ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6650
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onrechtmatige aanhouding en toekenning schadevergoeding
Eiser, met vermeende Algerijnse en Marokkaanse nationaliteit, werd op 31 januari 2000 aangehouden en op 3 februari 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat zijn aanhouding onrechtmatig was omdat de binnentreding in zijn woning pas na zijn aanhouding plaatsvond en er geen redelijk vermoeden van schuld bestond.
Verweerder voerde aan dat de aanhouding om 20:30 uur plaatsvond en dat de machtiging tot binnentreden mogelijk meerdere keren was verleend. De rechtbank toetste het strafvorderlijk voortraject marginaal en concludeerde dat de stukken onvoldoende duidelijkheid boden over het tijdstip van binnentreden en het redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast waren verklaringen en bewijsstukken onvolledig en onduidelijk.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was toegepast en beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 16 februari 2000. Tevens kende zij een schadevergoeding toe van in totaal ƒ 2.350,- en veroordeelde de Staat in de proceskosten van ƒ 1.420,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.