ECLI:NL:RBROT:2026:925

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11606717 CV EXPL 25-6758
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 lid 1 BWArt. 6:74 BWArt. 6:82 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand en wanprestatie bij tandheelkundige werkzaamheden

JMV Beheer en Mondzorg Oostplein sloten op 13 februari 2024 een overeenkomst waarbij JMV tandheelkundige werkzaamheden zou verrichten tegen een dagtarief. JMV factureerde de gewerkte dagen, maar Mondzorg betaalde niet volledig, wat leidde tot een betalingsachterstand van €21.864,33. JMV vorderde betaling van dit bedrag met rente en incassokosten.

Mondzorg stelde dat JMV ernstig tekortgeschoten was door zonder overleg het werk neer te leggen en onvoltooid werk en klachten achter te laten, en eiste een schadevergoeding van €25.000. De kantonrechter oordeelde dat JMV de werkzaamheden op de gefactureerde dagen had verricht en dat Mondzorg onvoldoende had gemotiveerd betwist dat [naam 1] werkte. De opschorting van werkzaamheden door JMV was gerechtvaardigd vanwege betalingsachterstand.

De schadeclaim van Mondzorg werd afgewezen omdat zij onvoldoende bewijs leverde van de schade en geen ingebrekestelling had gedaan. Mondzorg werd veroordeeld tot betaling van de achterstallige facturen, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Mondzorg Oostplein wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige facturen, incassokosten, rente en proceskosten aan JMV Beheer, terwijl de schadevordering van Mondzorg wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11606717 CV EXPL 25-6758
datum uitspraak: 23 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
JMV Beheer B.V.,
vestigingsplaats: Breda,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. D.J. Mensink,
tegen
Mondzorg Oostplein B.V.,
vestigingsplaats: Winterswijk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie
gemachtigde: mr. J.M. Karstens.
De partijen worden hierna ‘JMV’ en ‘Mondzorg’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 11 maart 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
  • de brief van 16 juni 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • het antwoord in reconventie, met bijlagen;
  • de brief van Mondzorg van 20 november 2025, met bijlagen;
  • de akte van JMV van 22 november 2025, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van mr. Mensink.
1.2.
Op 8 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens JMV [naam 1] aanwezig, bijgestaan door mr. D.J. Mensink. Namens Mondzorg was geen (formeel) vertegenwoordiger aanwezig, maar [naam 2] was er in de rol van boedelberedderaar, bijgestaan door mr. J.M. Karstens.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
JMV en Mondzorg hebben op 13 februari 2024 een overeenkomst gesloten. Zij hebben afgesproken dat [naam 1] (hierna: ‘[naam 1]’) namens JMV in opdracht van Mondzorg zelfstandig werkzaamheden zou uitvoeren op het gebied van tandheelkundige behandelingen en prothesetechniek, tegen een dagtarief van € 1.200,- exclusief btw. JMV heeft facturen gestuurd voor de dagen waarop [naam 1] zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd. Mondzorg heeft, ondanks aanmaningen, niet alle facturen betaald, waardoor er over de periode van augustus 2024 tot en met januari 2025 sprake is van een betalingsachterstand van € 21.864,33. In deze procedure eist JMV dat Mondzorg wordt veroordeeld dat bedrag, met rente en buitengerechtelijke incassokosten, aan haar te betalen.
2.2.
Mondzorg is het niet eens met de eis van JMV en stelt dat JMV ernstig toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Volgens Mondzorg heeft [naam 1] zonder aankondiging of overleg het werk neergelegd en is hij vertrokken, waarbij hij veel onvoltooid werk en onbehandelde klachten van patiënten heeft achtergelaten. Mondzorg voert aan dat zij hierdoor aanzienlijke financiële schade heeft geleden. Daarom eist Mondzorg dat JMV wordt veroordeeld een schadevergoeding van € 25.000,- aan haar te betalen.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van JMV voor het grootste deel toe. De tegeneis van Mondzorg wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Mondzorg moet de achterstallige facturen aan JMV betalen
2.4.
