, echter de afbeeldingsnummers die in de tenlastelegging worden genoemd, zijn deels op andere gegevensdragers aangetroffen. Hierdoor ontstaat, in combinatie met hoe de tenlastelegging verder is opgesteld, omdat zowel de oude wetgeving als de huidige wetgeving daarin is vermeld, onduidelijkheid over hoe die tenlastelegging moet worden gelezen. Deze onduidelijkheid kan niet voor rekening van de verdachte komen. De verdachte zal om die reden partieel worden vrijgesproken van de afbeeldingen die in de toonmap zijn opgenomen. Dat geldt dus ook voor het materiaal (afbeeldingnummers 4 tot en met 13) dat op de USB-stick staat die de in de woning in Maassluis in beslag is genomen.
Pleegperiode
De opsteller van de tenlastelegging lijkt voor wat betreft het begin van de pleegperiode van feit 4 (10-155138-26, feit 2) te zijn aangesloten bij de creatiedata van de 32 afbeeldingen die in de toonmap zijn opgenomen. De rechtbank ziet vanwege de partiele vrijspraak met betrekking tot die afbeeldingen aanleiding om de pleegperiode te beperken. In het voordeel van de verdachte zal daarom voor wat betreft de aanvang van de pleegperiode worden aangesloten bij 30 augustus 2024, de datum waarop de eerste heimelijke opnamen van de slachtoffers in onderzoek Avisojacht zijn gemaakt.
Nu de wetgeving op 1 juli 2024 is veranderd en de tenlastelegging met betrekking tot de afbeeldingen op de genoemde gegevensdragers toegespitst lijkt te zijn op de oude wetgeving, kan de rechtbank niet komen tot een strafbare bewezenverklaring van die afbeeldingen. De verdachte zal dus partieel worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging.
2.3.3.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, deels in vereniging gepleegd en dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen, in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [2] en de bewijsmotivering.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1. (10-181613-25)
hij, op tijdstippen in de periode van 26 mei 2025 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, anderen, genaamd
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010 te [geboorteplaats 2] ),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011 te [geboorteplaats 3] ),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008 te [geboorteplaats 4] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
(artikel 273f lid 1 sub 2°)
en
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
(artikel 273f lid 1 sub 5°)
en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de
leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt,
en waarbij "handelingen" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en
- het regelen van een werkplek voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- het vervoeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een werkplek en
- het geven van uitleg en instructie aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en
- het ter beschikking stellen van een telefoon met camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

2.(10-190809-25)

hij, op tijdstippen in de periode van 29 mei 2025 tot en met 10 juni 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008 te [geboorteplaats 5] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 4] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, waarbij "handelingen" (zoals genoemd onder 2) (onder meer) hebben bestaan uit:- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer websites waarin die [slachtoffer 4] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en - het onderhouden van contacten met en het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klanten voor die [slachtoffer 4] en het maken van afspraken met die (potentiële) klanten over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en de daarvoor te betalen bedragen;- het regelen van een werkplek voor die [slachtoffer 4] en - het vervoeren en/of begeleiden van die [slachtoffer 4] naar een werkplek en - het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 4] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en - het (laten) maken van foto’s van die [slachtoffer 4] ten behoeve van één of meer advertenties op een of meer websites voor het aanbieden van prostitutiewerkzaamheden en - het, ter bescherming, aanwezig zijn in de woning waar de prostitutiewerkzaamheden met (prostitutie)klanten plaatsvond;

3.(10-155138-26, feit 1)

hij, op tijdstippen in de periode van 30 augustus 2024 tot en met 8 oktober 2024 te Maasluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, een ander, genaamd
- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] -2007 te [geboorteplaats 6] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 5] , terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt(artikel 273f lid 1 sub 2°)
en
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 5] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt(artikel 273f lid 1 sub 5°)
en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin [slachtoffer 5] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en - het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 5] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en - het regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 5] en - het vervoeren van die [slachtoffer 5] naar een of meerdere werkplek(ken) en - het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 5] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten (erotische) massages en - het ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 5] ;

4. (10-155138-26, feit 2).

