ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5752
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-toekenning verblijfsvergunning wegens twijfel nationaliteit Liberiaanse asielzoeker
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker die sinds 1994 in Nederland verblijft, verzocht meerdere malen om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning om humanitaire redenen. Deze verzoeken werden door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen, waarbij werd aangenomen dat eiser niet de Liberiaanse nationaliteit bezit. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de authenticiteit van de documenten en verklaringen van de Liberiaanse ambassade te Brussel twijfelachtig is.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de Liberiaanse ambassade te Brussel, waarin het paspoort van eiser als ongeldig werd bestempeld, niet automatisch betekent dat het paspoort vals is en dat de nationaliteit van eiser daarmee niet is weerlegd. Bovendien was de verklaring afgegeven in een periode waarin de ambassade in opspraak was vanwege onbetrouwbare verklaringen. Eiser had ook een verklaring van de Liberiaanse ambassade te Accra overgelegd waarin hij als bonafide burger werd erkend.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, zoals een persoonlijke presentatie bij de ambassade in Brussel, en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw onderzoek te verrichten en een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met opdracht tot nieuw onderzoek.