ECLI:NL:RBROT:2026:9282

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
83-219355-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en bestuursverbod voor fraude met coronasubsidies

De rechtbank Rotterdam heeft op 14 juli 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die als feitelijke leidinggever samen met anderen valsheid in geschrift en fraude met coronasubsidies heeft gepleegd. De verdachte diende valse vaststellingsformulieren in bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om onterecht coronasubsidies te verkrijgen.

Uit het onderzoek bleek dat de subsidiebedragen niet zijn besteed aan tijdelijke zorgbanen, maar via tussenpersonen zijn doorgesluisd naar branche-onlogische en buitenlandse bedrijven zonder zorgpersoneel. De verdachte heeft ondanks zijn stellingen geen geloofwaardige onderbouwing kunnen geven voor het bestaan van het ingehuurde personeel. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld en het vertrouwen in de overheidsgelden ernstig heeft geschaad.

De rechtbank legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van 240 uur en een bestuursverbod van vijf jaar om herhaling te voorkomen. Tevens werd de verdachte hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een materiële schadevergoeding van €375.677,04 aan het ministerie VWS, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 september 2021.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 240 uur taakstraf, vijf jaar bestuursverbod en hoofdelijk te betalen schadevergoeding van €375.677,04.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-219355-24
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Datum zitting: 30 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. N. Idrissi
Officier van justitie: mr. R.P. van der Pijl
Benadeelde partij: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Advocaten van de benadeelde partij: mr. G. Wind
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich als feitelijke leidinggever (samen met anderen) schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en fraude met coronasubsidies. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uren. Ook wordt aan de verdachte een bestuursverbod voor vijf jaren opgelegd. De vordering van de benadeelde partij het ministerie VWS wordt toegewezen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van betrokkenheid bij valsheid in geschrift en fraude met coronasubsidies.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1. primair
[medeverdachte rechtspersoon 1], op of omstreeks 28 december 2022 te Rotterdam en of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- Vaststelling Coronabanen in de zorg (COZO) (DOC-CZ-014),
valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door in strijd met de waarheid op dat geschrift - zakelijk weergegeven - te vermelden dat:
- het totaal aantal medewerkers 15 bedroeg en/of
- het totaal aantal coronabanen via detachering 14 bedroeg en/of
- de werkelijke kosten voor periode 1 € 124.221,65 bedroegen en/of
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 146 851,71 bedroegen en/of
- de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en/of
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren
ingevuld,
met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebben hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
1. subsidiair
[medeverdachte rechtspersoon 1], op of omstreeks 28 december 2022 te Rotterdam en/of elders in Nederland.
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen. opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een aanvraag vaststelling Coronabanen in de zorg (COZO) (DOC-CZ-014),
als ware het echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven - was vermeld dat:
- het totaal aantal medewerkers 15 bedroeg en/of
- het totaal aantal coronabanen via detachering 14 bedroeg en/of
- de werkelijke kosten voor periode 1 € 124.221,65 bedroegen en/of
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 146.851,71 bedroegen en/of
- de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en/of
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren ingevuld,
door dat geschrift te versturen en ofte doen toekomen aan de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen van het Ministerie van volksgezondheid en Sport, dan wel opzettelijk zodanig geschrift heeft afgeleverd en of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moesten vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik, hebben hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
2 primair
[medeverdachte rechtspersoon 2], op of omstreeks 25 juli 2022 te Deventer en of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- Vaststelling Coronabanen in de zorg (COZO) (DOC-CZ-019)
valselijk heeft opgemaakt en of heeft vervalst, door in strijd met de waarheid op dat geschrift - zakelijk weergegeven - te vermelden dat:
- het totaal aantal medewerkers 9 bedroeg en/of
- het totaal aantal coronabanen via detachering 5 bedroeg en/of
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 123.903,59 bedroegen en/of
-de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en/of
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren
ingevuld met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,
hebben hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
2 subsidiair
[medeverdachte rechtspersoon 2], op of omstreeks 25 juli 2022 te Deventer en of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- Vaststelling Coronabanen in de zorg (COZO) (DOC-CZ-019),
als ware het echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven - was vermeld dat:
- het totaal aantal medewerkers 9 bedroeg en/of
- het totaal aantal coronabanen via detachering 5 bedroeg en/of
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 123.903,59 bedroegen en/of
-de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en/of
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren
ingevuld,
door dat geschrift te versturen en of te doen toekomen aan de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen van het Ministerie van Volksgezondheid en Sport dan wel opzettelijk zodanig geschrift heeft afgeleverd en of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moesten vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik. hebben hij. verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
3
[medeverdachte rechtspersoon 1], op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april 2021
tot en met 11 juli 2023, in Rotterdam, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal opzettelijk en wederrechtelijk een of meer middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid waren verstrekt, te weten:
- Een subsidiebedrag van EUR 124.221,65, althans enig geldbedrag inzake eerste periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkosten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder) (DOC-CZ-014) en/of;
- Een subsidiebedrag van EUR 146.851,80, althans enig geldbedrag inzake tweede periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkomsten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder) (DOC-CZ-014),
heeft aangewend voor:
- ( in)directe betalingen aan bedrijven in de bouwsector en/of schoonmaakbranche en/of overige branche onlogische bedrijven;
- ( in)directe betalingen aan buitenlandse bedrijven en/of bedrijven met een buitenlandse
bankrekening zonder werknemers; in elk geval niet zijnde bedrijven met (voldoende) (zorg)personeel in dienst en/of in elk geval voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt (AMB-002-01 / AMB-004-01) hebben hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen);
4
[medeverdachte rechtspersoon 2], op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16
september 2021 tot en met 11 juli 2023, in Deventer, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal
opzettelijk en wederrechtelijk een of meer middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid waren verstrekt, te weten:
- een subsidiebedrag van EUR 123.903,59, althans enig geldbedrag inzake tweede periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkomsten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder) (DOC-CZ-019) en/of; heeft aangewend voor:
- ( in)directe betalingen aan bedrijven in de bouwsector en/of schoonmaakbranche en/of overige branche onlogische bedrijven;
- ( in)directe betalingen aan buitenlandse bedrijven en/of bedrijven met een buitenlandse
bankrekening zonder werknemers; in elk geval niet zijnde bedrijven met (voldoende) (zorg)personeel in dienst en/of in elk geval voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt (AMB-002-01 / AMB-004-01) hebben hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht heeft gegeven en of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en).

