ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens strijd met driejarenbeleid
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds 1993 in Nederland verblijft, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning. Na verbreking van zijn huwelijk in 1995 werd zijn aanvraag in 1998 afgewezen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij aanspraak maakt op een vergunning op grond van klemmende humanitaire redenen en het driejarenbeleid.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk minder dan drie jaar heeft geduurd, waardoor de reguliere voorwaarden voor een zelfstandige verblijfsvergunning na ontbinding niet zijn vervuld. Verweerder had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het driejarenbeleid niet van toepassing zou zijn, terwijl eiser aannemelijk maakte dat het relevante tijdsverloop mogelijk eerder was aangevangen dan de formele aanvraagdatum.
De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had onderzocht of klemmende redenen van humanitaire aard aanwezig waren en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Tevens werd geoordeeld dat verweerder niet ambtshalve het driejarenbeleid had betrokken in de besluitvorming, wat strijdig is met artikel 7:11 Awb Pro.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.