Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Vordering van de benadeelde partij
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
geldboete van € 27.000,-;
Rechtbank Rotterdam
De verdachte rechtspersoon heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door een onjuiste COZO-vaststelling in te dienen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waarbij werd voorgespiegeld dat tijdelijk zorgpersoneel was ingehuurd terwijl dit niet het geval was. Hierdoor werd een subsidiebedrag van €271.073,45 onterecht verkregen.
Daarnaast heeft de rechtspersoon samen met anderen de coronasubsidie aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor deze was verstrekt, waaronder overboekingen naar branche-onlogische en buitenlandse bedrijven zonder personeel. De rechtbank acht het bewezen dat de rechtspersoon met opzet valsheid in geschrift heeft gepleegd en fraude heeft gepleegd met de subsidie.
De verdediging voerde aan dat de bestuurder niet op de hoogte was van de onjuiste gegevens en het misbruik, maar de rechtbank verwierp dit verweer op basis van onderzoek van de Arbeidsinspectie en de onbetrouwbaarheid van de aangeleverde personeelsgegevens.
De rechtbank legt een geldboete van €27.000 op aan de verdachte rechtspersoon en wijst de vordering van het Ministerie van VWS tot vergoeding van materiële schade van €264.183,45 toe, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 16 september 2021. De verdachte rechtspersoon wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met de medeverdachte.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten en bepaalt dat de betalingsverplichting vervalt voor zover de medeverdachte reeds heeft betaald.
Uitkomst: De verdachte rechtspersoon is veroordeeld tot een geldboete van €27.000 en hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van €264.183,45 aan het Ministerie van VWS.