ECLI:NL:RBROT:2026:9360

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
10-045099-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 234 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor vervaardigen, verspreiden phishingsites en witwassen

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het vervaardigen, ontvangen, verspreiden en verkopen van phishingsites en -panels, alsmede het ontvangen en voorhanden hebben van gegevens bestemd voor bancaire phishing. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor het witwassen van ruim €288.000.

De bewezenverklaring is gebaseerd op bekentenissen, bankanalyse, en diverse bewijsmiddelen waaronder digitale gegevens en verklaringen van betrokkenen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte gedurende meerdere jaren in Nederland en Noorwegen betrokken was bij deze cybercriminaliteit en witwaspraktijken.

Verdachte werd deels vrijgesproken van witwassen van €36.020,16, omdat hij aannemelijk maakte dat dit bedrag afkomstig was van legale leningen van zijn moeder. De rechtbank hield rekening met de jonge leeftijd van verdachte, zijn motivatie tot gedragsverandering en de adviezen van de reclassering.

De straf bestaat uit 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en gedragsinterventie. Inbeslaggenomen telefoons worden teruggegeven, terwijl de Rolex horloges eveneens worden teruggegeven omdat niet is vastgesteld dat deze uit criminele baten zijn verkregen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor vervaardigen en verspreiden van phishingsites en witwassen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-045099-26
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Datum zitting: 26 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats 1],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentiecentrum].
Advocaat van de verdachte: mr. M.C. Levy
Officier van justitie: mr. A.K. Tiggelaar
Kern van het vonnis
De verdachte heeft phishingsites en -panels ontvangen, vervaardigd en verkocht. Daarnaast heeft de verdachte gegevens die bestemd waren voor bancaire phishing ontvangen en voorhanden gehad. Ook wordt de verdachte veroordeeld voor het witwassen van geldbedragen van in totaal ruim € 288.000,-. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met oplegging van bijzondere voorwaarden.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – gedurende meerdere jaren (1) samen en in vereniging met een of meer anderen gegevens heeft ontvangen, voorhanden gehad en verspreid, die bestemd waren voor phishing, (2) meerdere geldbedragen van in totaal bijna € 325.000,- heeft witgewassen, en (3) samen en in vereniging met een of meer anderen phishingsites en -panels voorhanden heeft gehad, ontvangen, vervaardigd en verkocht.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1
hij in de periode van 21 december 2021 tot en met 15 januari 2026, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, gegevens, te weten,
- leadslijsten
- phishingwebsites
- SMS scripts
- Sendblaster Pro 4 software
- belscripts
- audiobestanden m.b.t. bankhelpdeskfraude
- afbeeldingen met ingelogde bankomgevingen
- gegevens verkregen met infostealer
- bots van Genesis Market
- databestanden van RDW en Litebit
heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verspreid en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
2
hij in of omstreeks de periode van 16 december 2020 tot en met 1 april 2025, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, (van) geldbedragen ter waarde van
- Euro 160.110,09 (van crypovaluta rekeningen)
- Euro 36.020,16 (van [naam 1] en [naam 2])
- Euro 17.532,00 (van [naam 3].)
- Euro 16.562,95 (van [naam 4])
- Euro 5.088,51 (van [naam 5])
- Euro 88.923,77 (aan contante opnames)
althans (van) een of meer voorwerpen
sub a.
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en de verplaatsing heeft verborgen en verhuld, dan wel
- heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbenden op dat/die voorwerpen was/waren, en
- heeft verborgen en verhuld wie dat/die voorwerpen voorhanden hadden
sub b.
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders, wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat dat/die voorwerpen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf en uit enig eigen misdrijf;
3
hij in de periode van 07 december 2021 tot en met 15 januari 2026, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten phishingsites en phishingpanels heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, overgedragen, verkocht, verworven, vervoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld en voorhanden heeft gehad.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld. Op de zitting heeft de officier van justitie tevens een ontnemingsvordering aangekondigd.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdachte moet ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde partieel worden vrijgesproken van het witwassen van een bedrag van € 36.020,16. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde moet de verdachte partieel worden vrijgesproken voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 15 januari 2026.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft deze feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
Feit 1
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Feit 3
6.
Verklaring van de verdachte [7]
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
8.
Proces-verbaal van de politie [9]
De bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [10] en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 2
9.
Verklaring van de verdachte [11]
Ik heb meerdere phishingpanels verkocht. Ik ontving tussen de € 7.500,- en € 12.500,- per panel. Ik werd uitbetaald in cryptovaluta of per bank. De bankbetaling van € 16.562,95 van [naam 4] heb ik gekregen voor de verkoop van een phishingpanel. U vraagt mij naar de € 88.923,77 aan contante opnames. Ik heb het geld opgenomen zodra het op mijn rekening kwam en uitgegeven.
