ECLI:NL:RBSGR:1999:AA7461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel en Dublin-claim bij vreemdelingen
De vreemdelingen, allen van Pakistaanse nationaliteit, werd op 10 september 1999 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 7a, tweede en derde lid, van de Vreemdelingenwet. Zij dienden op 11 september 1999 een aanvraag in voor toelating als vluchteling en werden gehoord. Verweerder legde een Dublin-claim bij de Franse en later Italiaanse autoriteiten.
De vreemdelingen stelden dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd en voortgezet, met name vanwege hun hoge leeftijd, gezondheidstoestand en het feit dat ook een minderjarige betrokken was. De rechtbank oordeelde echter dat de maatregel toereikend gemotiveerd was, mede gelet op beleidsregels en medische rapporten, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een andere beslissing rechtvaardigden.
Verder werd vastgesteld dat de korte periode tussen oplegging van de maatregel en aankondiging van de Dublin-claim bij Italië onder de toepasselijke beleidsregels viel. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend handelde en dat binnen redelijke termijn een reactie van de Italiaanse autoriteiten verwacht mocht worden.
De beroepen werden derhalve ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bleef gehandhaafd. Tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond en handhaaft de vrijheidsontnemende maatregel en Dublin-claim.