ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6645
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en uitzettingsbesluit vreemdeling van Algerijnse nationaliteit
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 30 november 1999 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet en tegen dit besluit is beroep ingesteld. Eiser betoogde dat de aanhouding onrechtmatig was omdat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond en dat het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit onvoldoende voortvarend werd uitgevoerd.
Verweerder stelde dat de aanhouding rechtmatig was, gebaseerd op een door de aangever verstrekt signalement, en dat aan de vereisten voor bewaring was voldaan. Ook werd gesteld dat er zicht was op uitzetting en dat de aanvraag voor een laissez-passer tijdig was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat er, ondanks summiere proces-verbaalgegevens, voldoende grond was voor een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van eiser. De wijze van aanvulling van het proces-verbaal was wel bedenkelijk, maar niet strijdig met waarborgen. Verder was vastgesteld dat eiser geen geldige verblijfsstatus had, geen middelen van bestaan, en dat er een uitzettingsbesluit was. De eerdere bewaring stond de huidige niet in de weg. Het onderzoek naar identiteit en nationaliteit werd als voldoende voortvarend beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en in redelijkheid gerechtvaardigd, en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.