ECLI:NL:RBROT:2026:9147

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
C/10/26/251 -252 F
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 2 FwArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 6 FwArt. 9 algemene voorwaardenArt. 14.9 algemene voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van crypto-dienstverleners wegens openbaar belang en dekkingstekort

Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank om faillietverklaring van twee verweersters, een BV en een stichting, die cryptoactiva-diensten aan ongeveer 30.000 klanten aanboden. Er is een dekkingstekort van circa 5 tot 7 miljoen euro, terwijl klanten niet geïnformeerd zijn en de toegang tot het handelsplatform is geblokkeerd.

Verweersters stelden dat er geen openbaar belang is en dat zij niet zijn opgehouden te betalen, met een eigen afwikkelingsplan en dat de FIOD beslag heeft gelegd op activa. De rechtbank oordeelde dat het grote aantal klanten, het dekkingstekort, de informatieachterstand en het ontbreken van een onafhankelijk afwikkelingsscenario een openbaar belang vormen dat het reguliere schuldeisersbelang overstijgt.

De rechtbank stelde vast dat verweersters zijn opgehouden te betalen, omdat zij niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen en de situatie niet valt onder de opschortingsgronden in de algemene voorwaarden. Ook de stichting verkeert in deze toestand. Daarom wees de rechtbank het faillissementsverzoek toe, benoemde rechters-commissarissen en stelde een curator aan voor een onafhankelijke afwikkeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de verweersters failliet vanwege een openbaar belang en het dekkingstekort.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: C/10/26/251 -252 F
Uitspraak: 16 juli 2026
VONNIS op het op 29 juni 2026 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
Het Openbaar Ministerie,
Functioneel Parket,
Posthumalaan 74,
3072 AG, Rotterdam,
vertegenwoordigd door mr. J. Schutte, officier van justitie,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
(1) [verweerster 1]
hierna te noemen: [verweerster 1],
en
de stichting
(2) [verweerster 2]
hierna te noemen: de Stichting,
beiden gevestigd te Rotterdam,
[adres],
gezamenlijk te noemen: verweersters,
advocaat: mr. M. van Eersel.

1.De procedure

Op 30 juni heeft het Openbaar Ministerie een verzoekschrift met producties ingediend tot faillietverklaring van verweersters. Met hun e-mail van 3 juli 2026 hebben verweersters een verweerschrift met producties ingediend. Op 6 juli 2026 heeft het Openbaar Ministerie per e-mail aanvullende producties ingediend.
Op 7 juli 2026 zijn namens het Openbaar Ministerie mr. Schutte, mr. C.E. Wilcke (civiel juridisch adviseur) en mr. M.R. Schreurs (civiel juridisch adviseur) in raadkamer gehoord. Namens verweersters zijn gehoord mr. Van Eersel en [naam] (bestuurder van verweersters, hierna: [naam]).
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De standpunten

Openbaar Ministerie
Het standpunt van het Openbaar Ministerie kan als volgt worden samengevat. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 5 juni 2026 een memo gedeeld met de FIOD over verweersters. In het memo staat dat [verweerster 1] in Nederland aan ongeveer 30.000 klanten cryptoactiva diensten aanbiedt, waaronder het bewaren en beheren van cryptoactiva voor cliënten en het aanbieden van wisseldiensten. Naar aanleiding van dit memo is het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek en een civielrechtelijk onderzoek gestart. Het Openbaar Ministerie verzoekt (samengevat) het faillissement van verweersters uit te spreken om redenen van openbaar belang.
Openbaar belang
Volgens het Openbaar Ministerie zijn er redenen van openbaar belang die tot het faillissement van verweersters moeten leiden. Verweersters hebben 30.000 klanten met ongeveer € 14 miljoen aan tegoeden. Van die tegoeden ontbreekt € 7 miljoen. De klanten zijn hier niet van op de hoogte en kunnen hiervan ook niet op de hoogte raken, omdat verweersters de toegang tot het handelsplatform hebben geblokkeerd. De klanten beschikken daarom over onvoldoende informatie om het faillissement aan te kunnen vragen. De klanten worden bovendien door verweersters ontmoedigd actie te ondernemen. De klanten zijn gebaat bij een ordentelijke, onafhankelijke afwikkeling waarbij zij volledig worden geïnformeerd. De grote groep klanten, het hoge bedrag aan tegoeden dat ontbreekt en de informatie achterstand maken dat het hier gaat om een openbaar belang dat het reguliere schuldeisersbelang te boven gaat.