10.
Proces-verbaal van de politie [12]
In dit proces-verbaal staat een analyse van drie privérekeningen van [verdachte] over de periode 4 maart 2020 tot en met 1 april 2025. In de onderzochte periode ontvangt [verdachte] 367.211,31 euro en geeft hij 367.208,83 euro uit.
Inkomsten
Uit de analyse van de bankrekeningen van [verdachte] blijkt dat hij geen aantoonbaar regulier inkomen heeft. In totaal heeft [verdachte] in de onderzochte periode 5.411,53 euro aan reguliere inkomsten gehad. Dat is minder dan 2% van het totaal aantal inkomsten. De overige inkomsten bestaan uit opnamen van zijn cryptovaluta rekeningen (160.110,09 euro) en overboekingen van natuurlijke personen (107.613,52 euro). Daarnaast valt op dat er veel contante opnamen (88.923,77 euro) zijn.
Cryptovaluta
De grootste inkomstenbron voor [verdachte] bestaat uit opnamen van zijn cryptorekeningen. Wat opvalt is dat er geen grote bedragen worden ingelegd, maar dat er wel voor een aanzienlijk bedrag aan cryptovaluta wordt opgenomen. Er worden 54 stortingen gedaan van gemiddeld 185 euro. Daarentegen worden 999 bedragen opgenomen voor in totaal meer dan 160.000 euro. De verschillen tussen de inleg en de opgenomen bedragen zijn op het oog niet te verklaren uit koerswinsten van cryptovaluta in die periode.
Op basis van de bevindingen acht ik het aannemelijk dat [verdachte] uit andere bronnen dan eigen inleg cryptovaluta ontvangt.
Natuurlijke personen
Een andere belangrijke inkomstenbron bestaat uit overboekingen van natuurlijke personen waarvan enkele Nederlandse ingezetenen te relateren zijn aan fraude.
In de periode 4 maart 2020 tot en met 1 april 2025 ontvangt [verdachte] 107.613,52 euro van 77 natuurlijke personen met een piek van meer dan 25.000 euro in kwartaal 4 van 2022 en een piek van meer dan 20.000 euro in kwartaal 3 van 2023.
Uit een selectie van de transacties van minimaal 200 euro blijkt dat in meer dan 90% van de 141 overboekingen geen omschrijving wordt meegegeven.
Top overboekingen natuurlijke personen
Naam rekeninghouder
Som van Bij
Som van Af
[naam 3].
€ 17.532,00
€ 487,27
[naam 4]
€ 16.562,95
[naam 5]
€ 5.088,51
€ 35,00
Uit de tabel blijkt ook dat [verdachte] veel meer geld ontvangt dan dat hij "terug" overmaakt.
In de helft (21) van de 41 overboekingen door [naam 3]. wordt geen omschrijving of "sent from N26" meegegeven. In 14 gevallen is de omschrijving [naam 6] of [naam 7] of [naam 8]. En in de resterende zes gevallen was een omschrijving te zien.
In de basispersonenregistratie komt slechts één [naam 4] voor: [naam 9], geboren [geboortedatum 2]-1993 te [geboorteplaats 2]. [naam 9] verklaart op 7 februari 2024 in een verhoor naar aanleiding van een verdenking van oplichting dat hij een geldezel is.
[naam 9] doet in een korte tijd (25 oktober 2022 tot en met 2 december 2022) 29 overboekingen. Vaak meerdere boekingen per dag. Als omschrijving staat er enkel "Verzonden van Revolut".
Op grond van de identificerende gegevens van het bankrekeningnummer van [naam 5] kwam dat het [naam 5], geboren [geboortedatum 3]-2004 betreft. Deze [naam 5] heeft een registratie in de politiesystemen als verdachte van online fraude en als aangever van identiteitsdiefstal. Van de 5.088,51 euro wordt het grootste deel (3.881,50 euro) in de maand juli 2023 overgeboekt zonder omschrijving. Op 11 september 2023 stuurt [naam 5] via een overboeking van 0,01 euro het volgende bericht: "broer als je dit leest connect me een keertje love". Vervolgens vindt er op 1 oktober nog een betaling van 635,-- euro plaats door [naam 5] via een ING betaalverzoek en op 17 oktober 2023 een overboeking van 572,-- euro.
