ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vluchtelingstatus en verblijfvergunning wegens onvoldoende onderzoek diensttijd Bosnisch-Servisch leger
Eiser, een Bosnische vreemdeling, diende op 28 december 1996 aanvragen in voor toelating als vluchteling en een verblijfvergunning. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende slechts een voorwaardelijke verblijfvergunning. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het negatieve besluit.
De kern van het geschil is of eiser terecht vreest voor vervolging in Bosnië-Hercegovina vanwege zijn desertie uit het Bosnisch-Servische leger, waar hij van 1992 tot 1995 diende. Verweerder twijfelde aan de geloofwaardigheid van eisers diensttijd omdat het militaire zakboekje geen aantekeningen na 30 juli 1992 bevatte. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de betekenis van de stempels en de overgang van het Joegoslavische naar het Bosnisch-Servische leger, terwijl internationale documenten en ambtsberichten bevestigen dat deserteurs uit de Republika Srpska vervolgd kunnen worden.
De rechtbank acht de inconsistenties in het relaas van eiser niet zodanig dat de geloofwaardigheid wordt aangetast. Gezien de kwetsbare positie van deserteurs had verweerder extra zorgvuldigheid moeten betrachten. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vluchtelingstatus en verblijfvergunning wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.