hij, in de periode van 30 augustus 2024 tot en met 12 juni 2025, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008) en [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] -2007) en [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008) was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of in bezit heeft gehad
te weten een of meerdere foto’s en/of video’s en/of films en/of gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (merk/type Apple iPhone 15 Pro Max) en/of een desktopcomputer (SIN-nummer: AAPI5179NL) en/of een laptop (merk Samsung) waarop te zien is dat:
een persoon oraal, vaginaal wordt gepenetreerd met een penis
en het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die/een persoon wordt/worden aangeraakt met een vinger/hand
en
het geslachtsdeel van een ander persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en
een persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt
en
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die/een persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die/een persoon sperma wordt gespoten
en/ofbij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
3. kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 (10-181613-25)
mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd;
Feit 2 (10-190809-25)
mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
Feit 3 (10-155138-26, feit 1)
mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
Feit 4 (10-155138-26, feit 2)
een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking,
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden/vervaardigen/in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4.
Straf
4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 tot en met 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de door de officier van justitie gevorderde straf disproportioneel is.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel en heeft een gewoonte gemaakt van het vervaardigen, bezitten en verspreiden van kinderporno. De verdachte heeft vijf minderjarigen in de prostitutie gebracht en daar vervolgens van geprofiteerd. Ten aanzien van vier kinderen heeft hij samengewerkt met zijn broer. De jonge slachtoffers, Oekraïense vluchtelingen, verkeerden allen in een kwetsbare positie, hadden in Nederland geen solide netwerk en waren vanwege de taal afhankelijk van de verdachte en de medeverdachte. Van deze afhankelijke positie, waarvan de verdachte zich maar al te bewust was, heeft hij, samen met zijn broer, grof misbruik gemaakt. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.
Seksuele uitbuiting van minderjarigen is een zeer ernstig feit. Minderjarigen moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Om die reden is de opmerking van de verdachte dat de slachtoffers het zelf hebben gewild, tekenend voor zijn houding en onvermogen in te zien dat minderjarigen juist beschermd dienen te worden. Minderjarigen behoeven zo veel mogelijk bescherming en inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en seksuele integriteit rechtvaardigen een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Ten aanzien van de relevante omstandigheden geldt dat sprake was van een betrekkelijk korte pleegperiode. De slachtoffers waren in de leeftijd tussen de 13 en 17 jaar. Bij één van de slachtoffers is het bij het oogmerk van uitbuiting gebleven. De andere minderjarigen zijn allen daadwerkelijk fysiek seksueel uitgebuit. Eén van de jonge slachtoffers heeft seksuele handelingen met vaginale penetratie moeten ondergaan en heeft in een tijdsbestek van een paar dagen een aanzienlijk aantal klanten gehad.
Bij alle slachtoffers lijkt sprake te zijn geweest van een glijdende schaal waarbij de handelingen steeds verder gingen. Een deel van de slachtoffers werd door de broers ‘in dienst genomen’ om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten en later om vapes te verkopen. Later werden de slachtoffers er toe gebracht gedragen ondergoed te verkopen via een website en vervolgens werden de slachtoffers door de broers in een situatie gebracht, waarbij het gedragen ondergoed door henzelf aan de klant werd overhandigd. Daarbij gebeurde het niet zelden dat de klant zichzelf bevredigde in het bijzijn van een slachtoffer. Daarna werden de slachtoffers ingezet bij het masseren van klanten, waarbij ook seksuele handelingen moesten worden verricht of getolereerd.
Het berichtenverkeer tussen de verdachten en de slachtoffers had een duidelijk manipulatief karakter waardoor slachtoffers steeds verder werden gebracht. Verwerpelijk is ook dat het kwetsbare, drugsverslaafde mannelijk slachtoffer verliefd was op de medeverdachte, de broer van verdachte, en dat de verdachten dit gegeven hebben misbruikt om dit minderjarige slachtoffer in te zetten in de prostitutie.
Geconcludeerd kan worden dat de slachtoffers niet met geweld of bedreiging zijn gedwongen, maar met woorden zijn ingepalmd. Dit geldt te meer voor de vrouwelijke slachtoffers, waarvan een deel verliefd waren op de verdachte. Uit de notities van verdachte ontstaat de indruk dat verdachte bezig was met het uitwerken van plannen om geld te verdienen, mede geïnspireerd op de ideeën van Andrew Tate. De bewezenverklaarde handelingen lijken hier ook naadloos bij aan te sluiten. Er is doelgericht gewerkt aan een verdienmodel over de rug van minderjarigen. Uit de ingediende vorderingen van vier van de minderjarigen volgt dat zij allen nog steeds last hebben van de gevolgen van het gebeurde.
Ook vindt de rechtbank het zeer kwalijk dat van de slachtoffers in de ‘werkkamer’ heimelijk opnamen zijn gemaakt. Dat levert – naast dat zij hiermee opnieuw in hun lichamelijke integriteit werden aangetast – het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal op. Uit het dossier blijkt dat enkele beelden in beperkte mate zijn verspreid. Het is inmiddels een feit van algemene bekendheid dat het langdurig circuleren van dit soort materiaal op internet en sociale media niet of nauwelijks kan worden tegengegaan en dat slachtoffers daarvan nog heel lang de schadelijke gevolgen kunnen ondervinden.
Alles afwegend is gebleken dat de verdachte een leidende, plannende en controlerende rol heeft vervuld bij het uitvoeren van deze strafbare feiten, zeker als het contact met zowel de minderjarigen als de klanten daarbij wordt meegewogen.
