ECLI:NL:RBROT:2026:919

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11885682 CV EXPL 25-19887
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:54 BWArt. 6:58 BWArt. 3:296 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting verantwoordelijkheid montage radiator en betaling koopprijs

De vennootschap onder firma Molenhuys Badkamer Design vordert betaling van een radiator van €1.413,90 van [gedaagde], die de radiator heeft gekocht maar nog niet heeft betaald omdat deze niet geleverd en gemonteerd is.

[gedaagde] stelt dat hij pas hoeft te betalen nadat de radiator zonder extra kosten is gemonteerd, verwijzend naar een mail van Molenhuys en verklaringen van een monteur. Molenhuys betwist montageverplichting zonder betaling en stelt dat [gedaagde] zelf een overeenkomst met de monteur heeft gesloten.

De kantonrechter constateert dat de radiator nog niet geleverd is vanwege het geschil over montagekosten en wil dit punt met partijen bespreken tijdens een zitting. Tevens wordt aan partijen gevraagd hun beschikbaarheid door te geven voor het plannen van de zitting.

De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en adviseert partijen om samen tot een oplossing te komen. De zaak betreft de uitleg van de koop- en montageovereenkomst en de vraag of [gedaagde] in verzuim is door niet te betalen.

Uitkomst: De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en plant een zitting om de montageverantwoordelijkheid en betalingsverplichting te bespreken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11885682 CV EXPL 25-19887
datum uitspraak: 23 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de vennootschap onder firma
Molenhuys Badkamer Design,
vestigingsplaats: Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee,
eiseres,
gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Molenhuys’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 augustus 2025, met bijlagen;
  • het antwoord van [gedaagde] , met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde]
  • de repliek;
  • de schriftelijke reactie op de repliek van [gedaagde] , met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft bij Molenhuys badkamerartikelen gekocht, waaronder een radiator. Molenhuys wilde in november 2024 de radiator bezorgen. [gedaagde] wilde dat Molenhuys dit zou doen als zij deze ook zou monteren zonder daar kosten voor in rekening te brengen, maar Molenhuys wilde de radiator alleen monteren tegen betaling. Tot op heden is de radiator daarom niet geleverd. [gedaagde] heeft er ook nog niet voor betaald.
2.2.
Molenhuys eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de radiator van € 1.413,90 te betalen, met buitengerechtelijke kosten en rente. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij vindt dat hij pas hoefde te betalen nadat de radiator (zonder kosten) zou zijn geplaatst. Inmiddels heeft hij ‘een andere oplossing gevonden.’
De kantonrechter wil de zaak met de partijen bespreken
2.3.
De kantonrechter wil de zaak met de partijen bespreken, omdat er nog een aantal punten onduidelijk is. In dit vonnis licht ze dit toe.
In principe moet [gedaagde] de radiator betalen als die is gemonteerd
2.4.
Er is geen discussie over dat [gedaagde] een radiator van € 1.413,90 heeft gekocht. [gedaagde] heeft gesteld dat hij die pas hoefde te betalen als die geleverd en gemonteerd zou zijn. Hij heeft daarvoor verwezen naar een mail van Molenhuys van 18 juni 2024. Molenhuys heeft dit niet betwist. Dit hanteert de kantonrechter daarom als uitgangspunt.
De radiator is (nog) niet geleverd
2.5.
De radiator is nog niet geleverd, omdat [gedaagde] dit heeft geweigerd. Dat komt omdat hij wilde dat Molenhuys de radiator zou monteren zonder daar kosten voor in rekening te brengen, maar Molenhuys wilde daar € 85,- voor hebben. De kernvraag is of [gedaagde] terecht stelt dat Molenhuys de radiator zonder extra kosten moest monteren. Als dat onterecht is, dan is hij in schuldeisersverzuim geraakt, zoals Molenhuys terecht stelt (artikel 6:58 BW Pro). Hij moet dan de koopprijs gewoon betalen (artikel 6:54 onder Pro a en 3:296 BW).
Is Molenhuys verantwoordelijk voor het monteren van de radiator?
2.6.
Volgens [gedaagde] is Molenhuys verantwoordelijk voor het monteren van de radiator. Hij heeft daarvoor drie argumenten: (1) Molenhuys schrijft in een mail van 18 juni 2024: “
Zodra de radiator binnen is komen wij hem monteren”, (2) [persoon A] , de monteur die de andere badkamerartikelen gemonteerd heeft, heeft verklaard dat Molenhuys de radiator gratis zou plaatsen en (3) in de dagvaarding staat dat een overeenkomst is aangegaan voor ‘verkoop + plaatsing’.
2.7.
Molenhuys betwist dat ze verantwoordelijk is. Ze wijst erop dat in de overeenkomst staat dat montagekosten niet zijn inbegrepen. Volgens haar heeft ze [gedaagde] alleen in contact gebracht met [persoon A] , met wie zij een samenwerking had, maar heeft [gedaagde] vervolgens zelf een overeenkomst gesloten met [persoon A] . Het citaat uit de dagvaarding is volgens haar een schrijffout.
2.8.
De kantonrechter wil dit punt met de partijen bespreken op een zitting. Daarbij heeft ze in ieder geval de volgende vragen:
Aan wie heeft [gedaagde] betaald voor het installeren van de overige bij Molenhuys gekochte badkamerartikelen? [gedaagde] schrijft dat hij twee facturen heeft gehad: één voor “de badkamer” en één voor “het installeren”. [gedaagde] wordt verzocht beide facturen uiterlijk tien dagen voor de zitting toe te sturen aan de kantonrechter én Molenhuys.
Hoe moet de mail van Molenhuys van 18 juni 2024 worden uitgelegd?
Instructie
2.9.
Tijdens de zitting zal de kantonrechter deze punten dus bespreken met de partijen. Ook zal de kantonrechter onderzoeken of de partijen samen tot een oplossing kunnen komen. De kantonrechter raadt de partijen aan om dit samen ook alvast te proberen.
2.10.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen. Daarom wordt nu eerst aan de partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij niet naar een zitting kunnen komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat de partijen uiterlijk op
woensdag 4 februari 2026moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden april tot en met augustus 2026 zij niet naar een zitting kunnen komen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
33394