ECLI:NL:RBROT:2026:9302

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
10-098774-25 en 10-119025-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 38v SrArt. 38w Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging, bedreiging en overtreden gedragsaanwijzing met gevangenisstraf en 38v-maatregel

De verdachte heeft zijn ex-partner gedurende twee weken herhaaldelijk belaagd en bedreigd, waarbij hij ook de spiegel van haar auto vernielde. Vervolgens heeft hij gedurende bijna een maand op verschillende manieren contact gezocht met zijn ex-partner, ondanks een gedragsaanwijzing die een contact- en gebiedsverbod inhield.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte stelselmatig en opzettelijk inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner, haar bedreigde met woorden van ernstige aard en de gedragsaanwijzing overtrad. De verdachte zat meerdere malen in voorlopige hechtenis en schond herhaaldelijk de voorwaarden waaronder hij geschorst was.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 300 dagen op, waarvan 58 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op stabilisatie en gedragsverandering. Daarnaast werd een vrijheidsbeperkende maatregel (38v) opgelegd voor vijf jaar, met een gebiedsverbod en contactverbod, die dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard. De voorlopige hechtenis werd opgeheven met ingang van het vonnis.

De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen, contactverboden en controle op alcoholgebruik. De maatregel en voorwaarden zijn bedoeld om recidive te voorkomen en de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.

De rechtbank nam de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en het recidiverisico zwaar mee in haar oordeel en wees de eis van het Openbaar Ministerie grotendeels toe.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 300 dagen gevangenisstraf (waarvan 58 voorwaardelijk) en een 38v-maatregel met dadelijke uitvoerbaarheid wegens belaging, bedreiging, vernieling en overtreden gedragsaanwijzing.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-098774-25 en 10-119025-26
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Datum zitting: 10 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1]
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],
gedetineerd in [naam PI].
Advocaat van de verdachte: mr. T. Altindag
Officier van justitie: mr. J.P.G. du Chatinier
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zijn ex-partner gedurende een periode van twee weken belaagd en meermaals bedreigd. In deze periode heeft hij ook haar autospiegel vernield. Vervolgens heeft hij zich gedurende een periode van bijna een maand op verschillende wijzen meermaals contact gezocht met zijn ex-partner, waardoor hij zijn gedragsaanwijzing, inhoudende een contactverbod en een gebiedsverbod, heeft geschonden. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 300 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 66 dagen voorwaardelijk. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegd. Zowel de bijzondere voorwaarden als de 38v-maatregel worden dadelijk uitvoerbaar verklaard.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zijn ex-partner gedurende een periode van twee weken heeft belaagd en meermaals bedreigd, de autospiegel van zijn ex-partner heeft vernield en zich gedurende een periode van bijna een maand niet aan de gedragsaanwijzing - inhoudende een contactverbod met zijn ex-partner en een gebiedsverbod - heeft gehouden.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
Parketnummer 10-098774-25
1
hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2025 tot en met 29 maart 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door:
- veelvuldig (dreigende) berichten via WhatsApp naar die [slachtoffer] te sturen en/of
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer] en/of
- zich nabij/voor de woning van die [slachtoffer] te bevinden
met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij op of omstreeks 27 maart 2025 te Rotterdam,
opzettelijk en wederrechtelijk een autospiegel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
3
hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2025 tot en met 29 maart 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:
- " ik ga je dood slaan" en/of
- " ik maak iedereen dood" en /of
- " ik ga een pistool kopen en laat deze af gaan in jouw mond" en/of
- " iedereen ga ik steken" en/of
- " nu moet ik even rusten maar die foking pistool ga ik kopen" en/of