In het voordeel van de verdachte wordt rekening gehouden met zijn jonge leeftijd en zijn proceshouding. Hij heeft meermalen spijt betuigd tijdens de behandeling ter terechtzitting.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 4 februari 2026 staat het volgende. Voor zijn arrestatie had verdachte een werkeloosheidsuitkering. Hij werkte op projectbasis als kraanmachinist bij een scheepsbouwer. Ook had hij een inkomen uit zijn schoonmaakbedrijf en inkomsten vanuit bijvoorbeeld het verkopen van slipjes en vapes. Er zijn schulden en boetes, zowel vanuit het CJIB als vanuit de gemeente. Na zijn detentie kan hij weer bij de scheepsbouwer gaan werken. In de PI volgt hij een opleiding bedrijfskunde omdat hij een eigen bedrijf wil gaan beginnen. Er kunnen geen concrete uitspraken worden gedaan over delict gerelateerde factoren en er kan geen verband worden gelegd tussen de tenlastelegging en de diverse leefgebieden. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf aangewezen. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Er is sprake van het seksueel uitbuiten van vijf minderjarigen, ieder voor een relatief korte periode. Bij drie van de minderjarigen was sprake van orale en vaginale penetratie. De overige seksuele handelingen zijn minder vergaand geweest. De overige omstandigheden passen bij een situatie zoals genoemd in categorie I van de oriëntatiepunten. Vanwege de minderjarigheid van de slachtoffers vallen de handelingen echter onder een ander oriëntatiepunt. De rechtbank ziet in de korte periode, de minder vergaande handelingen, de afwezigheid van fysiek geweld en de mate van invloed van de minderjarigen zelf reden om aan te sluiten bij omschrijving C sub 2, te weten 9 maanden gevangenisstraf per slachtoffer. Vanwege de heimelijke kinderpornografische beelden en de incidentele verdergaande seksuele handelingen komt de rechtbank uiteindelijk tot een gevangenisstraf van 50 maanden.
Deze straf wijkt in sterke mate af van de eis van de officier van justitie, gebaseerd op richtlijnen van het Openbaar Ministerie. De rechtbank heeft met bovenstaande uitleg inzicht gegeven in hoe zij op basis van de oriëntatiepunten van de rechtspraak en uitspraken in soortgelijke zaken komt tot de op te leggen straf.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5.
In beslag genomen voorwerpen
5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat van de in beslag genomen voorwerpen een geldbedrag van duizend euro, een Toyota Aygo, twee zwarte schriften, een notitieblok en een notitieboek worden verbeurd verklaard en dat drie mobiele telefoons en een USB-stick worden onttrokken aan het verkeer.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
5.2.1.
Verbeurdverklaring
Het geldbedrag is vatbaar voor verbeurdverklaring. Het geldbedrag is grotendeels uit de baten van de strafbare feiten verkregen en behoort aan de verdachte toe. Als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 3 wordt het in beslag genomen geldbedrag van
€ 1.000,- daarom verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte.
5.2.2.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank beslist dat de in beslag genomen drie mobiele telefoons en USB-stick worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet omdat er kinderpornografisch materiaal op die voorwerpen is aangetroffen en dat strafbare feit is met betrekking tot de drie mobiele telefoons gepleegd.
De USB-stick is tijdens het onderzoek naar de strafbare feiten aangetroffen en kan dienen tot het plegen of de voorbereiding van soortgelijke feiten.
5.2.3.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen Toyota Aygo aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [naam] . De twee in beslag genomen zwarte schriften, het notitieblok en het notitieboek worden teruggegeven aan de verdachte.
6.
Vorderingen van de benadeelde partijen
6.1.
Vorderingen
[benadeelde partij 1]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 (10-181613-25) € 300,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 2]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 (10-181613-25) € 220,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 3]
heeft als benadeelde partij voor feit 2 (10-190809-25) € 50,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 4]
heeft als benadeelde partij voor feit 3 (10-155138-26, feit 1) € 950,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De posten van de benadeelde partijen die zien op de materiële schade komen voor vergoeding in aanmerking. Datzelfde geldt voor de gevorderde immateriële schade door de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] , zodat die vorderingen integraal kunnen worden toegewezen. De door [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gevorderde immateriële schade dient te worden gematigd naar € 7.000,- per persoon.
De vorderingen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd en de verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partijen moeten niet-ontvankelijk verklaard worden in hun vordering, omdat de vorderingen te laat zijn ingediend.
Subsidiair moet het bedrag voor immateriële schade zwaar worden gematigd naar maximaal € 1.000,- per persoon waarbij vervolgens moet worden gekeken naar het aantal klanten dat de benadeelde partij heeft ontvangen. Iemand die één klant heeft ontvangen zou niet hetzelfde bedrag moeten ontvangen als iemand die dertien klanten heeft ontvangen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Ontvankelijkheid
Door de verdediging is bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen omdat de vorderingen te laat zijn ingediend. De rechtbank heeft in het proces-verbaal van de zitting van 19 mei 2026 immers verzocht om eventuele verzoeken tot schadevergoeding uiterlijk twee weken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van 8 juli 2026 in te dienen. Aan die termijn is niet voldaan omdat de vorderingen op 6 juli 2026 zijn ingediend. Voor de verdediging was het daardoor niet mogelijk om de vorderingen nog met de verdachte te bespreken en voor te bereiden.
Door de advocaat van de benadeelde partijen is toegelicht dat zij het dossier pas na het laatste getuigenverhoor dat op 1 juli 2026 heeft plaatsgevonden, heeft ontvangen. Daardoor was het niet mogelijk om gehoor te geven aan het verzoek van de rechtbank om de vorderingen uiterlijk twee weken voor de inhoudelijke behandeling in te dienen.
Vooropgesteld wordt dat de genoemde termijn een verzoek betrof omdat vorderingen gelet op het bepaalde in artikel 51g van de Wetboek van Strafvordering tot aan het requisitoir kunnen worden ingediend.
De rechtbank heeft een afweging gemaakt tussen de verschillende belangen van de procesdeelnemers. Aanhouding van de inhoudelijke behandeling vanwege de late indiening van de vorderingen was wat de rechtbank betreft nadrukkelijk geen optie. Verder weegt zwaar mee dat de raadsvrouw van de benadeelde partij pas in een laat stadium de beschikking heeft gekregen over de stukken uit het procesdossier. Voorts stelt de rechtbank vast dat de vorderingen eenvoudig van aard zijn, althans niet dusdanig complex dat de verdediging zich daar in de resterende tijd voorafgaand aan (of eventueel tijdens) de zitting redelijkerwijs niet goed op heeft kunnen voorbereiden. De rechtbank verwerpt het verweer en is van oordeel dat de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in de vorderingen.
6.4.2.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen rechtstreeks materiële schade hebben geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen worden daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte als vergoeding van materiële schade moet betalen:
  • € 300,- aan de [benadeelde partij 1] ;
  • € 220,- aan de [benadeelde partij 2] ;
  • € 50,- aan de [benadeelde partij 3] ;
  • € 950,- aan de [benadeelde partij 4] .
6.4.3.
Immateriële schade
De benadeelde partijen die schade hebben gevorderd hebben allen (ook) immateriële schade gevorderd.
In artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) staat een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. In het onderhavige geval spitsen de vorderingen zich toe op een ‘aantasting in de persoon op andere wijze’. Van een dergelijke aantasting in de persoon is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In een dergelijk geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit laatste acht de rechtbank in de onderhavige zaak overduidelijk van toepassing, zodat de rechtbank vaststelt dat een grond voor vergoeding aanwezig is.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] hebben aldus rechtstreeks immateriële schade geleden omdat zij op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. De rechtbank heeft bij het begroten van de schade rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Gelet op de door de [benadeelde partij 4] uitgevoerde seksuele handelingen en het aantal klanten zal rekening houdend met de aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde, de schade naar maatstaven van billijkheid voor [benadeelde partij 4] worden begroot op € 10.000,-. Voor de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] zal de schade worden begroot op € 7.500,-. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen in het resterende deel niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.4.4.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten 1 (10-181613-25) en 2 (10-190809-25) waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
6.4.5.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de laatste datum van de pleegperiode: 12 juni 2025 voor [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , 10 juni 2025 voor [benadeelde partij 3] en 8 oktober 2024 voor [benadeelde partij 4] .
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. De maximale duur van de gijzeling bedraagt voor de benadeelde:
  • [benadeelde partij 1] maximaal 64 dagen;
  • [benadeelde partij 2] maximaal 63 dagen;
  • [benadeelde partij 3] maximaal 62;
  • [benadeelde partij 4] maximaal 79 dagen.
De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7.
Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen en maatregelen is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 57, 252, 254 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.
8.
Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 (10-181613-25), 2 (10-190809-25), 3 (10-155138-26, feit 1) en 4 (10-155138-26, feit 2), zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 50 (vijftig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 (10-181613-25), 2 (10-190809-25) en 3 (10-155138-26, feit 1) een geldbedrag van € 1.000,- (860636);
- verklaart voor feit 4 (10-155138-26, feit 2) onttrokken aan het verkeer:
o mobiele telefoon, Apple iPhone (6974987);
o mobiele telefoon, Apple iPhone (6974979);
o mobiele telefoon, Samsung (6974978);
o een USB-stick (860899);
- beveelt de teruggave van twee zwarte schriften, een notitieblok en een beige notitieboek aan de verdachte (859655, 859656, 860896, 860616);
- beveelt de teruggave van de Toyota Aygo (5696582) aan de rechthebbende [naam] ;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 1]
(feit 1 (10-181613-25)), te betalen een bedrag van € 7.800,- (zevenduizend achthonderd euro), bestaande uit € 300,- als vergoeding van materiële schade en € 7.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 (10-181613-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 1] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 1 (10-181613-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 7.800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
64 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 1] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 2] (feit 1 (10-181613-25)), te betalen een bedrag van € 7.720,- (zevenduizend zevenhonderdtwintig euro), bestaande uit € 220,- als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 (10-181613-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 2] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 1 (10-181613-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 7.720,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
63 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 2] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 3]
(feit 2 (10-190809-25)), te betalen een bedrag van € 7.550,- (zevenduizend vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit € 50,- als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf
10 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 2 (10-190809-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 3] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 2 (10-190809-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 3] aan de staat
€ 7.550,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 3] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 4]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 4] (feit 3 (10-155138-26, feit 1)), te betalen een bedrag van € 10.950,- (tienduizend negenhonderdvijftig euro), bestaande uit € 950,- als vergoeding van materiële schade en € 10.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 8 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 4] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 3 (10-155138-26, feit 1)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 4] aan de staat
€ 10.950,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
79 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de [benadeelde partij 4] of aan de staat heeft vergoed.
9.
Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,
en mrs. E. Boersma en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 juli 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
1. (10-181613-25)
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer anderen, genaamd
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010 te [geboorteplaats 2] ),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011 te [geboorteplaats 3] ),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008 te [geboorteplaats 4] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 2°)
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 5°)
en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de
leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]
werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of
- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- het (laten) vervoeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het ter beschikking stellen van een (telefoon met) camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