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1. primair
[medeverdachte rechtspersoon 1], op 28 december 2022 te Rotterdam, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- Vaststelling Coronabanen in de zorg (DOC-CZ-014), valselijk heeft opgemaakt, door in strijd met de waarheid op dat geschrift te vermelden dat:
- het totaal aantal medewerkers 15 bedroeg en
- het totaal aantal coronabanen via detachering 14 bedroeg en
- de werkelijke kosten voor periode 1 € 124.221,65 bedroegen en
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 146 851,71 bedroegen en
- de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren
ingevuld, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken
heefthij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging;
Feit 2 primair
[medeverdachte rechtspersoon 2], op 25 juli 2022 te Deventer, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- Vaststelling Coronabanen in de zorg (DOC-CZ-019), valselijk heeft opgemaakt, door in strijd met de waarheid op dat geschrift te vermelden dat:
- het totaal aantal medewerkers 9 bedroeg en
- het totaal aantal coronabanen via detachering 5 bedroeg en
- de werkelijke kosten voor periode 2 € 123.903,59 bedroegen en
-de geldende wet- en regelgeving op basis waarvan de subsidie werd ingediend, was nageleefd en
- de verantwoording (inclusief eventuele bijlagen) volledig, juist en naar waarheid waren
ingevuld met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken,
heefthij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging;
Feit 3
[medeverdachte rechtspersoon 1], op tijdstippen in de periode van 23 april 2021 tot en met 11 juli 2023, in Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid waren verstrekt, te weten:
- Een subsidiebedrag van EUR 124.221,65 inzake eerste periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkosten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder) en;
- Een subsidiebedrag van EUR 146.851,80 inzake tweede periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkomsten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder), heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt
heefthij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
Feit 4
[medeverdachte rechtspersoon 2], op tijdstippen in de periode van 16 september 2021 tot en met 11 juli 2023, in Deventer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid waren verstrekt, te weten:
- Een subsidiebedrag van EUR 123.903,59
inzake tweede periode coronabanen subsidie ten behoeve van de financiering van loonkomsten van tijdelijk personeel (al dan niet via een detacheerder) heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt
heefthij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen.
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
2.3.3.
Bewijsmotivering feiten 1 en 2 primair
Uit het dossier volgt dat [medeverdachte rechtspersoon 1] een subsidiebedrag van in totaal € 271.073,45 heeft ontvangen en dat [medeverdachte rechtspersoon 2] een subsidiebedrag van € 123.903,59 heeft ontvangen voor Coronabanen in de zorg (hierna COZO). Na het verkrijgen van de subsidiegelden zijn ter verantwoording COZO-vaststellingen ingediend ten behoeve van [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] (DOC-CZ-014 en DOC-CZ-019).
Niet ter discussie staat dat de verdachte, bestuurder van beide B.V.’s, deze vaststellingen heeft ingediend. Daarop staat aangegeven dat het volledige bedrag aan subsidiegelden is gebruikt ter invulling van tijdelijke coronabanen. Ter onderbouwing zijn twee detacheringsovereenkomsten en meerdere facturen overgelegd, waaruit zou moeten blijken dat personeel is ingeleend van Dakar Trading B.V. en Meggzorg B.V. De door [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] ontvangen COZO-gelden zijn vrijwel volledig overgemaakt naar de bankrekeningen van Dakar Trading en Meggzorg.
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft onderzoek gedaan naar Dakar Trading en Meggzorg. Vanaf de bankrekeningen van deze vennootschappen zijn de door [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] overgeboekte gelden doorgesluisd naar branche-onlogische bedrijven en/of buitenlandse bankrekeningen. Er zijn geen salarisbetalingen gedaan vanaf de bankrekeningen van Dakar Trading en Meggzorg. Ook hebben deze vennootschappen geen aangiften loonbelasting gedaan. Hieruit volgt dat er zowel door Dakar Trading als Meggzorg geen zorgpersoneel kan zijn gedetacheerd bij [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2].
De verdachte heeft verklaard dat er wel degelijk personeel is ingehuurd door [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2]. Ter onderbouwing hiervan heeft de verdachte vier werknemerslijsten en meerdere identiteitsbewijzen aangeleverd. Uit nader onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt echter dat geen van de door de verdachte verstrekte namen personeel betreft dat heeft gewerkt bij [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2].
