ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5492
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfvergunning wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang en paspoortvereiste
Eiser, een Zuid-Afrikaanse vreemdeling, verzocht om een vergunning tot verblijf in Nederland met het oog op gezinsvorming en arbeid. De aanvraag werd op 25 februari 1998 afgewezen, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eiser stelde onder meer dat het besluit onbevoegd was genomen vanwege gebrekkige mandatering en dat hij recht had op verblijf op grond van zijn relatie en gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat de mandatering van de beslissingsbevoegdheid aan de bureauchef vreemdelingenzaken rechtsgeldig was en dat het bezwaarbesluit bevoegd was genomen. Het paspoortvereiste was niet vervuld, en eiser viel niet onder uitzonderingen zoals vluchtelingenstatus of humanitaire redenen. Het door verweerder gevoerde restrictieve beleid vereist dat vreemdelingen een wezenlijk Nederlands belang dienen of klemmende humanitaire redenen hebben om verblijf te verkrijgen.
Eiser voldeed niet aan de beleidscriteria, onder meer omdat zijn partner destijds een bijstandsuitkering ontving en er geen bijzondere omstandigheden waren die verblijf rechtvaardigden. Ook werd geoordeeld dat het gezinsleven in Nederland niet zodanig werd belemmerd dat een positieve verplichting tot verblijf bestond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.