Mondzorg moet de achterstallige facturen, die JMV heeft gestuurd voor de werkzaamheden die [naam 1] in de periode van augustus 2024 tot en met januari 2025 heeft uitgevoerd, aan JMV betalen. De kantonrechter oordeelt namelijk dat vaststaat dat [naam 1] op de in de facturen genoemde dagen heeft gewerkt.
2.5.
Uit de door Mondzorg overgelegde producties kan weliswaar worden afgeleid dat Mondzorg in twijfel trekt of [naam 1] wel op alle door hem gedeclareerde dagen daadwerkelijk heeft gewerkt, maar tijdens de zitting heeft [naam 1] uitgelegd dat hij – op een halve dag in januari 2025 na, die ook als zodanig in de facturen is verwerkt – wel degelijk alle genoemde dagen volledig heeft gewerkt. In reactie daarop heeft Mondzorg tijdens de zitting slechts aangegeven dat zij ‘niet kan beoordelen’ of [naam 1] op de in de facturen opgenomen dagen niet heeft gewerkt. Daarmee heeft Mondzorg onvoldoende gemotiveerd betwist dat [naam 1] op alle genoemde dagen heeft gewerkt en staat de stelling van JMV, dat dat wel het geval is, vast.
2.6.
Verder staat vast dat [naam 1] ná 10 januari 2025 niet meer voor Mondzorg heeft gewerkt. De kantonrechter volgt Mondzorg echter niet in haar stelling dat [naam 1] zomaar, zonder overleg, het werk heeft neergelegd en vertrokken is. Uit de brieven van JMV aan Mondzorg van 13 en 22 januari 2025 kan namelijk worden afgeleid dat [naam 1] zijn diensten heeft opgeschort. Dat recht had [naam 1] ook, omdat Mondzorg de facturen niet (volledig) had betaald.
2.7.
Uit de aanmaning van de gemachtigde van JMV van 18 februari 2025 leidt de kantonrechter af dat Mondzorg, nog vóórdat JMV haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven, in totaal al € 15.029,52 had betaald. Daarom gaat de kantonrechter er van uit dat dat bedrag, in afwijking van artikel 6:44 lid 1 BW Pro, in mindering strekt op het totaalbedrag van de facturen van JMV. Dat betekent dat Mondzorg nog een bedrag van
€ 21.864,33 (€ 36.893,85 -/- € 15.029,52) aan achterstallige facturen aan JMV moet betalen.
Mondzorg heeft geen recht op een schadevergoeding
2.8.
Mondzorg maakt aanspraak op een schadevergoeding van € 25.000,-, omdat zij vindt dat [naam 1] zijn werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en stelt dat daardoor aanzienlijke schade is ontstaan. Mondzorg heeft daarbij aangevoerd dat [naam 1] voor een aantal patiënten werkzaamheden heeft gedeclareerd, terwijl die niet hebben plaatsgevonden. Ook zouden een aantal patiënten verkeerd zijn behandeld met de nodige klachten en herstelkosten tot gevolg.
2.9.
In de wet is bepaald dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht tot het vergoeden van de schade die de schuldeiser als gevolg daarvan lijdt (artikel 6:74 BW Pro). Voor zover nakoming niet blijvend onmogelijk is, kan alleen schadevergoeding van een wederpartij worden geëist als de wederpartij in verzuim is. Om in verzuim te raken is het in een geval als dit nodig dat de wederpartij nog een keer schriftelijk in de gelegenheid wordt gesteld (door middel van ingebrekestelling) om binnen een redelijke termijn alsnog na te komen en hij dit nalaat (artikel 6:82 lid 1 BW Pro).
2.10.
De kantonrechter oordeelt dat Mondzorg het bestaan van de schade, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door JMV, onvoldoende heeft onderbouwd. Mondzorg verwijst naar een door [naam 3], praktijkmanager bij Mondzorg, opgesteld overzicht met daarin een samenvatting van klachten van patiënten. Dit overzicht vermeldt echter niet meer dan een groot aantal namen van patiënten met daarachter een korte beschrijving van wat er met deze patiënten aan de hand is. Die beschrijving is zo summier en onsamenhangend geformuleerd, dat daaruit zonder een nadere en duidelijke toelichting – die Mondzorg niet heeft gegeven – niet of nauwelijks valt op te maken wat er precies mis is gegaan bij deze patiënten en hoe daaruit schade zou zijn ontstaan voor Mondzorg. De schriftelijke verklaring van tandarts [naam 4] biedt hiervoor onvoldoende steun. Deze verklaring is heel algemeen geformuleerd en weinig gedetailleerd. Andere onderbouwing, zoals verklaringen van patiënten, ontbreekt.
2.11.