2.(10-190809-25)

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2025 tot en met 10 juni 2025 te Rotterdam en/of Spijkenisse en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008 te [geboorteplaats 5] )
(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 4] heeft,
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 4] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, waarbij die dwang en/of dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of de misleiding en/of misbruik van voortvloeiend overwicht en/of van kwetsbare positie heeft/hebben bestaan uit:- het door die [slachtoffer 4] laten uitvoeren van prostitutiewerkzaamheden terwijl die [slachtoffer 4] de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of minderjarig was, althans die [slachtoffer 4] zich beschikbaar te laten stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 4] de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of minderjarig was en/of- het zich op een liefdevolle en/of manipulerende manier/wijze tegen die [slachtoffer 4] te uiten en/of te gedragen waardoor die [slachtoffer 4] gevoelens van verliefdheid ontwikkelde voor verdachte en/of- (gebruik makend van de gevoelens van die [slachtoffer 4] voor verdachte) die [slachtoffer 4] te bewegen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, althans die [slachtoffer 4] zich beschikbaar te laten stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en/of- het ter beschikbaar stellen van drugs, waaronder XTC, aan die [slachtoffer 4] voor (het vergemakkelijken van) het verrichtten van de prostitutiewerkzaamheden en/ofen waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer websites waarin die [slachtoffer 4] werdaangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 4] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 4] en/of- het (laten) vervoeren en/of begeleiden van die [slachtoffer 4] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of (prostitutie)klanten en/of- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 4] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of- het (laten) maken van foto’s van die [slachtoffer 4] ten behoeve van één of meer advertenties op een of meer websites voor het aanbieden van prostitutiewerkzaamheden en/of- het, ter bescherming, aanwezig zijn in de woning en/of op een werkplek waar de prostitutiewerkzaamheden met (prostitutie)klanten plaatsvond;

