ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6171
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking vluchtelingenstatus wegens verblijf in land van herkomst
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd in 1997 als vluchteling toegelaten in Nederland. In 1999 trok de Staatssecretaris van Justitie deze status in op grond van Turkse in- en uitreisstempels in het paspoort van eiser, die duidden op een verblijf in Irak, het land van herkomst. Eiser ontkende dit verblijf en stelde dat de stempels door een vriend waren geplaatst om problemen met Turkse autoriteiten te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van eiser niet aannemelijk was, mede omdat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken uitsloot dat men een Turks uitreisstempel kan krijgen zonder daadwerkelijk Irak binnen te zijn gegaan. De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was om de echtheid van de stempels ambtshalve te onderzoeken en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij nog steeds vluchteling was in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de vluchtelingenstatus door verweerder redelijk was en in overeenstemming met geschreven en ongeschreven rechtsregels. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien tot kostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vluchtelingenstatus wordt ongegrond verklaard.