ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag militair na veroordeling wegens ontucht
Verzoeker, een wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee, werd op 25 januari 1999 door de Militaire Strafkamer veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf wegens ontucht met een persoon aan zijn gezag onderworpen, een vrouw die onder zijn toezicht stond. Naar aanleiding hiervan besloot verweerder hem per 1 maart 1999 te ontslaan wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit ontslag en verzocht de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening. De president overwoog dat hij gebonden was aan het strafvonnis, ook al was dit nog niet onherroepelijk, en dat het niet aan hem was om het strafvonnis te beoordelen of te anticiperen op de uitkomst van hoger beroep.
De president stelde vast dat het gedrag van verzoeker, het plegen van ontucht tijdens zijn dienst, zonder meer kon worden gekwalificeerd als verregaande nalatigheid die ontslag rechtvaardigt. Ook de stelling dat verzoeker onervaren was of dat de organisatie mede verantwoordelijk was, werd verworpen. De negatieve publiciteit rechtvaardigde bovendien het belang van verweerder om duidelijk te maken dat dergelijk gedrag onacceptabel is.
De president concludeerde dat het ontslagbesluit zorgvuldig was genomen en dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen. Er waren geen omstandigheden om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag van de militair wordt afgewezen omdat het ontslag op redelijke gronden is genomen na een strafrechtelijke veroordeling.