ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M.A. Claessens
- J.F. Miedema
- L.W. de Valk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging verblijfsvergunning na verbreking huwelijk wegens ontbreken legaal dienstverband
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, had een verblijfsvergunning op grond van zijn huwelijk, welke na verbreking van de relatie niet werd verlengd. Hij verzocht om voortgezet verblijf en arbeid in loondienst, maar de aanvraag werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij op de peildatum over een legaal dienstverband beschikte.
Eiser stelde dat hij sinds oktober 1997 in dienst was bij een werkgever en dat hij premies betaalde, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat hij voor 1 maart 1998 daadwerkelijk legaal in dienst was. Ook het beroep op het Besluit 1/80 van de Associatieraad faalde omdat het ontbreken van een stabiele verblijfsrechtelijke situatie en het ontbreken van bewijs van legaal dienstverband op de peildatum doorslaggevend waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en dat geen klemmende humanitaire redenen aanwezig waren om de vergunning toch te verlengen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van legaal dienstverband.