ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit naamswijziging van minderjarige dochters
Eiser verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige dochters van de achternaam van de vader naar die van de moeder. De moeder had dit verzoek ingediend en de Staatssecretaris van Justitie besloot het verzoek ter goedkeuring aan de Koningin voor te leggen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de belangen van zijn dochters niet bij naamswijziging waren gediend en dat een eerdere naamswijziging van een van de dochters een tweede wijziging uitsloot.
De Raad voor de Kinderbescherming had de belangen van de kinderen onderzocht en geadviseerd het verzoek toe te wijzen, omdat afwijzing de strijdlust van de kinderen jegens hun vader zou kunnen versterken en de eenheid van het gezin en de constante rol van de moeder positief wogen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vijfjarige verzorgingsperiode uit het nieuwe Besluit van 1997, maar dat vanwege het overgangsrecht de oudere richtlijnen uit 1989 met een termijn van drie jaar van toepassing waren, waaraan wel was voldaan.
De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat een tweede naamswijziging niet mogelijk was, omdat de betreffende dochter inmiddels meerderjarig was geworden en zelf toestemming gaf. De rechtbank concludeerde dat het belang van de kinderen bij naamswijziging was gewaarborgd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot naamswijziging van de minderjarige dochters wordt ongegrond verklaard.