De verdachte heeft op de zitting van 30 juni 2026 herhaald dat er wel degelijk personeel is ingeleend, maar dat hij de door Dakar Trading aangeleverde identiteitsbewijzen niet heeft gecontroleerd. Hij wist dus niet dat de die gegevens niet juist waren. Nu de verdachte de COZO-vaststellingen heeft ingediend op basis van de door Dakar Trading en Meggzorg aangeleverde gegevens, ontbreekt volgens de verdediging het opzet van de verdachte op het valselijk opmaken van de COZO-vaststellingen en het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken. In het verlengde hiervan stelt de verdediging dat de verdachte niet wist dat de subsidiegelden werden aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij waren verstrekt en dat ook het opzet hierop bij hem dus ontbreekt.
De rechtbank verwerpt dat verweer. Op grond van het onderzoek van de Arbeidsinspectie naar zowel Dakar Trading en Meggzorg enerzijds als naar de door de verdachte verstrekte gegevens anderzijds, komt de rechtbank tot de conclusie dat [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] (via Dakar Trading en Meggzorg) geen ‘COZO-personeel’ in dienst hadden. De enkele stelling van de verdachte dat dit wel zo was (maar dat hij niet de juiste gegevens van dit personeel aangeleverd heeft gekregen), is gelet hierop ongeloofwaardig. Hieruit volgt dat de COZO-vaststellingen met opzet valselijk zijn opgemaakt door de verdachte en dat door hem opzettelijk met de coronasubsidies is gefraudeerd. Deze zijn immers niet besteed aan coronabanen in de zorg.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich als feitelijke leidinggever schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en het medeplegen van subsidiefraude door [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2].
Getuigenverzoek
Op 23 maart 2026 is door de verdediging schriftelijk verzocht om [naam] als getuige te horen. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling op 30 juni 2026 is dit getuigenverzoek afgewezen, omdat daartoe vooralsnog geen noodzaak bestond. Bij pleidooi heeft de raadsvrouw het getuigenverzoek nogmaals herhaald, maar niet nader onderbouwd. De noodzaak om deze getuige alsnog te horen is de rechtbank niet gebleken. Het herhaald verzoek om [naam] als getuige te horen wordt daarom afgewezen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;
Feit 2 primair
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;
Feit 3
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel zijn verstrekt, aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
Feit 4
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel zijn verstrekt, aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en een bestuursverbod voor de duur van vijf jaren.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en te volstaan met een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een taakstraf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De door de verdachte rechtspersoon gepleegde strafbare feiten houden verband met de financiële overheidssteun die tijdens de coronapandemie in het leven was geroepen om personeel in de zorg te ondersteunen.
De verdachte heeft zich als feitelijke leidinggever schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door twee valse vaststellingsformulieren COZO in te dienen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS). De verdachte deed, om aanspraak te kunnen maken op de COZO-subsidie, het voorkomen alsof zijn ondernemingen zorgpersoneel hadden ingehuurd, terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. Op basis van deze aanvragen is het Ministerie VWS overgegaan tot uitkering van € 271.073,45 aan [medeverdachte rechtspersoon 1] en € 123.903,59 aan [medeverdachte rechtspersoon 2] De verdachte heeft aldus het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de juistheid van dergelijke geschriften - juist in een periode van een wereldwijde pandemie - op ernstige wijze beschaamd.
Daarnaast heeft de verdachte zich als feitelijke leidinggever schuldig gemaakt aan subsidiefraude door [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2], door de ontvangen COZO-subsidie samen met anderen te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor deze was bestemd. De COZO-subsidie werd verstrekt met als doel coronabanen in de zorg te realiseren tijdens de coronacrisis. Het ten onrechte verkregen subsidiegeld is echter gebruikt voor (indirecte) overboekingen naar zakelijke bankrekeningen van zijn medeverdachten en vervolgens zonder schroom weggesluisd naar buitenlandse bankrekeningen. Hierdoor is een groot bedrag aan overheidsgelden verdwenen, wat ten laste van de samenleving is gekomen.
De verdachte heeft op een geraffineerde wijze misbruik gemaakt van gemeenschapsgeld dat
bedoeld was als noodmaatregel voor zorgaanbieders om tijdelijk extra zorgpersoneel in te
huren tijdens de coronapandemie. In deze crisistijd heeft de overheid zich met eenvoudige
regelingen kwetsbaarder opgesteld dan gebruikelijk en zo voorrang gegeven aan de
