ECLI:NL:RBSGR:1998:AA6560
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid administratief beroep tegen inname paspoort vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, betwist de inname van zijn paspoort door de korpschef van regiopolitie Rotterdam-Rijnmond op 10 september 1998. Hij stelt dat de inname onrechtmatig was omdat hij toen rechtmatig in Nederland verbleef in afwachting van een verblijfsvergunning.
Op 15 oktober 1998 stelde verzoeker administratief beroep in tegen de inname, maar dit was na de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken, zoals bepaald in artikel 30, derde lid, van de Vreemdelingenwet. Hoewel het ontvangstbewijs geen verwijzing naar rechtsmiddelen bevatte, oordeelt de rechtbank dat dit niet leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, mede gelet op jurisprudentie.
Verzoeker had gedurende de periode contact met een rechtshulpverlener en had dus tijdig kunnen vernemen binnen welke termijn een rechtsmiddel moest worden ingesteld. Er zijn geen andere argumenten aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Daarom is het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard, en het verzoek om voorlopige voorziening eveneens.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het administratief beroep tegen de inname van het paspoort is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.