ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5935
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing afgeleide vluchtelingenstatus wegens termijnoverschrijding
Eiser, een vreemdeling met de Bosnische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid, maar verleende een voorwaardelijke verblijfsvergunning. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat aanvankelijk buiten de wettelijke termijn leek te zijn ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was omdat eiser pas later van het besluit op de hoogte was geraakt.
De kern van het geschil betrof de afgeleide vluchtelingenstatus. Eiser stelde dat hij aanspraak maakte op deze status als echtgenoot van een toegelaten vluchteling, zijn echtgenote, die eerder was toegelaten. Verweerder wees dit af omdat eiser zijn echtgenote niet binnen een redelijke termijn had nagereisd. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder ten onrechte voorbij was gegaan aan de beleidsvoorwaarde dat het gezinslid de vluchteling zo spoedig mogelijk na diens toelating in Nederland moet zijn nagereisd.
De rechtbank stelde vast dat het beleid een uiterste begrenzing van de termijn bevat en dat de redelijke termijn moet worden gerelateerd aan de toelating van de hoofdpersoon als vluchteling. Omdat verweerder dit niet correct had toegepast, werd het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd eiser het griffierecht vergoed en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met de opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.