ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5699
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikkingen niet-toelating vluchtelingen en vrijheidsbeperking vreemdelingen
Verzoekers, allen Russische staatsburgers, dienden op 7 februari 1999 asielaanvragen in en werden op 9 februari 1999 afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Tevens werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, waarbij zij zich moesten ophouden in een opvangcentrum. Verzoekers tekenden beroep aan tegen deze besluiten en vroegen tevens voorlopige voorzieningen om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de asielaanvragen niet zorgvuldig zijn behandeld binnen het korte tijdsbestek van de aanmeldcentrumprocedure. De verklaringen van verzoekers over discriminatie, mishandeling en gebrek aan bescherming in Rusland worden als geloofwaardig beoordeeld. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het ontbreken van een reëel binnenlands alternatief verblijf en de risico's die verzoekers lopen.
De rechtbank vernietigt de bestreden beschikkingen en beveelt verweerder nieuwe besluiten te nemen. De vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgeheven per 22 februari 1999. De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de beroepen zelf gegrond zijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikkingen en beveelt opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel per 22 februari 1999.