ECLI:NL:RBSGR:1994:ZF1558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekers dienden een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 juli 1994, waarin hun beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzoek betrof een vergunning voor het plaatsen van een steiger op een perceel in Gouda.
De president van de rechtbank stelde vast dat een uitspraak van de rechtbank niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit de definitie van besluit in artikel 1:3 Awb Pro en de jurisprudentie van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State.
Verder werd overwogen dat de voorlopige voorziening niet kan worden verleend zolang de rechtbank nog geen uitspraak heeft gedaan over het verzetschrift tegen de uitspraak. Omdat de rechtbank reeds de niet-ontvankelijkheid had uitgesproken, kon de president geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek doen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door president K. Zeilemaker op 26 augustus 1994 te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitspraak van de rechtbank wordt niet-ontvankelijk verklaard.