Daar komt bij dat er geen alternatief scenario is dat recht doet aan het openbaar belang. [verweerster 1] heeft haar aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 59 van Pro de Markets in Crypto-Assets Regulation (MiCAR) op 29 mei 2026 ingetrokken. Omdat [verweerster 1] geen vergunning heeft, kan de AFM geen verzoek doen om aanstelling van een curator of een onafhankelijk bestuurder die het vermogen van verweersters kan afwikkelen. Het scenario waarin [naam] verantwoordelijk is voor de afwikkeling baart het Openbaar Ministerie en de AFM ernstige zorgen. Daar liggen de volgende omstandigheden aan ten grondslag:
  • [verweerster 1] heeft de AFM en De Nederlandsche Bank (DNB) niet geïnformeerd over het dekkingstekort, terwijl het tekort zou zijn ontstaan in 2020 en sindsdien zijn toegenomen. De klanten en certificaathouders zijn ook niet geïnformeerd over het tekort. Een voormalig bestuurder van [verweerster 1] is in het verleden bovendien door [naam] verzocht geen contact op te nemen met de AFM.
  • Een coherente en sluitende verklaring voor het dekkingstekort ontbreekt. De verklaring dat er bij een hack in 2020 Bitcoin zijn gestolen, verklaart niet het volledige tekort.
  • De AFM heeft onvoldoende zicht op welke financiële keuzes zijn gemaakt door verweersters. De AFM is alleen bekend met de lening aan [naam bedrijf], een vennootschap waar [naam] bestuurder van is, van € 2,3 miljoen, de uitgifte van certificaten voor ruim € 1,1 miljoen, het afsluiten van sponsordeals en het blijven aantrekken van klanten. Het is niet uitgesloten dat méér vermogen ontbreekt.
  • [naam] is enig bestuurder van verweersters en toezicht ontbreekt. Met de lening van € 2,3 miljoen aan [naam bedrijf] heeft [naam] het tekort deels zelf veroorzaakt. Er is sprake van een belangenverstrengeling, waardoor er geen vertrouwen is in de afwikkeling van verweersters door [naam] zelf.
  • Er zijn grote twijfels over de juistheid van de financiële cijfers. In geen van de jaarverslagen wordt gesproken van een hack en/of van een (groeiend) dekkingstekort.
Het Openbaar Ministerie ziet daarom het faillissement als enige optie om het openbaar belang te dienen.
De toestand
Volgens het Openbaar Ministerie verkeert [verweerster 1] in een toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. De klanten hebben een overeenkomst met [verweerster 1] op basis waarvan een rekening wordt geopend waar de klanten geld op kunnen storten. Vervolgens kunnen de klanten met dat geld crypto activa kopen op het [naam platform]. Klanten doen een eventueel verzoek om de crypto activa om te zetten in euro en/of euro uit te laten betalen aan [verweerster 1].
Uit het feit dat er een dekkingstekort is van ongeveer € 7 miljoen, zoals verweersters zelf bij de AFM hebben gemeld, blijkt dat [verweerster 1] in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen. Zij kan immers bij lange na niet de klanten uitbetalen.
Ten aanzien van de Stichting geldt het volgende. De algemene voorwaarden van [verweerster 1] bepalen dat de Stichting gehouden is het vermogen van de klanten aan de klanten in geld over te maken als [verweerster 1] failliet gaat. De algemene voorwaarden zijn van toepassing op de overeenkomst tussen de klant en [verweerster 1]. De Stichting zal die verplichting jegens de klanten, gelet op het dekkingstekort, niet kunnen waarmaken zodat ook zij verkeert in een toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.
Verweersters stellen dat zij de toegang tot het platform op goede gronden, gebaseerd op de algemene voorwaarden, heeft opgeschort. Deze opschortingsgronden zien echter op een andere situatie waarbij de activiteiten tijdelijk niet kunnen worden voortgezet. In dit geval is sprake van een noodzaak tot afwikkeling, terwijl er een dekkingstekort is. De opschortingsgronden in de algemene voorwaarden zijn daarop niet van toepassing.