- " iedereen leg ik plat, ik stop niet, al ga ik jaren binnen" en/of
- " moet ik je knallen" en/of
- " ik maak jullie allemaal dood kapot stervende"
- " ik maak je kkr dood",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Parketnummer 10-119025-26
hij in de periode van 22 maart 2026 tot en met 20 april 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,
opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 17 maart 2026, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, inhoudende een gebiedsverbod voor de [locatie] en een straal van 3 kilometer eromheen en/of een contactverbod met [slachtoffer], door:
- te bellen naar die [slachtoffer] en/of
- berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of
- zich in de buurt van die [slachtoffer] te bevinden.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de onder parketnummer 10-098774-25 onder 1 (belaging) en 2 (vernieling) tenlastegelegde feiten. De verdediging heeft zich ten aanzien van de onder parketnummer 10-098774-25 onder 3 (bedreiging) en parketnummer
10-119025-26 (overtreden gedragsaanwijzing) tenlastegelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-098774-25
1
hij in de periode van 13 maart 2025 tot en met 29 maart 2025 in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door:
- veelvuldig (dreigende) berichten via WhatsApp naar die [slachtoffer] te sturen en
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer] en
- zich nabij/voor de woning van die [slachtoffer] te bevinden
met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij op 27 maart 2025 te Rotterdam,
opzettelijk en wederrechtelijk een autospiegel, die aan [slachtoffer] toebehoorde heeft vernield;
3
hij in de periode van 16 maart 2025 tot en met 29 maart 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:
- " ik ga je dood slaan" en
- " ik maak iedereen dood" en
- " ik ga een pistool kopen en laat deze af gaan in jouw mond" en
- " iedereen ga ik steken" en
- " nu moet ik even rusten maar die foking pistool ga ik kopen" en
- " iedereen leg ik plat, ik stop niet, al ga ik jaren binnen" en
- " moet ik je knallen" en
- " ik maak jullie allemaal dood kapot stervende"
en
- " ik maak je kkr dood",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Parketnummer 10-119025-26
hij in de periode van 22 maart 2026 tot en met 20 april 2026 in Nederland,
opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 17 maart 2026, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, inhoudende een gebiedsverbod voor de [locatie] en een straal van 3 kilometer eromheen en een contactverbod met [slachtoffer], door:
- te bellen naar die [slachtoffer] en
- berichten te sturen naar die [slachtoffer] en
- zich in de buurt van die [slachtoffer] te bevinden.
2.3.2.
Nadere bewijsmotivering
Is er sprake van belaging?
Anders dan door de raadsvrouw is gesteld, stelt de rechtbank vast dat de relatie tussen de verdachte en aangeefster al langere tijd voor de tenlastegelegde periode was geëindigd. Belaging verbiedt niet het op een normale maatschappelijk geaccepteerde manier aangaan van een gesprek over een (beëindigde) relatie. Maar de indringende wijze waarop de verdachte contact heeft gezocht en is blijven zoeken, ondanks dat aangeefster meermaals heeft aangegeven geen contact meer te willen, gaat deze grens duidelijk over. De verdachte heeft dusdanig vaak en (in)dringend op verschillende wijzen contact gezocht dat de feitelijke gedragingen van de verdachte een wezenlijke inbreuk opleverden van de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Door de manier waarop de verdachte dit heeft gedaan heeft hij aangeefster gedwongen contact met hem te hebben, met - voor hem - het doel de relatie te herstellen, en dit contact telkens te dulden. Daarnaast heeft hij door de door hem gebruikte dreigende bewoordingen aangeefster vrees aangejaagd . De rechtbank is van oordeel dat de onder parketnummer 10-098774-25 onder 1 tenlastegelegde belaging wettig en overtuigend is bewezen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-098774-25
Feit 1
belaging;
Feit 2
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
Feit 3
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
Parketnummer 10-119025-26
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf en maatregel

