ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Blomsma
- E. Steendijk
- J.M.F.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking intrekking vluchtelingstatus wegens terugkeer naar land van herkomst
Eiser, een Iraakse vluchteling die sinds 1996 in Nederland verblijft, kreeg zijn vluchtelingstatus ingetrokken omdat hij naar Noord-Irak zou zijn teruggekeerd, waardoor hij niet langer bescherming behoefde. De rechtbank beoordeelde de geloofwaardigheid van de verklaringen en bewijsstukken over zijn verblijf in Turkije, Syrië en Noord-Irak, en concludeerde dat eiser waarschijnlijk naar Noord-Irak is teruggekeerd en daar een vestigingsalternatief heeft.
Eiser voerde aan dat hij niet daadwerkelijk in Irak was geweest en dat zijn verblijf in Nederland hem voldoende had geïntegreerd, waardoor terugkeer onredelijk zou zijn. De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen en dat de terugkeer vrijwillig was. De rechtbank stelde vast dat het beleid van de Staatssecretaris om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf te weigeren bij concrete aanwijzingen van terugkeer niet onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het advies van de UNHCR, dat niet was meegewogen, een belangrijke omissie was waardoor het besluit vernietigd moest worden. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het niet aannemelijk was dat een ander besluit zou volgen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen om het griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De beschikking tot intrekking van de vluchtelingstatus is vernietigd wegens onzorgvuldigheid, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.