Standpunt verweersters
Het standpunt van verweersters kan als volgt worden samengevat.
Openbaar belang
Er is geen sprake van een openbaar belang. De belangen van de klanten worden al beschermd door de strafrechtelijke maatregelen, waaronder het beslag dat de FIOD heeft gelegd, de stopzetting van reguliere dienstverlening, de custody-structuur, de voorgestelde onafhankelijke verificatie en het aangeboden uitkeringsprotocol. Het faillissementsverzoek moet niet uitsluitend worden beoordeeld aan de hand van de ernst van de verwijten of de omvang van de klantgroep, maar mede aan de hand van de vraag of faillissement in de concrete omstandigheden een noodzakelijk en proportioneel middel is om de beschikbare klanttegoeden te beschermen. Dat is niet het geval. Verweersters hebben een eigen afwikkelingsplan gemaakt dat beter past bij de huidige situatie.
Er is bovendien geen sprake van 30.000 klanten en € 14 miljoen aan klanttegoeden. Er zijn op dit moment 3.661 actieve klanten. De aangehouden tegoeden, ofwel Assets Under Management (AUM), dalen of stijgen bij marktbewegingen en de waarde in euro van de relevante klantposities kan ook materieel wijzigen. Tijdens de zitting verklaart [naam] dat het dekkingstekort op dit moment een bedrag is tussen de € 5 en 5,5 miljoen.
De toestand
Verweersters zijn niet opgehouden te betalen. Aan de vereisten voor faillietverklaring is daarom niet voldaan. Relevante cryptoactiva, accounts, digitale toegangsmiddelen en servers zijn door de FIOD veiliggesteld of onder beslag gebracht. Daardoor kunnen verweersters thans niet zelfstandig beschikken over alle activa en systemen die nodig zijn om een klantuitkering technisch en gecontroleerd uit te voeren. Verweersters hebben er niet voor gekozen om klanten niet te betalen.
Daar komt bij dat de klanten geen opeisbare vorderingen hebben jegens [verweerster 1]. Vanaf het moment dat alle tegoeden zijn ondergebracht in de Stichting kunnen de klanten alleen nog bij de Stichting hun tegoeden opeisen. Hierbij komt dat [verweerster 1] conform de algemene voorwaarden – zoals ook het OM in haar verzoekschriften signaleert – in uitzonderingssituaties de rechten van de klanten kan opschorten. Een dergelijke uitzonderingssituatie doet zich hier voor. [verweerster 1] heeft geen reguliere bedrijfsactiviteiten meer verricht, geen werknemers meer in dienst heeft, de arbeidsrelaties met de voormalige medewerkers zijn beëindigd, de laatste salarissen zijn betaald en er zijn naar de thans beschikbare administratie geen opeisbare schulden.
De Stichting moet voor de faillissementstoets zelfstandig worden beoordeeld. De Stichting heeft geen zelfstandige leveranciers-, personeels- of bedrijfscrediteuren. De kosten van de custody-, bank-, betaal- en technische infrastructuur die nodig zijn voor een eventuele klantuitkering worden contractueel gedragen door [verweerster 1]. De Stichting laat daarom geen eigen reguliere leveranciers, werknemers of andere bedrijfscrediteuren onbetaald. Individuele uitbetaling aan klanten is tijdelijk niet uitgevoerd omdat de reguliere dienstverlening is gestaakt en relevante activa, accounts, servers en toegangsmiddelen door de FIOD zijn veiliggesteld of onder beslag zijn gebracht. De Stichting kan daardoor thans niet zelfstandig beschikken over alle activa en technische middelen die nodig zijn om een betrouwbare, gelijke en gecontroleerde uitkering uit te voeren.

3.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweersters in Nederland ligt.
Openbaar belang
Er is in dit geval sprake van een openbaar belang als bedoeld in artikel 1, tweede lid, Fw. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 1, tweede lid, Fw volgt dat een openbaar belang het belang van de afzonderlijke of gezamenlijke crediteuren overstijgt. Uit de rechtspraak over dit onderwerp volgt dat verschillende omstandigheden een rol kunnen spelen bij de vraag of sprake is van een openbaar belang. Voorbeelden hiervan zijn het grote aantal gedupeerden, verdenkingen van verduistering van in bewaring gegeven goed of geld, voortvluchtige bestuurders en een informatieachterstand voor de schuldeisers, waardoor zij zich geen beeld kunnen vormen van de financiële situatie van de vennootschap.
