Smienk Trapliften B.V. heeft een procedure gestart tegen zeven gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS) naar aanleiding van een voorgenomen gunningsbeslissing in een aanbestedingsprocedure voor trapliften. Smienk betwistte de gunningsbeslissing ten gunste van Otolift Trapliften B.V. en vorderde onder meer intrekking van de gunningsbeslissing en het ongeldig verklaren van de inschrijving van Otolift.
De rechtbank oordeelde dat de gemeenten niet de aanbestedende dienst zijn en dat Smienk daarom geen belang heeft bij vorderingen tegen hen. Daarnaast was GRS, de aanbestedende dienst, pas na het verstrijken van de contractuele vervaltermijn gedagvaard, waardoor Smienk niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tegen GRS. Het beroep op de vervaltermijn werd niet buiten werking gesteld, ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid.
Otolift werd toegelaten als partij aan de zijde van GRS en de gemeenten. Smienk werd veroordeeld in de proceskosten van GRS, de gemeenten en Otolift. De rechtbank verklaarde de vorderingen van Smienk niet-ontvankelijk en wees de procedurekosten toe aan de wederpartijen.