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 68 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van het voorarrest. Hierbij moeten de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals geadviseerd door de reclassering, met de toevoeging van een contactverbod met de kinderen van de verdachte (zolang Veilig Thuis en/of de reclassering en/of een andere instelling dit nodig vindt) en een gebiedsverbod van 3 kilometer rondom de woning van de aangeefster. Deze bijzondere voorwaarden moeten dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Daarnaast moet een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr worden opgelegd, inhoudende een contactverbod met de aangeefster, en een gebiedsverbod van 3 kilometer rondom de woning van aangeefster, voor de duur van drie jaren, met toepassing van vervangende hechtenis van 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden en met de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdachte is al ruim voldoende afgestraft, nu er voor deze feiten normaal niet dermate hoge straffen worden opgelegd. Het is niet passend en noodzakelijk om nog een aanvullende straf op te leggen. Er moet worden volstaan met het opleggen van een straf gelijk aan voorlopige hechtenis, met eventueel aanvullend een voorwaardelijk deel, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke taakstraf. Er moet geen proeftijd van 3 jaar, maar van 2 jaar worden opgelegd. Er is geen grondslag om de eventuele bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Met de bijzondere voorwaarden kan het doel om herhalingsgevaar te voorkomen in voldoende mate worden bereikt, dus het opleggen van een 38v-maatregel is niet nodig.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zijn ex-partner gedurende een periode van twee weken belaagd en meermaals bedreigd. In deze periode heeft hij ook haar autospiegel vernield. Hij heeft zijn ex-partner, de moeder van zijn kinderen, herhaaldelijk lastiggevallen door haar veelvuldig berichten te sturen, te bellen en ongevraagd aan haar deur te verschijnen. De verdachte heeft herhaaldelijk tegenover de politie en zorginstanties aangegeven dat hij dit deed omdat hij contact wilde met zijn kinderen. Opvallend is echter dat de berichten wijzen op de wens om weer een liefdesrelatie te krijgen met zijn ex-partner. De verdachte vraagt niet naar hoe het met de kinderen gaat of wanneer hij hen kan zien/spreken. Ter zitting heeft de verdachte aangegeven dat hij inderdaad wilde dat het werd zoals vroeger.
De verdachte heeft ongeveer drie maanden in voorlopige hechtenis gezeten voor de voornoemde feiten en werd onder voorwaarden, waaronder een contactverbod met zijn ex-partner, geschorst. De verdachte heeft het contactverbod overtreden en zijn schorsing is vervolgens opgeheven. Hij heeft wederom ongeveer drie maanden in voorlopige hechtenis gezeten. Op 20 maart 2026 kwam de verdachte vrij. Aan hem is enkele dagen eerder, op 17 maart 2026, een gedragsaanwijzing opgelegd en in persoon uitgereikt inhoudende dat hij geen contact mocht opnemen met zijn ex-partner en zich niet mocht bevinden rondom haar woning. De verdachte heeft echter vanaf 22 maart 2026 tot en met 20 april 2026 zijn ex-partner wederom gebeld, berichten gestuurd en haar opgezocht.
Vervolgens is de verdachte wederom in voorlopige hechtenis genomen en enkele dagen later geschorst onder voorwaarden, waaronder meewerken met reclasseringstoezicht om op die manier het recidive risico te beperken. De reclassering heeft op 1 juni 2026 per e-mail aangegeven dat het toezicht moeizaam verliep omdat de verdachte zich niet aan de afspraken houdt en regelmatig onbereikbaar is. Veel afspraken worden verschoven omdat hij ‘niet kon’ of ‘ziek’ was. Een intakegesprek bij Fivoor heeft de verdachte afgezegd, waardoor de behandeling niet kon starten. De schorsing van de voorlopige hechtenis is vervolgens opgeheven en sindsdien zit de verdachte vast. Tijdens de zitting heeft de verdachte aangegeven dat hij destijds de toegevoegde waarde van het reclasseringstoezicht niet zag en onder andere daarom niet heeft meegewerkt.
De verdachte heeft herhaaldelijk ingrijpend inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner. Blijkens zowel de aangifte als de slachtofferverklaring van het slachtoffer heeft (en had) het gedrag van de verdachte grote impact op haar leven. Het slachtoffer slaapt slecht, ervaart veel stress en is hierdoor uitgeput. Ze wil graag rust en verder met haar leven, maar door het aanhoudende gedrag van de verdachte wordt haar dit onmogelijk gemaakt. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapporten van de reclassering
In het rapport van
Verslavingsreclassering GGZ Fivoorvan 1 april 2025 staat het volgende.