Uitgaven
Cryptovaluta
De bedragen die worden overgemaakt naar crypto exchanges staan in geen verhouding tot de van zijn crypto wallets opgenomen bedragen. Er worden 54 stortingen gedaan van in totaal € 9.983,52. Daarentegen worden 999 bedragen opgenomen voor in totaal
€ 160.110,09.
Contanten
De grootste post aan de uitgavenkant gaat om contante opnames en beslaat bijna een kwart (88.923,77 euro) van de totale uitgaven. Opvallend is de periode november 2022 tot en met
januari 2023 waarin ruim 35.000 euro wordt opgenomen. Het is ook in de maand november 2022 dat [verdachte] grote sommen ontvangt van [naam 4] die zichzelf als katvanger omschreef. In december 2022 ontvangt [verdachte] ook nog bedragen van [naam 9] en tevens bedragen van [naam 3]. Deze laatste maakt ook in januari 2023 nog grote bedragen over. Hiermee lijkt een patroon te bestaan waarbij [verdachte] van vermoedelijke katvangers grote bedragen ontvangt op zijn rekening waarna hij dit geld vlak daarna in contanten opneemt.
2.3.2.
Bewijsmotivering feit 2
Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte staat niet ter discussie dat een groot deel van de inkomsten van de verdachte in de tenlastegelegde periode afkomstig is van de verkoop van phishingpanels en dat dit geld derhalve een criminele herkomst heeft. De verdachte is zowel betaald in cryptovaluta als door middel van bankoverschrijvingen. Ook staat niet ter discussie dat de verdachte de cryptovaluta, na ontvangst, heeft omgezet naar euro's en op zijn bankrekeningen heeft gestort. Van de omgezette cryptovaluta en de op zijn bankrekening ontvangen geldbedragen heeft de verdachte in totaal € 88.923,77 steeds kort na ontvangst contant opgenomen en uitgegeven.
De rechtbank acht gelet op het voorgaande het vermoeden gerechtvaardigd dat alle in geld omgezette cryptovaluta, de door natuurlijke personen overgeschreven geldbedragen en de door de verdachte contant opgenomen geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Dit betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de bedragen niet van misdrijf afkomstig is.
Ten aanzien van het door [naam 1] en [naam 2] aan de verdachte overgemaakte geldbedrag van € 36.020,16 heeft de verdachte verklaard dat dit afkomstig is van zijn moeder, al dan niet betaald via haar eigen bedrijf. Dit betreffen volgens de verdachte leningen voor het betalen van zijn huur en giften. De verdachte heeft verklaard dat hij een deel van dit bedrag heeft terugbetaald. De verdachte heeft daarmee een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven dat dit geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is.
Deze verklaring wordt ondersteund door de bevindingen van de politie. Uit een analyse van de bankrekeningen van de verdachte blijkt dat het door de verdachte ontvangen bedrag van € 36.020,16 afkomstig is van de moeder van de verdachte en haar bedrijf en dat de verdachte in de onderzochte periode een bedrag van € 19.673,73 naar zijn moeder terug heeft overgemaakt.
Gelet op het voorgaande, mede in aanmerking genomen de omvang van het geldbedrag en de leeftijd van de verdachte, komt de rechtbank niet tot het oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bedrag van € 36.020,16 van misdrijf afkomstig is. Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte dit bedrag heeft witgewassen, zodat hij hiervan partieel moet worden vrijgesproken.
De verdachte heeft tevens verklaard dat een bedrag van € 21.000,- (een deel van de cryptovaluta rekeningen) afkomstig is van de (legale) verkoop van gamecheats.
Het openbaar ministerie heeft onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte, bestaande uit onderzoek naar gamecheats in de data van de onder de verdachte in beslag genomen MSI laptop. Uit de data van de MSI laptop bleek dat er veelvuldig is gezocht op gamecheats en dat er websites zijn bezocht waar gamecheats werden aangeboden. Er zijn tenminste twee gamecheats in de data van de laptop aangetroffen. Tijdens het onderzoek zijn echter geen gegevens aangetroffen die betrekking hebben op de verkoop of het aanbieden van gamecheats door de verdachte, dan wel andere aanwijzingen die de verklaring van de verdachte ter zake ondersteunen. De rechtbank acht de resultaten van het onderzoek van dien aard dat mede op basis daarvan geen andere conclusie mogelijk is dan dat voornoemd gedeelte van de cryptovaluta eveneens inkomsten uit enig misdrijf zijn geweest.
De rechtbank acht het witwassen van € 288.217,32 wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt partieel vrijgesproken van het witwassen van het geldbedrag van € 36.020,16 (van [naam 1] en [naam 2]).
