ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- E. Kouwenhoven
- J.M. Reinking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning verblijf wegens onvoldoende motivering artikel 3 EVRM toetsing
Eiser, een Iraakse Koerd, verzocht in 1997 om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen. Na afwijzing door de Staatssecretaris van Justitie en een ongegrondverklaring van bezwaar, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn politieke activiteiten voor de PUK en bedreigingen door Islamitische groeperingen vreest voor vervolging en ernstige mishandeling bij terugkeer naar Irak. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling, mede omdat hij sinds 1987 geen problemen met Iraakse autoriteiten had ondervonden en zijn lidmaatschap van de PUK had beëindigd.
De rechtbank stelde echter vast dat de Staatssecretaris het besluit onvoldoende had gemotiveerd met betrekking tot de toetsing aan artikel 3 EVRM Pro. Volgens het beleid had eerst aan dit artikel getoetst moeten worden alvorens over te gaan tot het verlenen van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat een ander oordeel niet aannemelijk was.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de toetsing aan artikel 3 EVRM.