ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5703
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag en opheffing vrijheidsontneming wegens motiveringsgebrek
Verzoeker, een staatloos Palestijn afkomstig uit Oost-Jeruzalem, diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De afwijzing berustte op het standpunt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging had, waarbij verweerder zijn situatie als een algemene situatie van Palestijnen bestempelde.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd op welke criteria de ervaren discriminatie en onderdrukking van verzoeker zijn beoordeeld. De motivering in de beschikking voldeed niet aan de vereisten, waardoor de afwijzing werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuwe beschikking te nemen.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond verklaard omdat de maatregel onrechtmatig was toegepast vanaf 30 oktober 1999. Verzoeker kreeg een schadevergoeding toegekend van 1300 gulden voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak direct kon worden afgedaan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens motiveringsgebrek en heft de vrijheidsontnemende maatregel op met toekenning van schadevergoeding.