ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6759
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verlenging verblijfsvergunning vreemdeling
Eiser, een Egyptische vreemdeling, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning in Nederland, maar dit werd geweigerd en hij werd ongewenst verklaard vanwege een gevangenisstraf van 28 maanden. Eiser stelde dat hij op grond van een rechtsgeldig consulaire huwelijk en jurisprudentie aanspraak had op een andere verblijfsstatus en dat zijn ongewenstverklaring onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiser nooit als echtgenoot maar slechts als partner was toegelaten en dat de eerdere besluiten tot verlening en verlenging van de verblijfsvergunning onaantastbaar waren. Het beroep op het advies van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken en de jurisprudentie over consulaire huwelijken werd niet gevolgd.
Verder werd vastgesteld dat de ongewenstverklaring terecht was op grond van het strafrechtelijke verleden van eiser en het beleid dat bij een gevangenisstraf van meer dan zes maanden en een kort verblijf in Nederland voortgezet verblijf wordt geweigerd. De rechtbank vond dat het besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt en dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het individuele belang van eiser.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op bezwaar volgde. De rechtbank vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van verlenging van zijn verblijfsvergunning en zijn ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.