Op diverse leefgebieden is er sprake van instabiliteit. De verdachte heeft geen eigen vaste huisvesting en momenteel geen gestructureerde dagbesteding. De financiën van de verdachte zijn beperkt en er is sprake van schulden. De verdachte zegt niet te kampen met verslavingsproblematiek maar uit het proces-verbaal komen wel signalen van (overmatig) alcoholgebruik naar voren.
Echter vindt de reclassering de houding van de verdachte het meest zorgelijk. De verdachte doet zeer heftige uitspraken en laat zeer negatief gedrag zien richting zijn ex-partner. Hiermee probeert hij zijn zin door te drijven, namelijk het zien van zijn kinderen en het maken van afspraken hierover. De verdachte lijkt zich niet te beseffen welke impact zijn gedragingen en uitspraken op zijn ex-partner hebben en dat hij haar hiermee angst inboezemt. Sterker nog, hij lijkt zijn gedragingen en uitspraken weg te zetten als geheiligde middelen om zijn doelen te bereiken.
In het rapport van het
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclasseringvan 12 maart 2026 staat het volgende.
De verdachte bagatelliseert het delictgedrag en zijn alcoholgebruik (in de delictperiode), maar heeft wel toegegeven dat hij ‘dingen heeft gezegd, die hij niet had moeten zeggen’. Volgens onderhavig verdiepingsonderzoek functioneert de verdachte op een licht verstandelijk beperkt tot laagbegaafd cognitief niveau, waardoor zijn probleemhantering en inzicht in oorzaak-gevolgrelaties beperkt zijn.
Volgens dossier- en referenteninformatie speelt de relatieproblematiek al jaren, hoewel er ook rustige periodes zijn (wanneer de verdachte niet [veel] alcohol drinkt). Naar aanleiding van onderhavige escalatie is bij Veilig Thuis vorig jaar (opnieuw) een “interventie” gestart (in kaart brengen van de problematiek en opstellen van veiligheidsvoorwaarden).
De verdachte toonde, en toont zich opnieuw, bereid om mee te werken aan vrijheidsbeperkende maatregelen en op zorg- en gedrag gerichte voorwaarden, maar overtrad het contactverbod tijdens onderhavige schorsing van de voorlopige hechtenis. Op dat moment had hij nog steeds geen zelfstandige woonruimte en geen omgang met zijn kinderen, om wie hij zich naar eigen zeggen zorgen maakte.
Veel verder dan aanmeldingen bij Fivoor (ambulante behandeling), begeleid wonen en bewindvoering is het tijdens de schorsing niet gekomen, omdat de verdachte aanvankelijk zijn afspraken niet of onvoldoende nakwam, hij niet goed bereikbaar was of ziek was en zijn schorsing werd opgeheven toen hij zijn afspraken begon na te komen. De verdachte is nog steeds in contact met zijn begeleider van het FAT (forensisch ambulante team van het Leger des Heils) die hem praktisch ondersteunt.
Omdat er nog geen doelen zijn bereikt en de risico’s dus nog niet zijn afgenomen, zijn bijzondere voorwaarden onverminderd geïndiceerd. De begeleiding door het FAT kan worden gecontinueerd, de verdachte blijft in elk geval tot de inhoudelijke zitting op de wachtlijst voor begeleid wonen staan en heeft, onder voorbehoud van het vonnis, op 21 april 2026 een intake bij Fivoor. Nadat hij stabiliteit in zijn leven heeft aangebracht wil hij, met behulp van een advocaat en eventuele bemoeienis van Veilig Thuis of een wijkteam, toewerken naar een constructieve omgangsregeling met zijn kinderen. Als veilige omgang weer mogelijk is, staat aangeefster hiervoor open.
