ECLI:NL:RBSGR:1999:AA3869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.A. Kalk
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunningen Oosterheem wegens niet afgeronde MER-procedure
De zaak betreft verzoeken om opheffing en voorlopige voorziening inzake bouwplannen voor 1064 woningen in Oosterheem, Zoetermeer, die in strijd zijn met het bestemmingsplan. De gemeente verleende vrijstellingen en bouwvergunningen zonder dat de MER-procedure volledig was afgerond, ondanks eerdere waarschuwingen van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (GS).
De verzoekers stelden dat de besluiten niet rechtsgeldig waren omdat de MER-procedure, verplicht volgens de Wet milieubeheer en het Besluit MER, niet was gevolgd. De rechtbank overwoog dat het niet voltooien van de MER-procedure een ernstig gebrek is dat het besluit in beroep niet kan doorstaan. De gemeente voerde aan dat het MER-plichtige besluit het vrijstellingsbesluit van 1996 was, maar dit was onjuist omdat ook de latere besluiten MER-plichtig zijn.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van de gemeente voor het niet afwachten van de afronding van de MER-procedure onvoldoende was en dat de belangen van milieu en zorgvuldige procedures zwaarder wegen dan de urgentie van de bouwplannen. Daarom werd het besluit van 9 november 1999 geschorst met ingang van 23 december 1999 en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de verzoekers.
Uitkomst: Het besluit van 9 november 1999 tot handhaving van bouwvergunningen wordt geschorst wegens niet afgeronde MER-procedure.