ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en uitzetting vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus
De vreemdeling werd op 20 mei 1999 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, identiteitspapieren en middelen van bestaan, en omdat hij na aanzegging niet uit Nederland vertrok.
De uitzetting naar Guinee was gepland na afgifte van een laissez passer door de Guinese autoriteiten op 21 juni 1999, maar mislukte vanwege het niet tijdig aanwezig zijn van begeleiding op Schiphol. De vreemdeling werd daarop overgebracht naar een politiebureau in afwachting van een nieuwe uitzetting op 3 juli 1999.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring rechtmatig is gebleven, omdat het uitzettingsbeletsel aan de overheid moet worden toegerekend en er zicht is op een nieuwe uitzetting binnen een week. De bewaring hoeft niet te worden opgeheven zolang de vreemdeling niet daadwerkelijk is uitgezet.
Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 29 juni 1999 door de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd tot feitelijke uitzetting.