In dit geval staat vast dat verweersters, sinds 1 juli 2025 zonder de benodigde vergunning, diensten hebben verleend aan een groot aantal klanten. Verweersters hebben 9564 actieve klanten gehad in de afgelopen negen jaar. Op dit moment hebben verweersters nog 3661 actieve klanten met een positief saldo op het handelsplatform. Deze klanten hebben een aanzienlijk saldo te vorderen van verweersters. Hoewel het saldo per minuut kan fluctueren door de aard van de cryptomarkt, hadden de klanten op 30 juni 2026 een saldo van € 8.638.936,36 van verweersters te vorderen. Hiervan is volgens verweersters een bedrag van tussen de € 5 miljoen en € 5,5 miljoen niet langer beschikbaar. Eerder is namens verweersters aan de AFM gemeld dat het zou gaan om € 14 miljoen aan tegoeden met een dekkingstekort van € 7 miljoen.
Hoe het dekkingstekort is ontstaan is niet duidelijk. Verweersters wijzen op een hack in 2020, waarbij 23 Bitcoin zijn gestolen. Als dit inderdaad het geval is, dan zou dit volgens de AFM een dekkingstekort van ongeveer € 1,5 à 2 miljoen kunnen verklaren. Dat is nog niet de helft van het huidige dekkingstekort. De AFM wijst erop dat verweersters een bedrag van € 2,3 miljoen aan [naam bedrijf] hebben verstrekt in de vorm van een lening of een rekening-courant. [naam] is de UBO van [naam bedrijf], wat op zijn minst duidt op een belangenverstrengeling. Het is daarom belangrijk dat er een onafhankelijk onderzoek plaatsvindt naar de oorzaak van het dekkingstekort.
Verder is van belang dat verweersters de toegang tot het handelsplatform voor alle klanten hebben geblokkeerd, waardoor de klanten niet meer bij hun accounts en tegoeden kunnen. Verweersters hebben de klanten niet op de hoogte gesteld van het dekkingstekort. Daar komt bij dat verweersters via hun website de klanten ontmoedigen actie te ondernemen. Klanten wordt aangeraden om af te wachten totdat verweersters meer informatie kunnen delen. Door deze informatieachterstand kunnen de klanten hun rechtspositie niet bepalen. Zij zijn daarom niet in staat om zelf het faillissement van verweersters aan te vragen.
De AFM heeft ten slotte gewezen op het feit dat [verweerster 1] in oktober 2023 en juni 2024 via de Stichting Administratiekantoor [verweerster 1] certificaten van aandelen heeft uitgegeven. De waarde van de investeringen zou € 1.124.897,- zijn. Ook de certificaathouders zijn, in ieder geval bij de uitgifte van de certificaten, niet geïnformeerd over het dekkingstekort. Het is niet duidelijk wat er is gebeurd met het geld dat met de uitgifte van de certificaten is opgehaald.
Gelet op het grote aantal klanten, het grote dekkingstekort, het feit dat de klanten niet zijn geïnformeerd over het dekkingstekort en daarmee niet over alle informatie beschikken die zij nodig hebben om zelf te kunnen beslissen over het aanvragen van het faillissement van verweersters en de vraag wat er is gebeurd met het geld van de certificaathouders is in dit geval sprake van een openbaar belang bij de faillietverklaring van verweersters.
Het door verweersters voorgestelde alternatief — een beperkte, gecontroleerde eerste uitkering aan klanten, gebaseerd op de op een vast peilmoment vastgestelde liquideerbare activa — is onvoldoende om in de plaats te treden van het faillissement. Los van de vraag of er sprake zou zijn van een onafhankelijke beoordeling en of het geld überhaupt beschikbaar is gelet op het beslag dat de FIOD heeft gelegd, heeft [naam] ter zitting desgevraagd aangegeven dat er nog geen duidelijk vervolgplan is na deze eerste uitkering. Het is juist van belang dat er onafhankelijk onderzoek plaatsvindt naar de oorzaak van het dekkingstekort en eventuele verhaalsmogelijkheden voor de ontbrekende tegoeden. De klanten zijn gebaat bij een ordentelijke, onafhankelijke afwikkeling waarbij zij volledig worden geïnformeerd. Het voorstel van verweersters om dit in eigen hand te houden is daarvoor niet toereikend.
