ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning en nieuw besluit na schending hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseressen, twee Somalische vrouwen, vroegen in 1998 asiel en een verblijfsvergunning aan wegens humanitaire redenen. Hun verzoeken werden door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang. De vrouwen stelden dat zij vanwege de onveilige situatie in Somalië, waaronder dodelijke aanvallen op familieleden en bedreigingen door bendes, bescherming behoefden.
De rechtbank oordeelde dat de algemene onveiligheid in Somalië onvoldoende is om hen als vluchteling aan te merken, omdat er geen aanwijzingen waren dat zij persoonlijk vervolgd werden vanwege een beschermde grond. Wel werd geoordeeld dat de weigering van de verblijfsvergunning onzorgvuldig was en dat de hoorplicht was geschonden, met name omdat niet was onderzocht of zij in een relatief veilig gebied in Somalië konden verblijven.
De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning en bepaalde dat de Staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen, waarbij de belangen van eiseressen zorgvuldig moeten worden meegewogen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een nieuw besluit bevolen.