Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 19 van eiseressen
- de conclusie van antwoord van MRDH, met twee producties
- de conclusie van antwoord van RTC, RMC en RMC Rotterdam, met twaalf producties
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van eiseressen
- de pleitnota van de gemeente
3.De feiten
WKGopereert los van de BIOS-groep, maar houdt wel 50% van de aandelen in TWZ. Alle eiseressen zijn actief op de Nederlandse markt voor contractueel taxivervoer ten behoeve van speciale doelgroepen met een supra-regionaal of nationaal karakter. CM is de managementvennootschap van de BIOS-groep. De bestuurder van CM is Sardina Management B.V. Enige bestuurder van Sardina Management B.V. is de heer [persoon A] . [persoon A] is samen met mevrouw [persoon B] en de heer [persoon C] bestuurder bij TWZ. [persoon B] is daarnaast directeur en bestuurder bij ZCN en [persoon C] directeur-grootaandeelhouder bij WKG.
RMC Rotterdambieden (o.a.) contractueel taxivervoer aan, waaronder doelgroepen- en groepsvervoer.
due diligence’, van de door RET gehouden aandelen in RMC, het zogeheten Project Maas.
past performance. Daarnaast was TWZ van mening dat er sprake was van een onjuiste scoretoekenning. RMC Rotterdam en Transvision zijn in die kortgedingprocedure tussengekomen. De door TWZ in het kort geding ingestelde vorderingen die dus strekten tot ingrijpen in de aanbestedingsprocedure zijn bij vonnis van 14 oktober 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank afgewezen. Het door TWZ ingestelde hoger beroep tegen dit vonnis loopt nog. In het hoger beroep is op 13 januari 2026 een memorie van antwoord genomen.
- De door u verzochte stukken zijn reeds door de gemeente Rotterdam openbaar gemaakt, zij het in gelakte vorm. MRDH ziet geen grondslag waarom TWZ recht zou hebben op de ongelakte versies, welke vertrouwelijke bedrijfsinformatie van een concurrent bevatten. Het beschermen van deze concurrentiegevoelige gegevens vormt een gewichtige reden voor weigering.
- Voor zover uw verzoek betrekking heeft op aanvullende documenten die nog niet openbaar zijn gemaakt, stelt MRDH zich op het standpunt dat zij deze documenten niet onder haar berusting heeft.
- De Koopsom was ongeveer gelijk aan 50% van de kasmiddelen op transactiedatum. Er is dan ook geen enkele waarde toegekend aan de te verwachten toekomstige kasstroom. Dat is niet begrijpelijk.
- Voor RTC is er sprake van een
4.Het geschil
5.De beoordeling
randnummers (i), (iv) tot en met (vi): tussen partijen staat vast dat deze gegevens al aan eiseressen zijn verstrekt. Partijen zijn het erover eens dat met het overhandigd zijn van de meest recente versie van de aandeelhoudersovereenkomst kan worden volstaan (daargelaten of deze getekend is, dat is ter zitting in het midden gebleven). De conclusie is dan ook dat eiseressen bij de gevorderde inzage van de stukken genoemd in deze randnummers geen belang (meer) hebben;
randnummer (ii): gesteld noch gebleken is wat het belang van eiseressen is bij de inzage in het integrale aandeelhoudersregister van RMC. Voor eiseressen is in het licht van de onderhavige kwestie enkel relevant te achten wie houder was van de aandelen in RMC in de periode vlak voor en tijdens het verkooptraject tot het moment van het geëffectueerd zijn van de overdracht, wat reeds afdoende blijkt uit de notariële leveringsakte van 18 december 2024 die eiseressen verstrekt hebben gekregen;
randnummers (iii) en (vii): het belang van eiseressen bij inzage in de onder (vii) gevraagde informatie over de lening die RMC volgens eiseressen bereid was aan RTC te verstrekken (als voorschot op een dividenduitkering) ontbreekt, omdat niet langer in geschil is dat een dergelijke lening niet is verstrekt. Evenmin is in geschil dat geen lening door RET aan RTC is verstrekt (voor de betaling van de aandelen in RMC) en dat daartoe ook geen AvA-besluit is genomen en dit stuk dus ook niet bestaat;
randnummers (viii), (ix) en (x): uitgangspunt van de huidige wettelijke regeling is dat de verstrekking van documenten zoveel mogelijk plaats vindt in het kader van de lopende procedure waarvoor die documenten van belang zijn en dat daarover wordt beslist door de rechter bij wie die procedure in behandeling is. In dit geval is in de onder 3.13.2 en 3.13.4 . genoemde appelprocedure van het aanbestedingskortgeding ook de gestelde verboden staatssteun aan de orde gesteld. Van belang is dus of in dat hoger beroep al om de informatie die in deze randnummers wordt gevraagd is verzocht. Blijkens het petitum onder 3 in de als productie 11 van RTC en RMC overgelegde hoger beroep dagvaarding is dat inderdaad het geval. Daaruit blijkt immers dat ten laste van de gemeente een gebod is gevraagd om aan TWZ alle informatie over de verkoop van de aandelen in RMC te verstrekken. De informatie gevraagd onder randnummers 8, 9 en 10 valt hieronder. Voor wat betreft de gemeente geldt dus dat hiervoor al een inzagevordering aanhangig is. Omdat er geen enkele reden bestaat om aan te nemen dat de gemeente niet alle informatie zou verstrekken, als de tot haar gerichte inzagevordering in hoger beroep wordt toegewezen en zij de gevraagde informatie in bezit heeft, ontbreekt voorshands voldoende belang van eiseressen bij het vragen van inzage in dezelfde informatie aan de andere gedaagden (RET, RTC en RMC). Immers, van de koper, RTC, en de vennootschap, RMC, is niet te verwachten dat zij meer informatie over
het verkooptraject, zoals is gevraagd, in bezit hebben dan de gemeente. Voor zover RET als verkoper meer informatie tot haar beschikking heeft dan de gemeente geldt dat bij een veroordeling van de gemeente in hoger beroep verwacht mag worden dat zij de informatie, voor zover zij die dus niet zelf heeft maar RET wel, opvraagt bij RET van welke vennootschap zij grootaandeelhouder is. Los van de ook enigszins onbepaalde aard van dit deel van de vordering, geldt dus ook hier dat aan de zijde van eiseressen sprake is van onvoldoende belang bij de gevorderde inzage;
randnummers (xi) tot en met (xiii): de hier gevraagde informatie is te weinig concreet en onvoldoende bepaald, omdat deze niet (specifieker) beperkt is in tijd en zoektermen en dus neerkomt op een ‘
fishing expedition’. Bij inzage in de onder (xii) gevraagde informatie over de lening bestaat geen belang omdat een dergelijke lening nimmer is verstrekt;
randnummer (xiv): tussen partijen is niet langer in geschil dat er geen taxaties zijn verricht. Dan geldt dat wat er niet aan informatie is, ook niet verstrekt kan worden. Bij dit deel van de inzagevordering hebben eiseressen dus (ook) geen belang.