ECLI:NL:RBROT:2026:9136

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-181604-25, 10-182749-25, 10-158865-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mensenhandel met seksuele uitbuiting van vier minderjarige Oekraïense vluchtelingen

De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel met seksuele uitbuiting van vier minderjarige slachtoffers, allen Oekraïense vluchtelingen, en vrijspraak uitgesproken voor een vijfde slachtoffer. De bewezenverklaring betreft het werven, vervoeren en uitbuiten van minderjarigen voor prostitutiewerkzaamheden, waarbij de verdachte samenwerkte met zijn broer en een medeverdachte.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte een ondersteunende maar bewuste en nauwe rol had bij de uitbuiting van drie vrouwelijke slachtoffers en een initiërende rol bij het mannelijke slachtoffer. De slachtoffers verkeerden in een kwetsbare positie en werden met manipulatie en afhankelijkheid in de prostitutie gebracht. De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de beperkte rol van de verdachte.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee jaar op, aanzienlijk lager dan de eis van acht jaar, rekening houdend met de korte pleegperiode, de aard van de handelingen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarnaast werden inbeslaggenomen spycamera’s, laptop en telefoon onttrokken aan het verkeer en verbeurd verklaard.

De benadeelde partijen kregen deels schadevergoeding toegewezen voor materiële en immateriële schade, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met zijn mededader. De rechtbank wees de vordering van één benadeelde partij af wegens vrijspraak van het betreffende feit.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van mensenhandel met seksuele uitbuiting van vier minderjarige slachtoffers, vrijspraak voor één slachtoffer, en toekenning van schadevergoedingen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummers: 10-181604-25, 10-182749-25, 10-158865-26
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Datum zitting: 8 en 27 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2004 in [geboorteplaats 1]
ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. S. Lodder
Officier van justitie: mr. T.J. Lindhout
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4]
Advocaat van de benadeelde partijen: mr. M.L. Hoogendoorn
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van mensenhandel, gepleegd samen met zijn broer en [medeverdachte] . In de zaak met parketnummer 10-181604-25 ziet de beschuldiging op de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Primair ziet de beschuldiging in deze zaak op het medeplegen, subsidiair is de beschuldiging dat de verdachte medeplichtig is geweest.
In de zaak met parketnummer 10-182749-25 ziet de beschuldiging op het slachtoffer [slachtoffer 4] , gepleegd in vereniging. Tenslotte ziet de beschuldiging in de zaak met parketnummer 10-158865-26 op slachtoffer [slachtoffer 5] , eveneens gepleegd in vereniging. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 en is van een doorlopende nummering voorzien. Die nummering wordt in de rest van het vonnis aangehouden, terwijl daarbij steeds ook zal worden verwezen naar het parketnummer. De zaken met de voornoemde parketnummers zijn ter zitting gevoegd.
De beschuldiging is gedeeltelijk bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan, de bespreking van de bewijsverweren, en de vrijspraak staan in hoofdstuk 2. De bewijsmiddelen staan in bijlage 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 2 jaar. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straf wordt opgelegd.
In hoofdstuk 5 staan de beslissingen over de inbeslaggenomen goederen.
De benadeelde partijen hebben vorderingen tot schadevergoeding ingediend. De vorderingen worden deels toegewezen. In hoofdstuk 6 wordt deze beslissing uitgelegd.
In hoofdstuk 8 staan alle beslissingen.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) staat in bijlage 1.

