ECLI:NL:RBROT:2026:944

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
26/944 en 26/946
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:79 Algemene Plaatselijke Verordening Hoeksche Waard 2024Art. 151d GemeentewetArt. 172a GemeentewetArt. 6 lid 3 Wet tijdelijk huisverbodArtikel 3, tweede lid, Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen tijdelijk huisverbod en gebiedsverbod wegens woonoverlast

De burgemeester van Hoeksche Waard legde verzoeker een tijdelijk huisverbod en een gebiedsverbod op voor tien dagen vanwege herhaalde conflicten met buurtbewoners en ernstige incidenten zoals brandstichting en verboden wapenbezit. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van deze besluiten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod een zwaar middel is dat alleen mag worden opgelegd als er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid bestaat en als minder ingrijpende maatregelen niet mogelijk zijn. Hoewel er incidenten waren die het huisverbod konden rechtvaardigen, heeft de burgemeester onvoldoende gemotiveerd waarom niet eerst lichtere maatregelen zijn genomen, zoals een waarschuwing of een gedragsaanwijzing.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werden de besluiten geschorst, waardoor verzoeker per direct terug mocht keren naar zijn woning. Ook het gebiedsverbod werd geschorst omdat dit verzoeker de toegang tot zijn woning ontneemt. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

De uitspraak is mondeling gedaan op 2 februari 2026 en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst het tijdelijk huisverbod en gebiedsverbod en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 26/944 en 26/946
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2026 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S.C. Peeters),
en

de burgemeester van Hoeksche Waard

(gemachtigden: mr. A. Meijer en mr. F.M. van Jaarsveld).

