ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning voor Afghaanse familie bevestigd behalve voor zoon
Eisers, een Afghaanse familie, vroegen om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Hun aanvragen werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Eisers beriepen zich op vervolging vanwege hun shi'itische geloof en de dreiging van de Taliban, met incidenten in hun woning en het vermeende overlijden van hun zoon G.
De rechtbank oordeelde dat de algemene situatie in Afghanistan zorgwekkend is, maar niet zodanig dat de eisers zonder meer als vluchteling kunnen worden aangemerkt. Er was onvoldoende bewijs dat zij persoonlijk vervolging te vrezen hadden. De Taliban-invallen werden niet als specifiek gericht op de eisers beschouwd. Het vermoeden dat G door de Taliban werd gedood was onvoldoende onderbouwd.
Het beroep van de zoon (eiser sub 2) werd gegrond verklaard vanwege procedurele tekortkomingen bij de bezwaarbehandeling, waardoor het besluit voor hem werd vernietigd. Voor de overige gezinsleden werden de beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit voor de zoon in stand blijven en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de zoon wordt gegrond verklaard en het besluit voor hem vernietigd, de beroepen van de overige gezinsleden worden ongegrond verklaard.