2.Bewijs / vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 primair (10-181604-25, te weten het medeplegen van seksuele uitbuiting van drie minderjarige vrouwelijke slachtoffers, genaamd [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) en 2 (10-182749-25, te weten het medeplegen van seksuele uitbuiting van één minderjarig mannelijk slachtoffer [slachtoffer 4] ) en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3 (10-158865-26 te weten het medeplegen van de seksuele uitbuiting van één minderjarig vrouwelijk slachtoffer [slachtoffer 5] ).
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 primair en 1 subsidiair (10-181604-25). Ten aanzien van feit 2 (10-182749-25) is bepleit dat niet bewezen kan worden dat de verdachte geweld of fysieke dwang heeft gebruikt, voor het overige heeft de verdediging zich ten aanzien van dat feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 3 (10-158865-26) is vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak ten aanzien van feit 3 (10-158865-26)
De beschuldiging is ten aanzien van feit 3 (10-158865-26), het medeplegen van de seksuele uitbuiting van het minderjarige vrouwelijk slachtoffer [slachtoffer 5] , niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Bewijsmotivering ten aanzien van feit 2 (10-182749-25)
De rechtbank acht, gelet op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen, het medeplegen van de seksuele uitbuiting van de minderjarige [slachtoffer 4] , destijds 17 jaar, wettig en overtuigend bewezen.
2.3.3.
Bewijsmotivering ten aanzien van feit 1 (10-181604-25)
Door de verdediging is bij pleidooi uitgebreid verweer gevoerd op de veronderstelde samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte ten aanzien van de drie vrouwelijke slachtoffers van feit 1 (parketnummer 10-181604-25). Uit het samenstel van de door verdachte verrichtte handelingen is niet op te maken dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte, zodat de verdachte van het primair ten laste gelegde medeplegen en de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid moet worden vrijgesproken.
De rechtbank verwerpt dat verweer en overweegt daartoe als volgt. Voor haar oordeel over de vraag of medeplegen kan worden bewezen heeft de rechtbank acht geslagen op alle omstandigheden die uit het dossier blijken. De aanwezigheid van de verdachte in de woning is daarbij een sterke aanwijzing voor samenwerking met de medeverdachte, maar alleen aanwezigheid kan daarbij, zoals door de verdediging bepleit, niet doorslaggevend zijn.
Het dossier bevat echter een groot aantal aanwijzingen voor de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. Ten eerste blijkt uit het dossier dat alleen de verdachte de beschikking had over een sleutel van de woning in Maassluis van de vader van de verdachten. Het is dus de verdachte geweest die steeds opnieuw de slachtoffers en de medeverdachte heeft binnengelaten in de woning waar de seksuele uitbuiting werd voorbereid en uiteindelijk ook plaatsvond.
Voorts blijkt uit chats tussen de verdachten dat de verdachte in maart 2025 aan zijn broer vroeg of de klant al is geweest, om vervolgens als zijn broer antwoordt dat
zij daar nu iste vragen of hij, de klant, heeft betaald, hetgeen vervolgens wordt bevestigd.
Verder is het de verdachte geweest, die samen met de medeverdachte de verborgen camera’s heeft geïnstalleerd, waarmee de heimelijke beelden van het slachtoffer [slachtoffer 5] zijn gemaakt. Die beelden zijn opgenomen in de woning in Maassluis. Verder zijn er beelden aangetroffen die kennelijk door vanaf de ene telefoon op Discord te livestreamen en die beelden met een tweede apparaat vervolgens op te nemen.
In het dossier zijn de camerabeelden beschreven die met een verborgen camera, vermomd als een luchtverfrisser en een telefoonoplader, zijn gemaakt. Gelet op de data vermeld in de bestandsnamen van die filmpjes hebben de verdachte en zijn broer op 29 en 30 augustus 2024 samengewerkt om de camera die was verborgen in een aroma diffuser, en die tijdens de doorzoeking op 18 juni 2025 in de woning is aangetroffen, te installeren.
Ook relevant is het deel van de verklaring van [slachtoffer 5] waaruit blijkt dat zowel de verdachte als zijn broer op momenten gemaskerd de kamer binnen kwamen rennen met stroomstootwapens als een klant lastig was.
Daar komt bij dat de verdachte heeft verklaard dat hij ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 4] wel met zijn broer heeft samengewerkt. De verdachte heeft in dat kader verklaard dat hij gebruik heeft gemaakt van de kennis van zijn broer. Uit de verklaringen, maar ook uit een controle op 27 mei 2025 in Rotterdam en op 12 juni 2025 in Maassluis, blijkt dat de verdachten in diezelfde periode vaak samen met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en ook met [slachtoffer 4] in de woning in Maassluis aanwezig zijn geweest.
De verdachte heeft zijn broer getalsmatig versterkt (ook ter bescherming) en was behalve aanwezig ook actief betrokken bij de meisjes. Hij trok met ze op en wist welke werkzaamheden ze uitvoerden, zo getuigt ook zijn aanwezigheid op bijvoorbeeld beelden van seksueel getinte interacties van één van de meisjes. De verdachte was met zijn aanwezigheid ook een bindende factor. Eén van de meisjes meende zelfs een relatie met de verdachte te hebben, terwijl het mannelijke slachtoffer verliefd was op de verdachte. De verdachte heeft bovendien regelmatig als chauffeur ten behoeve van het uitvoeren van de werkzaamheden opgetreden en vroeg zijn broer bijvoorbeeld ook om een vaginacondoom.
Tegen deze achtergrond komt de rechtbank tot de conclusie dat er weldegelijk sprake was van het medeplegen van het tenlastegelegde feit 1, ten aanzien van de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , drie minderjarige vrouwelijke slachtoffers die ten tijde van de uitbuiting 13, 14 en 17 jaar oud waren. Gezien de geschetste omstandigheden kan niet anders worden geoordeeld dan dat de verwevenheid van de activiteiten van de verdachte met die van zijn broer een nauwe en bewuste samenwerking opleveren, zodat het medeplegen van feit 1 (10-181604-25) wettig en overtuigend kan worden bewezen.
2.3.4.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, in vereniging gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.
De bewezenverklaring van de feiten 1 primair (10-181604-25, te weten de seksuele uitbuiting van drie minderjarige vrouwelijke slachtoffers) en 2 (10-182749-25, te weten de seksuele uitbuiting van een mannelijk slachtoffer) is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de bewijsmotivering.
2.3.5.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:

1.primair (10-181604-25)

hij, op tijdstippen in de periode van 26 mei 2025 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, anderen, genaamd
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010 te [geboorteplaats 2] ),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011 te [geboorteplaats 3] ),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008 te [geboorteplaats 4]
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
(artikel 273f lid 1 sub 2°)
en/
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt
(artikel 273f lid 1 sub 5°)
en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt,
en waarbij "handelingen" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer)
hebben bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of
- het regelen van een werkplek voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en
- het vervoeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een werkplek en
- het geven van uitleg en instructie aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en
- het ter beschikking stellen van een telefoon met camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

2.(10-182749-25)

hij, op tijdstippen in de periode van 29 mei 2025 tot en met 10 juni 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008 te [geboorteplaats 5] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt
en
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 4] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, waarbij die "handelingen" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer websites waarin die [slachtoffer 4] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en
- het onderhouden van contacten met en het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 4] en het maken van afspraken met die (potentiële) klanten over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en de daarvoor te betalen bedragen;
- het regelen van een werkplek voor die [slachtoffer 4] en
- het vervoeren en/of begeleiden van die [slachtoffer 4] naar een werkplek en
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 4] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en
- het (laten) maken van foto’s van die [slachtoffer 4] ten behoeve van één of meer advertenties op een of meer websites voor het aanbieden van prostitutiewerkzaamheden en
- het, ter bescherming, aanwezig zijn in de woning waar de prostitutiewerkzaamheden met (prostitutie)klanten plaatsvond.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren het volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair (10-181604-25)
mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd;
Feit 2 (10-182749-25)
mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de mensenhandel van 4 minderjarige slachtoffers (de feiten 1 primair (10-181604-25) en 2 (10-182749-25)) worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de rechtbank in alle redelijkheid niet tot een gevangenisstraf van 8 jaar kan komen. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het plegen van de misdrijven 19 danwel 20 jaar oud was, hij een blanco strafblad heeft en een beperkte rol heeft gehad. Verzocht wordt een straf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel niet hoger is dan de duur van de voorlopige hechtenis, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijk strafdeel en passende voorwaarden.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel. De verdachte heeft onder meer vanuit de woning van zijn vader vier minderjarigen in de prostitutie gebracht en daar vervolgens van geprofiteerd. De verdachte heeft in dat kader samengewerkt met zijn broer. De slachtoffers, allen Oekraïense vluchtelingen, verkeerden allen in een kwetsbare positie, hadden in Nederland geen solide netwerk en waren vanwege de taal afhankelijk van de verdachte. Van deze afhankelijke positie, waarvan de verdachte zich maar al te bewust was, heeft hij grof misbruik gemaakt. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.
Seksuele uitbuiting van minderjarigen is een zeer ernstig feit. Minderjarigen moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Om die reden is de opmerking van de verdachte dat de slachtoffers het zelf hebben gewild, tekenend voor zijn houding en onvermogen in te zien dat minderjarigen juist beschermd dienen te worden. Minderjarigen behoeven zo veel mogelijk bescherming en inbreuken op die persoonlijke levenssfeer en seksuele integriteit rechtvaardigen een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Ten aanzien van de relevante omstandigheden geldt dat sprake was van een betrekkelijk korte pleegperiode. De slachtoffers waren in de leeftijd tussen de 13 en 17 jaar. Bij één van de slachtoffers is het bij het oogmerk van uitbuiting gebleven. De andere minderjarigen zijn allen daadwerkelijk fysiek seksueel uitgebuit. Eén van de jonge slachtoffers heeft seksuele handelingen met vaginale penetratie moeten ondergaan.