Mondzorg heeft tijdens de zitting verzocht [naam 3] en/of andere werknemers van Mondzorg als getuigen te laten horen en heeft daarnaast aangegeven nog de gelegenheid te willen krijgen om verklaringen van patiënten in het geding te brengen. Van Mondzorg had echter mogen worden verwacht dat zij haar tegeneis in dit stadium van de procedure – waarin al uitgebreid gelegenheid is geweest voor conclusiewisseling en een mondelinge behandeling is gehouden – al op een deugdelijke en voldoende concrete wijze had onderbouwd. Dat heeft zij niet gedaan. Omdat zij niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt aan een bewijsopdracht niet toegekomen.
2.12.
Nog los van bovenstaande, heeft Mondzorg geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij JMV op de hoogte heeft gebracht van de door haar gestelde gebreken en haar schriftelijk een termijn heeft gesteld om de gebreken te herstellen. Zij heeft verwezen naar een brief van 12 februari 2025, maar daarin is geen termijn gesteld, maar meteen verzocht om schadevergoeding. JMV is dus niet in verzuim. Ook daarom heeft Mondzorg geen recht op schadevergoeding.
Mondzorg moet € 993,64 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.13.
Voldoende gebleken is dat JMV buitengerechtelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd. Mondzorg heeft dat ook niet betwist. Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 993,64 toegewezen. Dat is het bedrag waarop JMV op basis van de toewijsbare hoofdsom recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. JMV heeft niet gesteld dat partijen een hoger bedrag hebben afgesproken.
Mondzorg moet rente betalen
2.14.
Omdat Mondzorg de facturen van JMV niet heeft betaald binnen de in de facturen vermelde betalingstermijn, is zij in verzuim en maakt JMV terecht aanspraak op betaling van rente. Omdat hier sprake is van een handelsovereenkomst, moet Mondzorg de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) over de openstaande facturen betalen. JMV heeft onbetwist gesteld dat de handelsrente tot de dag van de dagvaarding € 381,76 is. Dat bedrag wordt daarom toegewezen, net als de handelsrente vanaf de dag van de dagvaarding.
2.15.
De rente over de verschuldigde handelsrente wordt afgewezen, omdat het niet duidelijk is welk deel langer dan een jaar verschuldigd is (artikel 6:119a lid 3 BW).
2.16.
Ten slotte eist JMV ook rente over de buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke handelsrente is in dit geval niet van toepassing. Mondzorg moet de buitengerechtelijke kosten namelijk weliswaar betalen op basis van een handelsovereenkomst, maar het is niet de primaire betalingsverplichting. [1] Daarom wordt de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro toegewezen. Deze wordt toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, zoals geëist.
Mondzorg moet de proceskosten betalen
2.17.
De proceskosten in conventie komen voor rekening van Mondzorg, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Mondzorg in conventie aan JMV moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten,
€ 1.461,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,-) en
€ 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.804,35. Ook de proceskosten in reconventie komen voor rekening van Mondzorg, omdat haar tegeneis wordt afgewezen. De kantonrechter begroot de kosten die Mondzorg in reconventie aan JMV moet betalen op € 543,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,- x 1/2). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.18.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat JMV dat eist en Mondzorg daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt Mondzorg om aan JMV te betalen € 22.246,09, met de wettelijke handelsrente over (de hoofdsom van) € 21.864,33 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Mondzorg om aan JMV te betalen € 993,64 aan buitengerechtelijke incassokosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt Mondzorg in de proceskosten, die aan de kant van JMV worden begroot op € 2.804,35;
3.4.
wijst al het andere af;
in reconventie
3.5.
wijst de eis van Mondzorg af;
3.6.
veroordeelt Mondzorg in de proceskosten, die aan de kant van JMV worden begroot op € 543,-;
zowel in conventie als in reconventie
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. van Buuren en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Fiege.
44487

Voetnoten

1.Hoge Raad, 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3106