ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5370
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep tegen signalering als ongewenst vreemdeling in Schengencontext
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon die in Nigeria verblijft, werd gesignaleerd als ongewenst vreemdeling (OVR) vanwege het beschikken over en reizen met een vals paspoort. Tegen deze signalering werd bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank onderzocht of de signalering als OVR een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of bezwaar en beroep daartegen openstaan. Eiser betoogde dat signalering een besluit is met rechtsgevolgen, mede vanwege de bepalingen in het Schengenuitvoeringsakkoord (SUO) en de Vreemdelingenwet (Vw). Verweerder stelde dat signalering geen besluit is, maar een administratieve handeling zonder zelfstandig rechtsgevolg, en dat nadere besluitvorming vereist is voor toegangsweigering.
De rechtbank oordeelde dat hoewel signalering een schriftelijke rechtshandeling is met externe rechtsgevolgen, eiser geen direct belang heeft bij de signalering zolang hij niet voornemens is het Schengengebied te betreden. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard, mede vanwege proceseconomische overwegingen. Eiser kan bij daadwerkelijke toegangsweigering wel rechtsmiddelen aanwenden.
De rechtbank concludeerde dat de signalering als OVR geen zelfstandig besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaan zolang er geen directe inreisplannen zijn, en dat het beroep van eiser daarom niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de signalering als ongewenst vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van direct belang.