Bij alle slachtoffers lijkt sprake te zijn geweest van een glijdende schaal waarbij de handelingen steeds verder gingen. Een deel van de slachtoffers werd door de broers ‘in dienst genomen’ om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten en later om vapes te verkopen. Later werden de slachtoffers er toe gebracht gedragen ondergoed te verkopen via een website en vervolgens werden de slachtoffers door de broers in een situatie gebracht, waarbij het gedragen ondergoed door henzelf aan de klant werd overhandigd. Daarbij gebeurde het niet zelden dat de klant zichzelf bevredigde in het bijzijn van een slachtoffer. Daarna werden de slachtoffers ingezet bij het masseren van klanten, waarbij ook seksuele handelingen moesten worden verricht of getolereerd.
Het berichtenverkeer tussen de verdachten en de slachtoffers had een duidelijk manipulatief karakter waardoor slachtoffers steeds verder werden gebracht. Verwerpelijk is ook dat het kwetsbare, drugsverslaafde mannelijk slachtoffer verliefd was op de verdachte en dat de verdachten dit gegeven hebben misbruikt om dit minderjarige slachtoffer in te zetten in de prostitutie.
Geconcludeerd kan worden dat de slachtoffers niet met geweld of bedreiging zijn gedwongen, maar met woorden zijn ingepalmd. Dit geldt te meer voor de vrouwelijke slachtoffers, waarvan een deel verliefd waren op de verdachte. Alhoewel medeplegen kan worden bewezen ten aanzien van de drie slachtoffers die in de beschuldiging van feit 1 (10-181604-25) staan, heeft de verdachte ten aanzien van deze slachtoffers – in vergelijking met zijn medeverdachte – een meer ondersteunende rol gehad. De medeverdachte heeft daarin juist het voortouw genomen.
Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 4] was die verhouding duidelijk andersom en had de verdachte zelf de initiërende rol. Het lijkt er sterk op dat verdachte aan het groeien was in zijn rol en dat [slachtoffer 4] zijn eerste eigen ‘project’ was.
Uit de notities van de medeverdachte ontstaat de indruk dat hij bezig was met het uitwerken van plannen om geld te verdienen, mede geïnspireerd op de ideeën van Andrew Tate. De bewezenverklaarde handelingen lijken hier ook naadloos bij aan te sluiten. Er is doelgericht gewerkt aan een verdienmodel over de rug van minderjarigen.
Uit de ingediende vorderingen van vier van de minderjarigen volgt dat zij allen nog steeds last hebben van de gevolgen van het gebeurde.
In het voordeel van de verdachte wordt rekening gehouden met zijn jonge leeftijd en zijn proceshouding.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 24 juni 2026 staat het volgende. De verdachte wekt niet de indruk kwetsbaar of beïnvloedbaar te zijn en er zijn geen aanwijzingen voor een mogelijke verstandelijke beperking. De verdachte had voor zijn aanhouding geen ernstige problemen op praktisch vlak. De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen omdat de verdachte voldoende in staat lijkt om zijn eigen gedrag te organiseren en de gevolgen van zijn keuzes te overzien. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf aangewezen. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Er is sprake van het seksueel uitbuiten van vier minderjarigen, ieder voor een relatief korte periode. Bij twee van de minderjarigen was sprake van orale en vaginale penetratie. De overige seksuele handelingen zijn minder vergaand geweest. De overige omstandigheden passen bij een situatie zoals genoemd in categorie I van de oriëntatiepunten. Vanwege de minderjarigheid van de slachtoffers vallen de handelingen echter onder een ander oriëntatiepunt. De rechtbank ziet in de korte periode, de minder vergaande handelingen, de afwezigheid van fysiek geweld en de mate van invloed van de minderjarigen zelf reden om aan te sluiten bij omschrijving C sub 2, te weten 9 maanden gevangenisstraf per slachtoffer. Vanwege de beperkte rol van verdachte bij drie van de slachtoffers, zal de rechtbank bij hen 5 maanden per slachtoffer rekenen. Om die reden komt de rechtbank uiteindelijk tot een gevangenisstraf van twee jaar.
Deze straf wijkt in sterke mate af van de eis van de officier van justitie, gebaseerd op richtlijnen van het openbaar ministerie. De rechtbank heeft met bovenstaande uitleg inzicht gegeven in hoe zij op basis van de oriëntatiepunten van de rechtspraak en uitspraken in soortgelijke zaken komt tot de op te leggen straf.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen luchtverfrisser met spycamera, telefoonoplader met spycamera, een Samsung laptop en een Samsung telefoon worden onttrokken aan het verkeer.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
5.2.1.
Verbeurdverklaring
De spycamera’s zijn vatbaar voor verbeurdverklaring en behoren aan de verdachte toe. Als bijkomende straf voor de feiten 1 primair (10-181604-25) en 2 (10-182749-25) worden de in beslag genomen spycamera’s verbeurd verklaard. De strafbare feiten zijn met behulp van de spycamera’s gepleegd.
5.2.2.
Onttrekking aan het verkeer
De laptop en de mobiele telefoon behoren toe aan de verdachte en zijn tijdens het onderzoek naar de strafbare feiten aangetroffen.
De rechtbank beslist dat de in beslag genomen laptop en de mobiele telefoon worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet omdat er kinderpornografisch materiaal van slachtoffer [slachtoffer 5] op de laptop is aangetroffen en er kinderpornografisch materiaal, bestaande uit 5 foto’s en 6 video’s, op de mobiele telefoon is aangetroffen. De laptop en mobiele telefoon kunnen dienen tot het plegen of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

