De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen en de machtiging tot uithuisplaatsing van één van hen in een gezinshuis.
De vader heeft sinds december 2025 het eenhoofdig ouderlijk gezag over beide kinderen. De kinderen zijn sinds november 2023 uit huis geplaatst vanwege zorgen over het psychisch welzijn van de moeder en haar opvoedvaardigheden. De ondertoezichtstelling loopt tot 2 februari 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot dezelfde datum.
De GI verzoekt verlenging van beide maatregelen voor een jaar. De kinderrechter stelt vast dat de moeder niet in staat is de verzorging en opvoeding te dragen en dat de ontwikkelingsbedreigingen bij de kinderen nog niet zijn weggenomen. [Minderjarige 1] heeft kenmerken van autisme en een lichte verstandelijke beperking, terwijl [minderjarige 2] een algehele ontwikkelingsachterstand heeft. Het verblijf van [minderjarige 2] in het gezinshuis blijft noodzakelijk.
De vader verzet zich niet tegen de verlenging. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing met een jaar. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.