Verweersters verkeren in de toestand dat zij zijn opgehouden te betalen
Op grond van artikel 6 Fw Pro wordt de faillietverklaring uitgesproken als summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze schuldeiser. Uit vaste rechtspraak (HR 13 oktober 1972, NJ 1973/49) volgt dat het niet van belang is of er sprake is van betalingsonmacht of betalingsonwil. Het gaat om de vraag of verweersters zijn opgehouden te betalen en of zij hun betalingen langer uitstellen dan wat gebruikelijk is binnen de branche waarin zijn opereren. Ook bij een faillissementsaanvraag door het Openbaar Ministerie moet de toestand van te hebben opgehouden te betalen blijken.
Volgens verweersters verricht [verweerster 1] geen activiteiten meer, is er geen personeel meer en zijn alle vorderingen voldaan zodat zij niet is opgehouden te betalen. Dit standpunt miskent het feit dat de klanten een overeenkomst hebben met [verweerster 1] op grond waarvan zij hun tegoeden van [verweerster 1] te vorderen hebben. Op grond van artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden is de rol van de Stichting om [verweerster 1] te ondersteunen bij het verlenen van diensten aan gebruikers door ervoor te zorgen dat crypto-activa en klantgelden die in bewaring worden gehouden voor gebruikers worden gescheiden van het vermogen van [verweerster 1]. De crypto-activa en gelden van de klanten worden daarmee beschermd tegen pogingen tot verhaalneming door crediteuren van [verweerster 1]. De Stichting houdt de cryptoactiva en klantgelden voor de klanten in beheer en betaalt deze alleen uit op instructie van [verweerster 1]. De klanten kunnen dus hun tegoeden opeisen bij [verweerster 1]. [verweerster 1] geeft vervolgens de instructie aan de Stichting om de tegoeden uit te betalen. Daarmee hebben de klanten vorderingen op [verweerster 1].
Het staat vast dat het niet mogelijk is om de klanten volledig te betalen, omdat er te weinig vermogen beschikbaar is. Verweersters hebben bovendien de toegang van klanten tot hun accounts geblokkeerd, waardoor de klanten niet in staat zijn hun geld terug te krijgen. Het standpunt van verweersters dat dit op grond van de algemene voorwaarden is toegestaan en zij daarmee niet is opgehouden te betalen, wordt niet gevolgd. De situatie waarin verweersters volgens de algemene voorwaarden de toegang tot de accounts en/of de betalingen mogen opschorten zijn in dit geval niet aan de orde. Zoals het Openbaar Ministerie terecht heeft aangevoerd, gaat het in de algemene voorwaarden om gevallen waarin het tijdelijk niet mogelijk is om de dienstverlening voort te zetten. In dit geval is sprake van een permanente situatie, gelet op het zeer omvangrijke dekkingstekort en de noodzaak tot afwikkeling van de vennootschap en stichting. De algemene voorwaarden voorzien niet in deze situatie, anders dan afwikkeling via een faillissement. Er is daarom summierlijk gebleken dat [verweerster 1] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Op grond van artikel 14.9 van de algemene voorwaarden is de Stichting verplicht om, ingeval van het faillissement van [verweerster 1], de equivalente waarde van de [verweerster 1] Credits van de klanten in geldmiddelen (euro) over te maken naar de door de klanten op het platform aangegeven bankrekening. De Stichting zal die verplichting jegens de klanten, gezien het dekkingstekort, niet kunnen nakomen zodat ook voor de Stichting summierlijk is gebleken dat zij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Het voorgaande leidt ertoe dat de verzoeken tot faillietverklaring zullen worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart [verweerster 1] en [verweerster 2] voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechters-commissarissen de leden van deze rechtbank mr. M.C. Franken en mr. C.G.E. Prenger;
- stelt aan tot curator mr. C.F.W.A. Hamm, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 te 10:00 uur. [1]
De griffier is buiten staat dit
vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.