Als de verdachte schuldig wordt bevonden aan huiselijk geweld, houdt de reclassering rekening met een hoge kans op recidive en (minstens) een gemiddelde kans op letselschade, zolang de verdachte geen stabiliteit in zijn leven heeft aangebracht, er geen goede omgangsregeling m.b.t. zijn kinderen is getroffen en er geen behandelresultaten zijn behaald m.b.t. zijn coping/probleemhantering (waaronder het gebruik van alcohol). Hierin heeft de reclassering het justitieel verleden, de overtreding van het contactverbod tijdens de schorsing van de preventieve hechtenis, het psychosociaal functioneren en zijn externaliserende houding meegewogen, evenals het feit dat de verdachte een ontoereikend steunnetwerk heeft.
Op basis van het verloop van eerder toezicht en een werkstraf, een - eveneens gedateerde -
overtreding van een tijdelijk huisverbod, het moeizame verloop van het recente schorsingstoezicht en de recente overtreding van het contactverbod (schorsingsvoorwaarde) houdt de reclassering rekening met een hoog-gemiddelde kans op onttrekking aan voorwaarden; met name m.b.t. een locatie- en/of contactverbod.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een deels voorwaardelijke straf met dadelijk uitvoerbare bijzondere voorwaarden die erop gericht zijn dat de verdachte stabiliteit in en grip op zijn leven krijgt en gedragsalternatieven ontwikkelt. Omdat de kans groot is dat de verdachte - ondanks én ten koste van voorwaarden (bij een volledige TUL) - naar het adres van het vermeende slachtoffer en/of het nabijgelegen adres van de school van
de kinderen gaat, adviseert de reclassering om een gebiedsverbod als dadelijk uitvoerbare 38v-maatregel op te leggen.
4.3.3.
Oplegging straf en maatregel
Gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 300 dagen. De rechtbank is van oordeel dat dit passend is gelet op de ernst van de feiten en het aanhoudende gedrag van de verdachte. Doordat de verdachte meermalen zijn voorwaarden heeft geschonden en een gedragsaanwijzing heeft overtreden heeft hij al langere tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. De rechtbank acht het passend en geboden dat hem ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van 58 dagen zal worden opgelegd, voornamelijk omdat het van belang is dat de verdachte hulp krijgt bij de stabilisatie van verschillende leefgebieden en dit ervoor kan zorgen dat het recidiverisico lager wordt. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte na vandaag niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, met de toevoeging van het contactverbod met de kinderen en het gebiedsverbod, zoals door de officier van justitie is geëist. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans te verkleinen op het plegen van nieuwe strafbare feiten.
De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met mogelijkheid tot kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, contactverbod met aangeefster en een strikte regulering van het contact met de kinderen, een gebiedsverbod, een inspanningsverplichting dagbesteding, meewerken aflossing schulden, meewerken beheersing middelengebruik (m.n. alcoholgebruik) en meewerken aan ambulante begeleiding.
Gelet op het reclasseringsrapport en de aard van de feiten moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
Om de maatschappij te beveiligen en om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 5 jaren. Deze maatregel houdt in:
  • een contactverbod met [aangeefster]; en
  • een gebiedsverbod voor de wijken Prinsenland, Kralingseveer, De Esch, Kralingen-Oost en het zuidwestelijke gedeelte van de gemeente Capelle aan den IJssel, met uitzondering van de A16, de N210 en de N219 die dit gebied doorkruisen. Dit betekent dat het gebied wordt begrensd door: de Prinsenlaan, de Capelseweg, de Kanaalweg, de Rivierweg, de Hollandsche IJssel, de Nieuwe Maas, de S100, de S109, de Boezemlaan, de Kralingse Plaslaan, de Kralingseweg en de A16. Hierbij wordt verwezen naar de kaart die als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht.