6.Vorderingen van de benadeelde partijen

6.1.
Vorderingen
[benadeelde partij 3]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 (10-181604-25) € 300,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 2]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 (10-181604-25) € 220,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 4]
heeft als benadeelde partij voor feit 2 (10-182749-25) € 50,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
[benadeelde partij 1]
heeft als benadeelde partij voor feit 3 (10-158865-26, feit 1) € 950,- als vergoeding voor materiële schade (de door het slachtoffer verdiende en afgedragen verdiensten van de seksuele uitbuiting) en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De posten van de benadeelde partijen die zien op de materiële schade komen voor vergoeding in aanmerking. Datzelfde geldt voor de gevorderde immateriële schade door de [benadeelde partij 4] , zodat die vordering integraal kan worden toegewezen. De door [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] gevorderde immateriële schade dient te worden gematigd naar € 7.000,- per persoon. De vorderingen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd en de verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Omdat er vrijspraak is gevorderd voor feit 3 (10-158865-26) dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partijen moeten niet-ontvankelijk verklaard worden in hun vordering, omdat de vorderingen te laat zijn ingediend. Subsidiair moeten de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering vanwege de vrijspraak die is bepleit. Meer subsidiair moeten de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering ten aanzien van de immateriële schade omdat de vorderingen ten aanzien van die schade onvoldoende geïndividualiseerd onderbouwd.
Uiterst subsidiair moeten de vorderingen fors worden gematigd.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Ontvankelijkheid
Door de verdediging is bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen omdat de vorderingen die te laat zijn ingediend. De rechtbank heeft in het proces-verbaal van de zitting van 19 mei 2026 immers verzocht om eventuele verzoeken tot schadevergoeding uiterlijk twee weken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van 8 juli 2026 in te dienen. Aan die termijn is niet voldaan omdat de vorderingen op 6 juli 2026 zijn ingediend. Voor de verdediging was het daardoor niet mogelijk om de vorderingen nog met de verdachte te bespreken en voor te bereiden.
Door de advocaat van de benadeelde partijen is toegelicht dat zij het dossier pas na het laatste getuigenverhoor dat op 1 juli 2026 heeft plaatsgevonden, heeft ontvangen. Daardoor was het niet mogelijk om gehoor te geven aan het verzoek van de rechtbank om de vorderingen uiterlijk twee weken voor de inhoudelijke behandeling in te dienen.
Vooropgesteld wordt dat de genoemde termijn slechts een verzoek betrof omdat vorderingen gelet op het bepaalde in artikel 51g van de Wetboek van Strafvordering tot aan het requisitoir kunnen worden ingediend.
De rechtbank heeft een afweging gemaakt tussen de verschillende belangen van de procesdeelnemers. Aanhouding van de inhoudelijke behandeling vanwege de late indiening van de vorderingen was wat de rechtbank betreft, nadrukkelijk geen optie. Verder weegt zwaar mee dat de raadsvrouw van de benadeelde partij pas in een laat stadium de beschikking heeft gekregen over de stukken uit het procesdossier. Voorts stelt de rechtbank vast dat de vorderingen eenvoudig van aard zijn, althans niet dusdanig complex dat de verdediging zich daar in de resterende tijd voorafgaand aan (of eventueel tijdens) de zitting redelijkerwijs niet goed op heeft kunnen voorbereiden. De rechtbank verwerpt het verweer en is van oordeel dat de benadeelde partijen ontvankelijk zijn in de vorderingen.
Niet-ontvankelijkheid ter zake van de vordering van [benadeelde partij 1]
De rechtbank verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 3 (10-158865-26). De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.4.2.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen rechtstreeks materiële schade hebben geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen worden daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte als vergoeding van materiële schade moet betalen:
  • € 300,- aan de [benadeelde partij 3] ;
  • € 220,- aan de [benadeelde partij 2] ;
  • € 50,- aan de [benadeelde partij 4] .
6.4.3.
Immateriële schade
De benadeelde partijen die schade hebben gevorderd hebben allen (ook) immateriële schade gevorderd.
In artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) staat een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. In het onderhavige geval spitsen de vorderingen zich toe op een ‘aantasting in de persoon op andere wijze’. Van een dergelijke aantasting in de persoon is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In een dergelijk geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit laatste acht de rechtbank in de onderhavige zaak overduidelijk van toepassing, zodat de rechtbank vaststelt dat een grond voor vergoeding aanwezig is. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van de immateriële schade wegens het ontbreken van een onvoldoende indie
De benadeelde partijen [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] hebben aldus rechtstreeks immateriële schade geleden omdat zij op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. De rechtbank heeft bij het begroten van de schade rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Voor ieder van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] zal de schade worden begroot op € 7.500,-. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen in het resterende deel niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
6.4.4.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten 1 (10-181604-25) en 2 (10-182749-25) waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
6.4.5.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de laatste datum van de pleegperiode: 12 juni 2025 voor [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] en 10 juni 2025 voor [benadeelde partij 4] .
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] hebben gemaakt. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank veroordeelt de [benadeelde partij 1] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. De maximale duur van de gijzeling bedraagt voor de benadeelde:
  • [benadeelde partij 3] maximaal 64 dagen;
  • [benadeelde partij 2] maximaal 63 dagen;
  • [benadeelde partij 4] maximaal 62.
De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen en maatregelen is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 (10-158865-26) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair ((10-181604-25) en 2 (10-182749-25), zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 2 (twee) jaar;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 primair (10-181604-25) en 2 (10-182749-25):
 een luchtverfrisser met spycamera (860889);
 een telefoonoplader met spycamera (860888);
- verklaart voor de feiten 1 primair (10-181604-25) en 2 (10-182749-25) onttrokken aan het verkeer:
 een Samsung telefoon (859679);
- verklaart voor feit 3 (10-158865-26) onttrokken aan het verkeer:
 een Samsung laptop (859680);
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 3]
(feit 1 (10-181604-25)), te betalen een bedrag van € 7.800,- (zevenduizend achthonderd euro), bestaande uit € 300,- als vergoeding van materiële schade en € 7.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 (10-181605-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 3] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 1 (10-181604-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 3] aan de staat
€ 7.800,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
64 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 3] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 2] (feit 1 (10-181604-25)), te betalen een bedrag van € 7.720,- (zevenduizend zevenhonderdtwintig euro), bestaande uit € 220,- als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 (10-181604-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 2] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 1 (10-181604-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 7.720,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
63 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 2] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 4]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 4]
(feit 2 (10-182749-25)), te betalen een bedrag van € 7.550,- (zevenduizend vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit € 50,- als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf
10 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 2 (10-182749-25)); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de [benadeelde partij 4] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;
legt aan de verdachte voor feit 2 (10-182749-25)
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 4] aan de staat
€ 7.550,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de [benadeelde partij 4] of aan de staat heeft vergoed;
[benadeelde partij 1]
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 3, 10-158865-26);
veroordeelt de [benadeelde partij 1] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,
en mrs. E. Boersma en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 juli 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1.(10-181604-25)

