ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5700
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering intrekking ongewenstverklaring en afwijzing verblijfsvergunning Iraanse vreemdeling
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, is ongewenst verklaard op basis van een buitenlandse veroordeling en weigering van een verblijfsvergunning. Hij betoogt dat hij niet kan worden uitgezet naar Iran vanwege vervolgingsgevaar en dat de ongewenstverklaring moet worden ingetrokken. Verweerder handhaafde de weigering tot intrekking en wees de verblijfsvergunning af.
De rechtbank oordeelt dat de weigering tot intrekking van de ongewenstverklaring onterecht is, mede omdat verweerder onvoldoende inspanningen heeft verricht om een veilig derde land voor uitzetting aan te wijzen, terwijl eiser niet zonder gevaar naar Iran kan terugkeren. Dit maakt de situatie van eiser onaanvaardbaar.
Tegelijkertijd wordt het verzoek om een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse partner afgewezen vanwege het ontbreken van duurzame middelen van bestaan en een openbare orde weigering op grond van de buitenlandse veroordeling. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak wordt beslist.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt hem op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Er is geen gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering tot intrekking van de ongewenstverklaring en wijst het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning af.