ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6422
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen Dublinclaim en opvangweigering asielzoekster
Verzoekster, een Iraanse asielzoekster verblijvend in Nederland sinds juli 1999, diende in november 1999 een asielaanvraag in. De Staatssecretaris legde een Dublinclaim bij Frankrijk, waartegen verzoekster bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg om de uitzetting te voorkomen en opvang te verkrijgen.
De president van de rechtbank oordeelde dat de Dublinclaim vatbaar is voor bezwaar en beroep en dat er sprake is van spoedeisend belang vanwege onthouding van opvang. Echter, het verzoek om herziening van de Dublinclaim en het aan zich trekken van de asielaanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en omdat de aanwezigheid van verzoekster in Nederland niet zwaarwegend genoeg was om af te zien van de Dublinprocedure.
Ook het verzoek om opvang werd afgewezen omdat geen zeer schrijnende humanitaire omstandigheden waren aangetoond die een uitzondering op de regeling rechtvaardigen. De psychische toestand van de echtgenoot, die een verblijfsvergunning heeft, werd onvoldoende geacht om opvang te rechtvaardigen.
Ten slotte faalde het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat nog geen beslissing op de asielaanvraag was genomen. De president wees het verzoek af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de Dublinclaim en het onthouden van opvang wordt afgewezen.