3.(10-155138-26, feit 1)

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 augustus 2024 tot en met 8 oktober 2024 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer anderen, genaamd
- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] -2027 te [geboorteplaats 6] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 5] , terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt(artikel 273 f lid 1 sub 2°)
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 5] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt(artikel 273 f lid 1 sub 5°)
en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin [slachtoffer 5] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 5] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 5] en/of- het (laten) vervoeren van die [slachtoffer 5] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 5] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en/of- die [slachtoffer 5] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of- het ter beschikking stellen van een (telefoon met) camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 5] ;

4.(10-155138-26, feit 2)

hij, in of omstreeks de periode van 19 augustus 2018 tot en met 12 juni 2025 te Maasluis en/of Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, te weten een of meerdere onbekende personen, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
in de periode van 30 augustus 2024 tot en met 12 juni 2025, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011) en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008) en/of [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] -2007) en/of [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008) was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken
heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
vervaardigd en/of
in bezit heeft gehad
te weten een of meerdere foto’s en/of video’s en/of films en/of gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (merk/type Apple Iphone 15 Pro Max) en/of een desktopcomputer (SIN-nummer: AAPl5179NL) en/of een laptop (merk Samsung) waarop te zien is dat:
die/een persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis(onder meer afbeeldingnummers 03, 05, 07, 08, 12, 13, 25, 26, 28 benoemd het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal)en/ofhet geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die/een persoon wordt/worden aangeraakt met een vinger/hand en/of mond/tong
en/of
het geslachtsdeel van een ander persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die/een persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt (afbeeldingnummers 02, 06, 11, 16, 17, 18, 19, 23, 24 benoemd in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal)
en/of
die/een persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die/een persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die/een persoon in beeld worden gebracht(afbeeldingsnummers 14, 15, 18, 20, 21, 22, 17, 31, 24 benoemd in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die/een persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die/een persoon sperma wordt gespoten
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden(afbeeldingsnummers 01, 04, 09, 10, 29, 30, 32 benoemd in het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

Voetnoten

1.proces-verbaal met documentcode [documentcode] , pagina 756-765 van Einddossier Avisojacht.
2.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt gedoeld op paginanummers uit de zaaksdossiers Avisojacht of Jacht.