ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van partner- en gezinsrelatie met Nederlands kind
Eiseres, een Ghanese vrouw, vroeg om een verblijfsvergunning in Nederland op basis van verblijf bij haar Nederlandse partner en haar Nederlandse zoon. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet kon aantonen dat zij ongehuwd was met gelegaliseerde en geverifieerde documenten, zoals vereist door het partnerbeleid en de Vreemdelingencirculaire 1994.
Eiseres voerde aan dat er klemmende humanitaire redenen en internationale verplichtingen waren, waaronder het recht op respect voor familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Zij stelde dat haar zoon in Nederland geworteld was en dat scheiding onrechtvaardig zou zijn. Tevens beriep zij zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een eerdere verblijfsvergunning in een vergelijkbare zaak.
Verweerder stelde dat de jonge leeftijd van het kind en het ontbreken van gelegaliseerde documenten geen grond waren voor toelating. Ook was er geen sprake van een onredelijke inmenging in het gezinsleven, aangezien het gezinsleven in Ghana mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het besluit had genomen, dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde en dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed, geen bijzondere omstandigheden of humanitaire redenen had aangetoond en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.