maatschappelijke belangen die er speelden. De verdachte heeft zich kennelijk slechts laten leiden door geldelijk gewin, zonder zich te bekommeren om de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van 26 juni 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij nog steeds directeur is van de twee ondernemingen waar de verdenkingen ook op zien. De verdachte ontvangt een brutosalaris van ongeveer € 56.000,- en kan daarvan rondkomen. Hij is getrouwd en heeft vier kinderen, waarvan er twee minderjarig zijn. De verdachte is mantelzorger voor zijn vrouw, die een chronische hartaandoening heeft. De zorg voor het gezin rust in belangrijke mate op hem.
4.3.3.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het hoge benadelingsbedrag, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte hiervan heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten voor fraude. De rechtbank ziet in de ouderdom van de bewezen feiten, alsmede in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die tijdens de zitting naar voren zijn gekomen, aanleiding om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op te leggen. Daarnaast wordt aan de verdachte de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd, ook om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen. De voorwaardelijke gevangenisstraf is bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Bestuursverbod
De verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd in zijn hoedanigheid als bestuurder van zijn vennootschappen. Hij heeft deze vennootschappen misbruikt voor het plegen van subsidiefraude, waardoor de gehele samenleving is benadeeld. De rechtbank twijfelt of deverdachte de ernst van zijn handelen inziet en de op te leggen betalingsverplichtingen zullen bovendien een forse financiële last op de verdachte leggen. De rechtbank is daarom van oordeel dat een verbod tot het uitoefenen van een beroep als bestuurder van een rechtspersoon als bijkomende straf is aangewezen. Het op te leggen bestuursverbod zorgt ervoor dat verdachte niet in staat is om een rechtspersoon te misbruiken voor het plegen van nieuwe strafbare feiten. Daarmee wordt de samenleving beschermd tegen frauduleus handelen door de verdachte. Tegelijkertijd wordt de verdachte daardoor niet gehinderd om in loondienst werkzaamheden te verrichten en zo inkomen te genereren. De rechtbank zal de termijn van deze bijkomende straf vaststellen op vijf jaren.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: WVS) heeft als benadeelde partij voor alle feiten € 375.677,04 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van
€ 375.677,04 te vermeerderen met de wettelijke rente. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld met [medeverdachte rechtspersoon 1] tot vergoeding van €264.183,45 en met [medeverdachte rechtspersoon 2] tot vergoeding van €111.493,59 .
5.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Subsidiair moet de vordering van de benadeelde partij worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken.
5.4.2.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten 1 primair en 3 met [medeverdachte rechtspersoon 1] en de feiten 2 primair en 4 met [medeverdachte rechtspersoon 2] gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de schadevergoeding. Als [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Dit betekent dat de verdachte € 375.677,04 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen, waarvan € 264.183,45 hoofdelijk met medeverdachte [medeverdachte rechtspersoon 1] en € 111.493,59 hoofdelijk met medeverdachte [medeverdachte rechtspersoon 2]
5.4.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 16 september 2021.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 28, 31, 51, 57, 225 en 323a van het Wetboek van Strafrecht

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
Bestuursverbod
ontzet de verdachte van het recht van de uitoefening van het beroep van statutair
bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van Pro
het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van
5 (vijf) jaren;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met [medeverdachte rechtspersoon 1], aan de benadeelde partij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (feiten 1 primair en 3), te betalen een bedrag van
€ 264.183,45 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 september 2021 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door [medeverdachte rechtspersoon 1] (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met [medeverdachte rechtspersoon 2], aan de benadeelde partij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (feiten 2 primair en 4), te betalen een bedrag van € 111.493,59 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 september 2021 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door [medeverdachte rechtspersoon 2] (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of [medeverdachte rechtspersoon 1] en [medeverdachte rechtspersoon 2] de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.P. van de Beek, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en S.M. den Hollander, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 juli 2026.
Mrs. Van de Beek en Den Hollander zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1 – Bewijsmiddelen

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.