ECLI:NL:RBSGR:1999:AA7456
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 19 september 1998 aangehouden en op 25 februari 1999 in vreemdelingenbewaring gesteld. De bewaring volgde direct na het beëindigen van voorlopige hechtenis, waarbij het verhoor van de vreemdeling plaatsvond veertig minuten na het bevel tot bewaring. De vreemdeling stelde dat dit in strijd was met artikel 82, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit, dat vereist dat het verhoor voorafgaand aan de inbewaringstelling plaatsvindt.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat het voorafgaande verhoor niet kon worden afgewacht zonder onrechtmatige vrijheidsbeneming. Het verhoor vond plaats terstond na de tenuitvoerlegging van het bevel, conform de wettelijke voorschriften. Ook het feit dat het bevel en het verhoor door verschillende ambtenaren werden uitgevoerd, leidde niet tot onrechtmatigheid.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet en dat de belangenafweging niet tot een ongerechtvaardigde maatregel leidde. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingenbewaring rechtmatig was en wijst het verzoek om schadevergoeding af.