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij in de periode van 21 december 2021 tot en met 15 januari 2026, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland, meermalen, gegevens, te weten,
- leadslijsten
- phishingwebsites
- SMS scripts
- Sendblaster Pro 4 software
- belscripts
- audiobestanden m.b.t. bankhelpdeskfraude
- afbeeldingen met ingelogde bankomgevingen
- gegevens verkregen met infostealer
- bots van Genesis Market
heeft ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 16 december 2020 tot en met 1 april 2025, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland, meermalen, (van) geldbedragen ter waarde van
- Euro 160.110,09 (van crypovaluta rekeningen)
- Euro 17.532,00 (van [naam 3].)
- Euro 16.562,95 (van [naam 4])
- Euro 5.088,51 (van [naam 5])
- Euro 88.923,77 (aan contante opnames)
sub b.
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist dat die – onmiddellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf en uit enig eigen misdrijf;
Feit 3
hij in de periode van 07 december 2021 tot en met 15 januari 2026, te Jessheim (Noorwegen) en Tilburg en Vleuten, althans in Nederland meermalen, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten phishingsites en phishingpanels heeft vervaardigd en/of ontvangen en/of overgedragen en/of verkocht en/of verworven en/of verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
gegevens ontvangen en/of zich verschaffen en/of voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 326 Wetboek Pro van Strafrecht omschreven misdrijf dan wel een misdrijf omschreven in de artikelen 310, 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
Feit 2
witwassen;
Feit 3
een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of is ontworpen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, vervaardigen en/of ontvangen en/of overdragen en/of verkopen en/of verwerven en/of verspreiden of anderszins ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven wordt gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Ook moeten de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals door de reclassering is geadviseerd, met uitzondering van de gedragsinterventie praktische vaardigheden, te weten het deelnemen aan het Hack_Right traject of andere gedragstraining.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om in het voordeel van de verdachte mee te wegen dat bij het tenlastegelegde witwassen van geldbedragen sprake is van een dubbeltelling van het bedrag van € 88.923,77 aan contante geldopnames, nu dit bedrag reeds is opgenomen in het bedrag van € 160.110,09 aan ontvangen inkomsten.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft gedurende lange tijd bancaire phishing mogelijk gemaakt door meerdere phishingsites en -panels te maken, te bewerken en te verkopen. Deze programma’s zijn geschikt om vormen van computercriminaliteit te plegen en dit was de verdachte ook bekend. Het gebruik van deze software kan de privacy van de slachtoffers ernstig schaden en opent bovendien de weg naar vervolghandelingen die voor ernstige hinder, financiële ontwrichting, en (financieel) nadeel voor de slachtoffers kunnen zorgen. De verdachte heeft daarnaast een groot aantal gegevens (leadslijsten, phishingwebsites, SMS scripts, Sendblaster Pro 4 software, belscripts, audiobestanden van bankhelpdeskfraude, afbeeldingen met ingelogde bankomgevingen, gegevens verkregen met een infostealer en bots van Genesis Market) ontvangen en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat die gegevens bestemd waren voor phishing. Wanneer deze gegevens succesvol worden misbruikt, kan dit (ernstig) financieel nadeel opleveren bij de slachtoffers. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van in totaal ruim € 288.000,-.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 april 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar niet onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 24 mei 2026 staat het volgende.