Inleiding

1. Met de bestreden besluiten van 26 januari 2026 heeft de burgemeester aan verzoeker een tijdelijk huisverbod [1] en een gebiedsverbod [2] opgelegd voor 10 dagen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken zijn bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers ROT 26/944 (tijdelijk huisverbod) en ROT 26/946 (gebiedsverbod).
2. De voorzieningenrechter heeft het bezwaarschrift tegen het besluit over het tijdelijk huisverbod aangemerkt als beroepschrift. [3]
3. De burgemeester heeft op de verzoeken gereageerd met een verweerschrift.
4. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 2 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
6. Verzoeker woont op het adres [adres] in [plaats] . Hij huurt deze woning van Stichting HW Wonen.
7. In de periode van 24 juli 2021 tot en met 4 juni 2025 heeft verzoeker regelmatig conflicten gehad met verschillende buurtbewoners. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 10 oktober 2025. Daarnaast is door verzoekers echtgenote op 31 mei 2025 aangifte gedaan van vernieling van een autoruit en heeft verzoeker op 11 juli 2025 aangifte gedaan van openlijke geweldpleging/mishandeling, gepleegd op 4 juni 2025. Verzoeker heeft na de mishandeling met een honkbalknuppel het keukenraam ingeslagen van een buurtbewoner. Hij is toen aangehouden voor vernieling en heeft hiervoor een geldboete gehad. Op 10 oktober 2025 is verzoeker aangehouden voor brandstichting bij zijn naaste buren en verboden wapenbezit (pijlen met snijdende delen). De rechtbank Rotterdam heeft op 23 oktober 2025 de gevangenhouding van verzoeker bevolen. Vanuit de gemeente en HW Wonen is er een bewonersbijeenkomst georganiseerd op 30 oktober 2025 vanwege de onrust in de buurt. Hierbij waren ongeveer 50 buurtbewoners aanwezig. Tijdens de bewonersbijeenkomst is onder meer naar voren gekomen dat buurtbewoners zich geïntimideerd en gediscrimineerd voelen door verzoeker. Ook voelen zij zich angstig als verzoeker thuis is, waardoor zij zelf niet naar buiten gaan en hun kinderen niet buiten durven te spelen. Op 26 januari 2026 heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam de voorlopige hechtenis van verzoeker opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.
Waar gaat het in deze zaken om?
8. De burgemeester heeft verzoeker een tijdelijk huisverbod en een gebiedsverbod opgelegd voor 10 dagen. De burgemeester heeft hiertoe besloten om de door verzoeker veroorzaakte woonoverlast te beëindigen (tijdelijk huisverbod), vanwege de dreigende escalatie van de situatie (gebiedsverbod) en ter handhaving van de openbare orde (tijdelijk huisverbod en gebiedsverbod). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met de verzoeken om een voorlopige voorziening bereiken dat de besluiten voorlopig worden geschorst.
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe
9. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
10.1.
Uit vaste rechtspraak van de hoogste rechter in dit soort zaken [4] volgt dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpend instrument is waarvan de toepassing zeer grote gevolgen heeft voor het privéleven van betrokkenen. De bevoegdheid daartoe is beperkt tot situaties waarin voldoende grond aanwezig is om aan te nemen dat zich een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen voordoet. Als dat het geval is, moet de burgemeester zorgvuldig overwegen of aanwending van de bevoegdheid aangewezen is. De rechter beoordeelt of de aangevoerde omstandigheden van dien aard waren, dat in het voorliggende geval een bevoegdheid tot opleggen van een huisverbod bestond.
10.2.
De burgemeester kan een tijdelijk huisverbod opleggen als er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder, die redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De voorzieningenrechter laat in het midden of er wordt voldaan aan het criterium ‘ernstige en herhaaldelijke hinder’. Er kunnen in zoverre vraagtekens geplaatst worden bij een aantal van de in het besluit genoemde incidenten, maar er zijn ook incidenten genoemd die de burgemeester voldoende grond kunnen geven om tot een tijdelijk huisverbod over te gaan, zoals de brandstichting.
10.3.
De voorzieningenrechter vindt dat er in ieder geval niet is voldaan aan het tweede criterium, namelijk of de hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kon worden tegengegaan. Het opleggen van een tijdelijk huisverbod is een ‘ultimum remedium’ (een laatste redmiddel), dat wordt ingezet als minder ingrijpende mogelijkheden niet (meer) mogelijk zijn. In het beleid [5] van de burgemeester wordt daar ook van uitgegaan en worden voorbeelden genoemd van lichtere maatregelen, zoals mediation, het geven van een waarschuwing of een andere maatregel die als doel heeft de beëindiging van de overlast.
De burgemeester is gelijk overgegaan tot het zware middel van een tijdelijk huisverbod. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester onvoldoende heeft uitgelegd waarom er niet eerst lichtere maatregelen zijn genomen. De burgemeester had bijvoorbeeld kunnen kijken of er een waarschuwing kon worden gegeven. Als dat een te lichte maatregel was, dan had de burgemeester een concrete gedragsaanwijzing kunnen geven met een last onder dwangsom. De burgemeester heeft tijdens de zitting gesteld dat de incidenten voorafgaand aan verzoekers detentie zó ernstig waren dat het nodig was om gelijk een tijdelijk huisverbod op te leggen, maar daar is de voorzieningenrechter het dus niet mee eens.
10.4.
De voorzieningenrechter wil wel aan verzoeker meegeven dat het aan hem is om iets aan de situatie te veranderen (het is ‘5 voor 12’). Het is verontrustend dat er zoveel buurtbewoners zijn die bang zijn voor de dingen die verzoeker zegt en doet. Verzoeker heeft tijdens de zitting uitgelegd dat het te maken heeft met provocatie en zaken die over en weer met buurtbewoners spelen. Verzoeker zal voortaan echter voorzichtig moeten opereren als hij in zijn woning wil blijven wonen. Maar de voorzieningenrechter vindt de maatregel van een tijdelijk huisverbod op dit moment te ver gaan en dit besluit zal daarom worden geschorst.
11. Dit heeft ook gevolgen voor het opleggen van het gebiedsverbod. Door het gebiedsverbod kan verzoeker namelijk niet meer bij zijn woning komen. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om ook het besluit over het gebiedsverbod te schorsen.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe. Dat betekent dat verzoeker per direct mag terugkeren naar zijn woning.
13. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden in de zaak over het gebiedsverbod. [6] Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en heeft aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Omdat sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Bpb, beschouwt de voorzieningenrechter de zaken voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand als één zaak. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
14. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst de bestreden besluiten;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.De burgemeester heeft het tijdelijk huisverbod opgelegd op grond van artikel 2:79 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Hoeksche Waard 2024 en artikel 151d, tweede en derde lid, van de Gemeentewet.
2.De burgemeester heeft het gebiedsverbod opgelegd op grond van artikel 172a van de Gemeentewet.
3.Dit omdat artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet is vermeld in bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep bij de Algemene wet bestuursrecht.
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
5.Beleidsregel Wet aanpak Woonoverlast Hoeksche Waard 2020
6.In de zaak over het tijdelijk huisverbod wordt geen griffierecht geheven, gelet op het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de Wet tijdelijk huisverbod.