ECLI:NL:RBROT:2026:9178

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
10-248052-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte poging doodslag en openlijk geweld in buurtcentrum Zwijndrecht

Op 19 september 2025 vond een ernstig steekincident plaats in buurtcentrum Xiejezo te Zwijndrecht waarbij een 17-jarig slachtoffer levensbedreigend gewond raakte. Vier jongens, waaronder de verdachte, werden vervolgd. De rechtbank baseerde zich op camerabeelden, getuigenverklaringen en forensisch onderzoek.

De confrontatie begon buiten het buurtcentrum, waarna een worsteling in de keuken plaatsvond waar het slachtoffer meerdere keren werd gestoken. Alleen een medeverdachte is met zekerheid aangewezen als dader van het steken. De verdachte ontkende betrokkenheid en was niet aanwezig bij het latere geweld bij de bar.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om de verdachte te verbinden aan de steekpartij of het geweld bij de bar. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens de vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 10-248052-25
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres], [postcode] te [plaatsnaam],
raadsman: mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam.

1.De zaak in het kort

Op 19 september 2025 is een jongen van 17 jaar neergestoken in het buurtcentrum Xiejezo in Zwijndrecht. Hij is daarbij zeer ernstig gewond geraakt. Zonder het snelle en adequate ingrijpen van de politie, en vervolgens de behandeling in de ambulance en in het ziekenhuis, had hij het vrijwel zeker niet overleefd.
De officier van justitie heeft vier jongens voor deze gebeurtenis vervolgd. Dit vonnis ziet op één van hen. De rechtbank heeft mede op basis van camerabeelden vastgesteld dat het slachtoffer op 19 september 2025 de confrontatie heeft gezocht met de vier verdachten: hij liep op hen af buiten het buurtcentrum, trok toen een vuurwapen en toen de verdachten wegrenden, is het slachtoffer achter twee van hen aangerend, het buurtcentrum in. Daar heeft een vechtpartij in de keuken plaatsgevonden en in die vechtpartij is het slachtoffer meermaals gestoken met een mes. De [medeverdachte 1] is de enige van wie vastgesteld kan worden dat hij met een mes gestoken heeft. Dit gebeurde tijdens een chaotische situatie in een kleine ruimte. Er kan niet vastgesteld worden dat de verdachte er rekening mee moest houden dat een medeverdachte met een mes zou gaan steken. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot doodslag.
Nadat in de keuken is gevochten heeft er openlijk geweld plaatsgevonden bij de bar van het buurtcentrum. Dat heeft echter plaatsgevonden nadat de verdachte uit het buurtcentrum was vertrokken door twee medeverdachten die – nadat zij waren vertrokken – zijn teruggekomen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken voor het ten laste gelegde openlijk geweld.

2.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 14 juli 2026.

3.Tenlastelegging

De verdachte staat terecht op de beschuldiging van een poging doodslag (feit 1) en openlijk geweld dan wel mishandeling (feit 2). De precieze tekst van de beschuldiging is neergelegd in
bijlage Ibij dit vonnis.