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer anderen, genaamd
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010 te [geboorteplaats 2] ),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011 te [geboorteplaats 3] ),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008 te [geboorteplaats 4]
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 2°)
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 5°)
en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer)
hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of
- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- het (laten) vervoeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het ter beschikking stellen van een (telefoon met) camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;
subsidiair
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal een of meer anderen, genaamd
- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] -2010 te [geboorteplaats 2] ),
- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] -2011 te [geboorteplaats 3] ),
- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] -2008 te [geboorteplaats 4]
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 2°)
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 5°)
en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met en/of voor een derde tegen betaling , terwijl die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt (artikel 273 f lid 1 sub 8°)
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of
- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of
- het (laten) vervoeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het ter beschikking stellen van een (telefoon met) camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 12 juni 2025 te Maassluis en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen
en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,
- door het vervoeren van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar afspraken met
klanten en/of de werkplek aan de [adres 2] ;
- door het ter beschikking stellen van een werkplek ten behoeve van
prostitutiewerkzaamheiden van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen")
van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden

2.(10-182749-25)

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2025 tot en met 10 juni 2025 te Rotterdam en/of Spijkenisse en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, genaamd [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum 5] 2008 te [geboorteplaats 5] )
(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 4]
heeft,
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 4] , terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 4] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft (hebben) bereikt en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 4] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 4] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, waarbij die dwang en/of dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of de misleiding en/of misbruik van voortvloeiend overwicht en/of van kwetsbare positie heeft/hebben bestaan uit:
- het door die [slachtoffer 4] laten uitvoeren van prostitutiewerkzaamheden terwijl die [slachtoffer 4] de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of minderjarig was, althans die [slachtoffer 4] zich beschikbaar te laten stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 4] de Nederlandse taal niet (goed) machtig was en/of minderjarig was en/of
- het zich op een liefdevolle en/of manipulerende manier/wijze tegen die [slachtoffer 4] te uiten en/of te gedragen waardoor die [slachtoffer 4] gevoelens van verliefdheid ontwikkelde voor verdachte en/of
- ( gebruik makend van de gevoelens van die [slachtoffer 4] voor verdachte) die [slachtoffer 4] te bewegen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, althans die [slachtoffer 4] zich beschikbaar te laten stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en/of
- het ter beschikbaar stellen van drugs, waaronder XTC, aan die [slachtoffer 4] voor (het vergemakkelijken van) het verrichtten van de prostitutiewerkzaamheden en/of
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer websites waarin die [slachtoffer 4] werd
aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 4] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;
- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 4] en/of
- het (laten) vervoeren en/of begeleiden van die [slachtoffer 4] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of (prostitutie)klanten en/of
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 4] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of
- het (laten) maken van foto’s van die [slachtoffer 4] ten behoeve van één of meer advertenties op een of meer websites voor het aanbieden van prostitutiewerkzaamheden en/of
- het, ter bescherming, aanwezig zijn in de woning en/of op een werkplek waar de prostitutiewerkzaamheden met (prostitutie)klanten plaatsvond;

3.(10-158865-26)

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 augustus 2024 tot en met 8 oktober 2024 te Maassluis en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer anderen, genaamd
- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 6] -2007 te [geboorteplaats 6] )
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 5] , terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 2°)
en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van [slachtoffer 5] enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt
(artikel 273 f lid 1 sub 5°)
en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 5] met en/of voor een derde tegen betaling (artikel 273 f lid 1 sub 8°), terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin [slachtoffer 5] werd(en) aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [slachtoffer 5] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of (erotische) massages en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of
- het (laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [slachtoffer 5] en/of
- het (laten) vervoeren van die [slachtoffer 5] naar een of meerdere werkplek(ken) en/of
- het geven van uitleg en/of instructie aan die [slachtoffer 5] over de te verrichten seksuele handelingen met (prostitutie)klant(en) en/of over de te verrichten seksuele handelingen middels videobellen en/of de webcam en/of de camera en/of over de te verrichten (erotische) massages en/of
- die [slachtoffer 5] te laten videobellen met een of meerdere (prostitutie)klanten ten behoeve van het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het ter beschikking stellen van een (telefoon met) camera voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden (middels webcam en/of camera) en/of
- het regelen en/of ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 5] .

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit de zaaksdossiers Avisojacht of Jacht