8. Aan eiser is, alvorens hij Nederland inreisde, een mvv verstrekt. De aanvraag om een mvv wordt, ingevolge hoofdstuk A4/5.1 Vc 1994, getoetst aan de voorwaarden die worden gesteld met het oog op het verlenen van een vergunning tot
verblijf in Nederland. De verplichting om voor de komst naar Nederland een mvv aan te vragen, stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door diens
aanwezigheid hier te lande voor een voldongen feit te worden geplaatst. In casu is eisers aanvraag om een mvv getoetst aan het hierboven weergegeven beleid inzake gezinsvorming, in welk beleid onder meer de voorwaarde is opgenomen
dat degene wiens toelating het betreft geen gevaar vormt voor de openbare orde. Het feit dat aan eiser een mvv is verstrekt heeft bij hem de verwachting kunnen wekken dat, nu ook aan het aspect van openbare orde is getoetst, de
eerder door hem gepleegde strafbare feiten niet langer een belemmering zouden vormen om toelating tot Nederland te krijgen. De stelling van verweerder dat hier sprake is van een fout moge juist zijn, doch dat betekent niet dat
alleen daarmee al voldoende grondslag is gegeven om alsnog de gevraagde vergunning te weigeren. Daarbij dient in de eerste plaats in ogenschouw te worden genomen dat het positieve advies met betrekking tot de aanvraag om een mvv is
uitgebracht door de korpschef van de politie regio Utrecht, terwijl het dezelfde korpschef is geweest die ruim een jaar daarvoor het voorstel had gedaan tot ongewenstverklaring van eiser. Ook uit de zich in het dossier bevindende
"stamkaart" van eiser blijkt dat het bij de Vreemdelingendienst
bekend was, en klaarblijkelijk ook zonder enige moeite te achterhalen, dat eiser zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten en inmiddels was uitgezet. Voorts kan aan de houder van een geldige mvv, zoals blijkt uit hoofdstuk
A4/5.3 Vc 1994, uit het oogpunt van rechtszekerheid slechts in uitzonderlijke gevallen een vergunning tot verblijf worden geweigerd.
Hiervan is onder meer sprake indien de vreemdeling inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde. Uitgaande van het feit dat in het kader van de mvv-aanvraag de toetsing aan de beleidsvoorwaarden, waaronder het aspect van de openbare
orde, plaatsvindt, houdt de rechtbank het ervoor dat hier slechts wordt gedoeld op een inbreuk op de openbare orde welke is gepleegd nádat de mvv is verstrekt en voordat van verlening van een vergunning tot verblijf sprake is. Uit
hetgeen hier wordt overwogen is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft de weigering van de vergunning op grond van een gevaar voor de openbare orde, een voldoende draagkrachtige motivering
ontbeert.