4.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft een integrale vrijspraak gevorderd.
5.
Wat is er gebeurd? [1]
De rechtbank stelt op basis van het dossier, de camerabeelden en hetgeen op de zitting is besproken het volgende vast over de feitelijke gang van zaken op 19 september 2025.
Achtervolging eerder op de dag
[medeverdachte 1] is op 19 september 2025 omstreeks 13:39 uur achtervolgd in Zwijndrecht. Als [medeverdachte 1] wil oversteken komt plots een in het donker geklede jongen in zijn richting rennen. [medeverdachte 1] rent weg en de jongen rent tot aan het winkelcentrum achter hem aan. [medeverdachte 1] zoekt na de achtervolging contact met de medeverdachten en vertelt dat hij is achtervolgd door het latere [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer). De vier verdachten, die in de wijk Noord wonen, kennen het slachtoffer, die uit de wijk Nederhoven komt, door eerdere spanningen en confrontaties tussen de groepen jongeren uit die wijken. De in het donker geklede jongen is door een getuige, die zowel in het winkelcentrum als in het buurtcentrum ter plaatse is geweest, herkend als het latere slachtoffer. De rechtbank gaat er op basis hiervan vanuit dat het het slachtoffer is geweest die [medeverdachte 1] die middag heeft achtervolgd door Zwijndrecht.
Confrontatie voorzijde buurtcentrum Xiejezo
Omstreeks 14:50 uur staan de vier verdachten ([medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]) met een groep andere jongeren voor het buurtcentrum Xiejezo. Het slachtoffer komt om 14:57:51 uur op een fatbike aanrijden. Hierop loopt een deel van de groep, waaronder [medeverdachte 1], het buurtcentrum in. Het slachtoffer stapt van zijn fatbike af, loopt in de richting van de andere drie verdachten en houdt zijn handen in zijn jaszakken. In zijn rechterzak zit volgens de later door de politie vergroot uitgekeken camerabeelden een op een vuurwapen lijkend voorwerp. [medeverdachte 3] slaat het slachtoffer met een wapenstok, terwijl die het op een vuurwapen lijkend voorwerp uit zijn zak haalt en deze richt op [verdachte] en daarna op [medeverdachte 3]. De groep jongeren stuift dan uit elkaar en vlucht weg. Op dat moment rent [medeverdachte 2] via de nooduitgang, waarvan de deur open stond, het buurtcentrum binnen. [medeverdachte 3] rent achter [medeverdachte 2] aan en zij worden op de voet gevolgd door het slachtoffer. [verdachte] rent als laatste via de hoofdingang het buurtcentrum binnen. In het buurtcentrum is op dat moment een groep vrijwilligers aanwezig.
Worsteling in de keuken en steekincident
[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] rennen om 14:58:07 uur achter elkaar aan de keuken van het buurtcentrum in, direct gevolgd door het slachtoffer. In de keuken hangt geen camera. Wat daar gebeurt, is het enige deel van de confrontatie bij en in het buurtcentrum waar geen camerabeelden van zijn.
[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] verklaren dat het slachtoffer in de keuken een vuurwapen op hen richt en daarbij meermaals de trekker overhaalt. Het vuurwapen gaat niet af. Er ontstaat – nog steeds volgens de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] – een worsteling om het vuurwapen waarbij over en weer wordt geduwd, geslagen en getrokken. Uit forensisch onderzoek van het letsel van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] blijkt dat zij letsel hebben opgelopen dat passend is bij hun verklaringen over de worsteling.
[medeverdachte 1] en [verdachte] zien vanuit de gang van het buurtcentrum een deel van de worsteling. Zij rennen om 14:58:30 uur samen de keuken in nadat zij een hard geluid horen. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben hier beiden over verklaard dat zij dachten dat er door het slachtoffer was geschoten. Als zij aankomen bij de keuken zien zij [medeverdachte 3] staan met zijn hand tegen zijn buik. Daardoor dachten zij dat hij was beschoten. [medeverdachte 1] raakt dan betrokken bij de worsteling. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het slachtoffer hem vastpakte en dat hij dacht dat het slachtoffer een vuurwapen vasthield en daarmee richtte. Hij heeft toen een mes uit de keuken gepakt en het slachtoffer daarmee één keer in zijn been gestoken, aldus [medeverdachte 1].
[verdachte] en [medeverdachte 1] rennen om 14:58:56 uur weg en verlaten het buurtcentrum.
[medeverdachte 2] komt om 14:59:01 uur uit de keuken en klimt over de bar. Tegelijkertijd is op de camerabeelden te zien dat het slachtoffer bij de bar op de grond ligt, waarbij er op de grond bloed bij het slachtoffer te zien is. Te zien is dat [medeverdachte 3] de verdachte een schop geeft. [medeverdachte 3] loopt dan om 14:59:15 met een vuurwapen in zijn hand het buurtcentrum uit, gevolgd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] mist een schoen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stappen samen in de auto en rijden weg.
Feit 1, de poging doodslag, betreft het steken van het slachtoffer in de keuken. Uit de medische verklaring blijkt dat er vijf keer is gestoken, dus meer dan de één keer steken die door [medeverdachte 1] is bekend.
Geweld buiten de keuken en in de buurt van de bar
Het slachtoffer staat omstreeks 14:59:23 uur op en zakt in de buurt van de bar in elkaar. Er ontstaat, zo is op de beelden te zien, wederom een plas bloed. Omstreeks 15:01:04 gaan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] opnieuw het buurtcentrum Xiejezo binnen. Zij lopen samen naar het slachtoffer dat nog in de buurt van de bar op de grond ligt. [medeverdachte 2] schopt met kracht tegen het lichaam van het slachtoffer, waarna hij samen met [medeverdachte 3] achter de bar uit beeld verdwijnt. De getuigen in het buurtcentrum zien het slachtoffer en schrikken. Vervolgens loopt [medeverdachte 2] opnieuw naar het slachtoffer. Hij heeft een bebloed mes in zijn linkerhand en slaat met zijn rechterhand het slachtoffer. [medeverdachte 3] duwt [medeverdachte 2] weg en schopt het slachtoffer. Vervolgens slaat [medeverdachte 2] het slachtoffer opnieuw. Om 15:01:45 verlaten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met het bebloede mes en de schoen van [medeverdachte 2] het buurtcentrum, terwijl het slachtoffer nog altijd op de grond ligt en hulp nodig heeft. Dit incident in de buurt van de bar is ten laste gelegd onder feit 2.
Letsel
Het slachtoffer had twee steekverwondingen in de bovenarm, twee steekverwondingen in het bovenbeen en één schampsteek op zijn linker voorhoofd. Hij heeft veel bloed verloren en is in het ziekenhuis geopereerd. Er was volgens de verklaring van de forensisch artsen sprake van acuut levensgevaar. Zonder de operatie was hij zeker overleden aan de steekwond in het bovenbeen, waarbij de slagader is geraakt. Ook met de behandeling in het ziekenhuis was er sprake van een levensbedreigende situatie. Dit letsel is ontstaan tijdens de confrontatie in de keuken (op de beelden is te zien dat er buiten de keuken niet is gestoken).
Vuurwapen
Op het later via de raadsman van [medeverdachte 3] ingeleverde vuurwapen is onder andere het DNA van het slachtoffer en [medeverdachte 3] aangetroffen. Het DNA van het slachtoffer is niet alleen op de loop van het vuurwapen, maar ook op andere onderdelen van het vuurwapen aangetroffen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit het vuurwapen is dat het slachtoffer bij zich heeft gehad op 19 september 2025. Uit onderzoek aan het vuurwapen blijkt dat het ging om een omgebouwd alarmpistool waarmee het mogelijk was om kogels te verschieten, waarbij er één kogel in het magazijn is aangetroffen. Er is onderzoek gedaan naar of het mogelijk is dat de trekker van het wapen tijdens het incident in het buurtcentrum is overgehaald en heeft geweigerd, maar dit heeft het NFI niet kunnen vaststellen of ontkrachten.

