Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 december 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van Cinerama.
2.De beoordeling
zou het stoppen”. [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat de inhoud van haar correspondentie in de bovengenoemde periode in het licht van die ondubbelzinnige mededeling van Cinerama moet worden gezien en dat de uitlatingen, die zij in dat verband in haar brieven en e-mails heeft gedaan, gebaseerd waren op de veronderstelling dat de bioscoop zou gaan verdwijnen wegens herontwikkeling. Door [gedaagde] is ter zitting in dat kader ook uiteengezet dat zij nooit op eigen initiatief een besluit heeft genomen om niet langer een bioscoop in Rotterdam te exploiteren. Zij heeft er verder op gewezen dat toen haar in de loop van 2025 duidelijk werd dat er nog geen concrete herontwikkelingsplannen waren zij herhaaldelijk aangedrongen heeft op overleg over een verdere verlenging. Dit volgt onder meer uit haar mail van 5 juni 2025, waarin zij schrijft “
Wij zetten graag – zoals veel Rotterdammers – de exploitatie van Cinerama nog door zolang er geen definitieve plannen zijn (overbrugging)(…)”.