ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6364
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onduidelijkheid rechtmatigheid staandehouding en toekenning schadevergoeding
Eiseres werd op 2 december 1999 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet, na een staandehouding in een bordeel waar zij als prostituee werkzaam was. Verweerder gaf een last tot uitzetting en stelde eiseres in bewaring. Eiseres stelde beroep in tegen de bewaring en vorderde opheffing, schadevergoeding en proceskosten.
Tijdens de zitting bleek dat de processen-verbaal van de staandehouding vrijwel identiek waren aan die van een andere vrouw die in hetzelfde pand was aangetroffen, terwijl de feitelijke omstandigheden verschillend moesten zijn. De rechtbank kon daardoor niet vaststellen of de staandehouding van eiseres rechtmatig was. Verweerder kon onvoldoende aantonen dat er concrete aanwijzingen waren voor illegaal verblijf van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel in strijd was met de wet en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd opgeheven met ingang van 20 december 1999. Tevens werd aan eiseres een schadevergoeding van 3.100 gulden toegekend voor de dagen in bewaring, en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van 1.420 gulden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Bewaring opgeheven wegens onvoldoende bewijs rechtmatigheid staandehouding; schadevergoeding en proceskosten toegekend.