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van 2 weken, met een totale duur van maximaal 6 maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er gelet op het reclasseringsadvies en de aard van de feiten ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend zal gedragen ten aanzien van aangeefster. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5.Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen bij eindvonnis. Dat verzoek wordt, gelet op de op te leggen straf, toegewezen.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 184a, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer
10-098774-25 en het feit in de zaak met parketnummer 10-119025-26, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregel
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 300 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
58 dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Leger des Heils op het adres Triathlonstraat 3, 3078 HX te Rotterdam (010- 2381900). De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de forensische poli van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en/of het vergroten van het probleemoplossend vermogen. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
3. de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. de verdachte heeft gedurende de proeftijd geen - direct of indirect - contact met:
het slachtoffer [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats 2])
de kinderen van het slachtoffer en de verdachte ([kind 1] en [kind 2]), uitsluitend op de tijdstippen en de wijze zoals dat vooraf wordt goedgekeurd door een instelling als Veilig Thuis, Jeugdbescherming en/of de reclassering, zolang het Openbaar Ministerie deze beperking in het omgangsrecht met de kinderen gedurende de proeftijd nodig vindt;
5. de verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in het gebied dat zich bevindt in de wijken Prinsenland, Kralingseveer, De Esch, Kralingen-Oost en het zuidwestelijke gedeelte van de gemeente Capelle aan den IJssel, met uitzondering van de A16, de N210 en de N219 die dit gebied doorkruisen. Dit betekent dat het gebied wordt begrensd door: de Prinsenlaan, de Capelseweg, de Kanaalweg, de Rivierweg, de Hollandsche IJssel, de Nieuwe Maas, de S100, de S109, de Boezemlaan, de Kralingse Plaslaan, de Kralingseweg en de A16. Hierbij wordt verwezen naar de kaart die als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht. Dit gebiedsverbod geldt zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan de verdachte toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in (een bepaald deel van) het verboden gebied te bevinden;
6. de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van (overmatig) alcoholgebruik en delictgedrag;
7. de verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan bewindvoering en/of schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
8. de verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik van alcohol en het gebruik van alcohol te leren beheersen. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en/of ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel het alcoholgebruik wordt gecontroleerd;
9. de verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan ambulante begeleiding van het FAT van het Leger des Heils of soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 9 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de onder nummers 1 tot en met 9 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer
10-098774-25 en het feit in de zaak met parketnummer 10-119025-26 op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte:
1. zich gedurende 5 jaren na de datum van dit vonnis niet bevindt in het gebied dat zich bevindt in de wijken Prinsenland, Kralingseveer, De Esch, Kralingen-Oost en het zuidwestelijke gedeelte van de gemeente Capelle aan den IJssel, met uitzondering van de A16, de N210 en de N219 die dit gebied doorkruisen. Dit betekent dat het gebied wordt begrensd door: de Prinsenlaan, de Capelseweg, de Kanaalweg, de Rivierweg, de Hollandsche IJssel, de Nieuwe Maas, de S100, de S109, de Boezemlaan, de Kralingse Plaslaan, de Kralingseweg en de A16. Hierbij wordt verwezen naar de kaart die als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht;
2. gedurende 5 jaren na de datum van dit vonnis op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats 2];
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 weken, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden;
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. Wielhouwer, voorzitter,
en mrs. W.A.F. Damen en M. van den Bossche, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juli 2026.
/TEKENBLAD.
Bijlage 1
Kaart ten behoeve van het gebiedsverbod zoals opgenomen als bijzondere voorwaarde onder nummer 5 en in de 38v-maatregel:
Het gebiedsverbod betreft de wijken Prinsenland, Kralingseveer, De Esch, Kralingen-Oost en het zuidwestelijke gedeelte van de gemeente Capelle aan den IJssel, met uitzondering van de A16, de N210 en de N219 die dit gebied doorkruisen.
Dit betekent dat het gebied wordt begrensd door: de Prinsenlaan, de Capelseweg, de Kanaalweg, de Rivierweg, de Hollandsche IJssel, de Nieuwe Maas, de S100, de S109, de Boezemlaan, de Kralingse Plaslaan, de Kralingseweg en de A16.