6.Vrijspraak

6.1.
Wat betekent het voorgaande voor de verdachte?
Op basis van het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die het slachtoffer in elk geval één keer met een mes heeft gestoken. Onduidelijk is gebleven hoe het slachtoffer aan de andere steekverwondingen is gekomen. Het slachtoffer zelf heeft hier niet over verklaard, er zijn geen camerabeelden en ook uit de verklaringen van getuigen of medeverdachten volgt hierover geen eenduidige informatie. De verdachte ontkent te hebben gestoken en geeft aan niet te hebben gezien wie het slachtoffer wel heeft gestoken. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor de betrokkenheid van de verdachte bij het steekincident in deze chaotische situatie. De rechtbank concludeert verder dat zij niet kan vaststellen dat de verdachte een nauwe en bewuste samenwerking heeft gehad met [medeverdachte 1] bij het steken in het been. De verdachte wordt daarom van feit 1 vrijgesproken.
De verdachte wordt ook vrijgesproken van feit 2. Het staat immers vast dat de verdachte niet meer aanwezig was in het buurtcentrum ten tijde van het geweld dat buiten de keuken en in de buurt van de bar heeft plaatsgevonden.

7.Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft [benadeelde partij] zich in het geding gevoegd, bijgestaan door mr. M. Veldman. Hij vordert een bedrag van € 27.075,00 aan materiële schade en een bedrag van € 25.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte integraal wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

8.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9.Beslissing

De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2026.
Bijlage I
tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging op de zitting, ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven,
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] meermalen, althans
eenmaal, met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, in het
been en/of de arm, althans het lichaam heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht, in
buurtcentrum Xiejezo, buiten de keuken en in de buurt van de bar, in elk geval openlijk in
vereniging geweld heeft gepleegd
tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer], welk in vereniging gepleegde
geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die
[slachtoffer] slaan en/of schoppen;
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht, buiten de
keuken en in de buurt van de bar in buurtcentrum Xiejezo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen.

Voetnoten

1.Voor de leesbaarheid van § 5 van dit vonnis wordt iedere verdachte, ook de verdachte, hier steeds aangeduid met zijn achternaam.