De criminogene factoren doen zich bij de verdachte voor op de leefgebieden dagbesteding, financiën en sociaal netwerk. Het psychosociaal functioneren van de verdachte en een eventuele aanwezige pro-criminele houding zouden een rol kunnen hebben gespeeld bij het ten laste gelegde. In de jeugdjaren van de verdachte werd er reden gezien voor diagnostisch onderzoek, omdat het vermoeden van autisme of ADD bestond. Voor zover bekend is er gedeeltelijk diagnostisch onderzoek uitgevoerd, maar ontbreekt het aan een diagnose. De verdachte heeft vanaf 2022 tot zijn aanhouding in Noorwegen gewoond. De betrokkenheid van de moeder van de verdachte is een beschermende factor. Zij steunt de verdachte bij het op orde krijgen van zijn leven in Nederland en verwacht dat de verdachte gaat werken in het bedrijf van haar man. De verdachte kan na zijn detentie onder voorwaarden bij zijn moeder gaan wonen. De verdachte is bezig met het treffen van betalingsregelingen voor zijn schulden. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog. Het risico op letsel en op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld. De inzet van een strikt forensisch kader wordt noodzakelijk geacht. Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden geadviseerd. Naast een meldplicht bij de reclassering dient er diagnostisch onderzoek en, indien geïndiceerd, behandeling binnen een ambulant kader plaats te vinden. Naast het bewerkstelligen van structuur en regelmaat in de vorm van dagbesteding is het ook wenselijk dat er een gedragsinterventie wordt ingezet, zodat er meer zicht komt op de technische vaardigheden van de verdachte. Afhankelijk van de uitkomst hiervan, kan onderzoek volgen naar de oprechtheid van de door de verdachte uitgesproken wil tot verandering en aanwezigheid van voldoende ethiek bij de verdachte. Bij een positieve uitkomst kan de gedragsinterventie Hack_Right worden ingezet. De verdachte kan op die manier leren om zijn vaardigheden op een legale manier in te zetten, wat de kans vergroot op werk dat aansluit bij zijn mogelijkheden en interesses.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft verklaard dat hij zijn digitale kennis en vaardigheden op een verkeerde manier heeft ingezet om op een gemakkelijke manier veel geld te verdienen. Inmiddels ziet hij het kwalijke van zijn handelen in en wil hij met steun van zijn familie en vrienden zijn leven op een positieve manier vormgeven en op legale wijze inkomen verwerven. Ook wil hij zijn schulden afbetalen. De verdachte heeft toegezegd zich te houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden en zich door de reclassering te laten begeleiden.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank legt een lagere gevangenisstraf op dan is geëist door de officier van justitie. De rechtbank houdt daarbij rekening met het feit dat in het dossier geen aanwijzingen zijn dat de verdachte na 2024 nog phishingwebsites en -panels heeft verkocht. Ook komt de rechtbank tot bewezenverklaring van een lager witwasbedrag dan is gevorderd door de officier van justitie en houdt de rechtbank rekening met het feit dat het bedrag
aan contante opnames ook onder de inkomsten is opgenomen.
De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden. Van de gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank houdt daarbij in het voordeel van de verdachte rekening met diens jonge leeftijd ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte zich inmiddels goed bewust lijkt te zijn van het kwalijke van zijn handelen en zich gemotiveerd heeft getoond om zijn leven met begeleiding van de reclassering en met steun van zijn moeder positief vorm te geven. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen Rolex horloges worden verbeurd verklaard en dat de in beslag genomen iPhone 13 en Motorola telefoons aan de verdachte worden teruggegeven.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
5.2.1.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen iPhone 13 en Motorola telefoons aan de verdachte. Niet is komen vast te staan dat de Rolex horloges uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen. Daarom beslist de rechtbank tot teruggave van deze beslag genomen horloges aan de verdachte.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 234, 139d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 24 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
12 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als
bijzondere voorwaardendat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich in persoon binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de bureaudienst van Reclassering Nederland op het adres Langendijk 34, 4819 EW Breda (088 804 1505);
2. de verdachte, indien de reclassering het nodig acht, deelneemt aan het Hack_ Right traject van de reclassering of aan een andere gedragstraining, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
3. de verdachte zijn medewerking verleent aan de uitvoer van diagnostisch onderzoek en eventueel daaruit voortkomende behandeldoelen door Fivoor GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op inzicht krijgen in de psyché van de verdachte vanwege eerdere signalen van mogelijk aanwezige persoonlijkheidsproblematiek;
4. de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur;
5. de verdachte meewerkt aan (forensisch) ambulante begeleiding, zoals Unitio of een nader te bepalen instelling door de reclassering. De begeleiding richt zich op de leefgebieden huisvesting, dagbesteding en financiën. De ambulante begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de begeleiders geven;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en om de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave aan de verdachte van:
  • telefoon Apple iPhone 13 (voorwerpnummer: RTRBE24008 886014);
  • telefoon Motorola Moto G62 (voorwerpnummer: RTRBE24008_886015);
  • Rolex (voorwerpnummer: RTRBE24008_886750);
  • Rolex Daydate (voorwerpnummer: RTRBE24008_886744).

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. J.A. Terstegge en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.
Mrs. J.A. Terstegge en J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers van zaaksdossier Nijptang.
2.Verklaard tijdens de zitting van 26 mei 2026.
3.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1], pagina 48 tot en met 58.
4.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2], pagina 37 tot en met 40.
5.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3], pagina 43 tot en met 47.
6.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4], pagina 41 tot en met 43.
7.Verklaard tijdens de zitting van 26 mei 2026.
8.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1], pagina 48 tot en met 58.
9.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5], pagina 1 tot en met 3.
10.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers van zaaksdossier Nijptang.
11.Verklaard tijdens de zitting van 26 mei 2026.
12.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6], pagina 90 tot en met 96.