ECLI:NL:RBSGR:1998:AA3734
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- M.J. van der Ven
- M.A. Dirks
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens onduidelijke wettelijke grondslag in reïntegratieplanplicht
Eiseres, Start Diensten b.v., diende een reïntegratieplan gelijktijdig met de aangifte van arbeidsongeschiktheid in, maar deze aangifte vond te laat plaats. Verweerder, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, legde daarop een boete op van f 1.000,- wegens het te laat indienen van het reïntegratieplan.
De rechtbank oordeelde dat artikel 71a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), dat de verplichting tot het indienen van het reïntegratieplan regelt, onvoldoende duidelijk en ondubbelzinnig is geformuleerd. Hierdoor voldoet het niet aan de vereisten van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) voor het opleggen van een strafrechtelijke sanctie.
Hoewel het parlement een wetsvoorstel had ingediend om de tekst te verduidelijken, gold dit nog niet ten tijde van het besluit. De rechtbank stelde vast dat de boete een 'criminal charge' is in de zin van het EVRM, waardoor duidelijke wettelijke grondslag vereist is. De boete werd daarom vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens te late indiening van het reïntegratieplan wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijke wettelijke grondslag in strijd met het EVRM.