ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep asielaanvraag Ahmadi-vrouw uit Pakistan en opheffing vrijheidsontneming
Verzoekster, een Pakistaanse vrouw behorend tot de Ahmadi-religieuze groepering, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze beschikking en het verzoek om voorlopige voorziening, alsmede het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan verzoekster.
Verzoekster stelde dat zij en haar echtgenoot vanwege hun geloof bedreigd werden in Pakistan, met name na een moord op een prominente Ahmadi-figuur. Documenten toonden aan dat haar echtgenoot gezocht werd wegens overtreding van artikelen uit de Pakistaanse grondwet die manifestatie als moslim verbieden. De rechtbank oordeelde dat de situatie van Ahmadi's in Pakistan niet per definitie uitsluit dat hun zaak binnen de AC-procedure kan worden behandeld, maar dat in dit geval nader onderzoek nodig was vanwege de authenticiteit van documenten en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende duidelijkheid had verschaft om de aanvraag als kansloos te bestempelen en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig geacht vanaf 30 augustus 1999, waarna deze werd opgeheven en een schadevergoeding toegekend. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en een schadevergoeding toegekend.