Uitspraak
Tenlastelegging
Bewijs
Vordering van de officier van justitie
Conclusie van de verdediging
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3
Bewijsmotivering ten aanzien van feit 4 (10-155138-26, feit 2)
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Volledige bewezenverklaring
2.(10-190809-25)
3.(10-155138-26, feit 1)
4. (10-155138-26, feit 2).
mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd;
Straf
Ten aanzien van de relevante omstandigheden geldt dat sprake was van een betrekkelijk korte pleegperiode. De slachtoffers waren in de leeftijd tussen de 13 en 17 jaar. Bij één van de slachtoffers is het bij het oogmerk van uitbuiting gebleven. De andere minderjarigen zijn allen daadwerkelijk fysiek seksueel uitgebuit. Eén van de jonge slachtoffers heeft seksuele handelingen met vaginale penetratie moeten ondergaan en heeft in een tijdsbestek van een paar dagen een aanzienlijk aantal klanten gehad.
Het berichtenverkeer tussen de verdachten en de slachtoffers had een duidelijk manipulatief karakter waardoor slachtoffers steeds verder werden gebracht. Verwerpelijk is ook dat het kwetsbare, drugsverslaafde mannelijk slachtoffer verliefd was op de medeverdachte, de broer van verdachte, en dat de verdachten dit gegeven hebben misbruikt om dit minderjarige slachtoffer in te zetten in de prostitutie.
In beslag genomen voorwerpen
Vorderingen van de benadeelde partijen
- € 300,- aan de [benadeelde partij 1] ;
- € 220,- aan de [benadeelde partij 2] ;
- € 50,- aan de [benadeelde partij 3] ;
- € 950,- aan de [benadeelde partij 4] .
- [benadeelde partij 1] maximaal 64 dagen;
- [benadeelde partij 2] maximaal 63 dagen;
- [benadeelde partij 3] maximaal 62;
- [benadeelde partij 4] maximaal 79 dagen.
Wettelijke voorschriften
Beslissingen
gevangenisstraf van 50 (vijftig) maanden;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 7.800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
64 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 7.720,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
63 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 3] aan de staat
€ 7.550,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 4] aan de staat
€ 10.950,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
79 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
Samenstelling rechtbank en ondertekening